Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Ondertitel 6 Toegelaten gift met bewaarplicht ten voordele van derden

4.220–4.228

Art. 4.220

Bewaarplicht ten voordele van de volgende generatie

Ouders kunnen de goederen waarover ze kunnen beschikken geheel of ten dele, aan een of meer van hun kinderen geven of legateren, met last om deze goederen te bewaren zodat ze kunnen toekomen aan de van deze begiftigden afstammende kinderen die reeds geboren zijn en die nog zullen worden geboren, doch niet verder dan in de eerste graad.

Indien de erflater geen kinderen achterlaat, is de beschikking geldig die de erflater bij schenking of bij testament ten voordele van een of meer van zijn broers of zussen gemaakt heeft voor het geheel of een gedeelte van de goederen van de nalatenschap die door de wet niet zijn gereserveerd, met last om deze goederen te bewaren zodat ze kunnen toekomen aan de van deze begiftigde broers en zussen afstammende kinderen die reeds geboren zijn en die nog zullen worden geboren, doch niet verder dan in de eerste graad.

De bij het eerste en het tweede lid geoorloofde beschikkingen zullen slechts gelden voor zover de last van bewaring bedongen is ten voordele van alle kinderen van de bezwaarde, die reeds geboren zijn en die nog zullen worden geboren, zonder uitzondering en zonder voorrang van leeftijd of geslacht.

Indien, in de hierboven vermelde gevallen, hij die met de last van bewaring ten voordele van zijn kinderen bezwaard is, overlijdt met achterlating van kinderen in de eerste graad en van afstammelingen van een vooroverleden kind, verkrijgen deze laatsten, bij plaatsvervulling, het aandeel van het vooroverleden kind.

Art. 4.221

Gift met last na een schenking zonder last

Indien het kind, de broer of de zus aan wie, bij schenking, goederen zonder de last van bewaring geschonken zijn, een nieuwe, bij schenking of bij testament gedane gift aanvaardt, die gemaakt is onder voorwaarde dat de vroeger geschonken goederen zullen bezwaard zijn met die last, dan is het hun niet meer geoorloofd de twee te hunnen voordele gemaakte beschikkingen van elkaar te scheiden en de tweede te verwerpen om zich aan de eerste te houden, ook al bieden zij aan, de in de tweede beschikking begrepen goederen terug te geven.

Art. 4.222

Rechten van de verwachters

De rechten van de verwachters nemen aanvang op het tijdstip waarop het genot van het kind, van de broer of van de zus die met de bewaring bezwaard zijn, uit welke oorzaak ook ophoudt. De vervroegde afstand van het genot ten voordele van de verwachters kan geen nadeel toebrengen aan de schuldeisers van de bezwaarde, van wie de schuldvorderingen dateren van voor de afstand.

Art. 4.223

Benoeming van een voogd

Hij die beschikkingen maakt die volgens de artikelen 4.220 tot 4.222 geoorloofd zijn, mag bij dezelfde akte of bij een latere authentieke akte een voogd benoemen die met de uitvoering van die beschikkingen wordt belast.

Wanneer geen voogd is benoemd overeenkomstig het eerste lid, of wanneer deze zijn opdracht niet aanvaardt, wordt op verzoek van de bezwaarde of indien deze onbekwaam is, op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, een voogd benoemd binnen een maand te rekenen van de dag van overlijden van de schenker of van de testator of van de dag waarop, na dit overlijden, de akte die de beschikking inhoudt, bekend is geworden. Deze benoeming geschiedt door de vrederechter van het kanton van de woonplaats van de bezwaarde, overeenkomstig artikel 393 van het oud Burgerlijk Wetboek, en volgens de procedure vastgesteld in boek IV, hoofdstuk IX, van het Gerechtelijk Wetboek.

De bezwaarde die aan de voorschriften van het tweede lid niet heeft voldaan, verliest het voordeel van de beschikking. In dit geval kan het recht verklaard worden open te staan ten voordele van de verwachters en zulks op verzoek, hetzij van die verwachters, indien zij meerderjarig zijn, hetzij van hun curator of wettelijke vertegenwoordiger, indien zij minderjarig of krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam zijn verklaard om een nalatenschap te aanvaarden, hetzij van iedere verwant van de meerderjarige, minderjarige of krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek beschermde verwachters, of zelfs ambtshalve, op vordering van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de nalatenschap is opengevallen.

Art. 4.224

Boedelbeschrijving na overlijden

Na het overlijden van hem die een beschikking met last van bewaring gemaakt heeft, wordt in de gewone vorm een boedelbeschrijving opgemaakt van alle goederen die de nalatenschap uitmaken, tenzij het slechts een bijzonder legaat betreft. Die boedelbeschrijving bevat een juiste schatting van de waarde van de roerende goederen.

De boedelbeschrijving wordt opgemaakt op verzoek van de bezwaarde en binnen de in titel 1 gestelde termijn, in tegenwoordigheid van de voor de uitvoering benoemde voogd. De kosten komen ten laste van de in de beschikking begrepen goederen.

Indien binnen de hierboven vermelde termijn geen boedelbeschrijving is opgemaakt op verzoek van de bezwaarde, wordt zij in de loop van de volgende maand opgemaakt, op verzoek van de voor de uitvoering benoemde voogd en in tegenwoordigheid van de bezwaarde of van zijn voogd.

Indien aan de voorschriften van het tweede en het derde lid niet voldaan is, wordt de boedelbeschrijving opgemaakt op verzoek van de in artikel 4.223, derde lid, genoemde personen; de bezwaarde of zijn voogd, en de voor de uitvoering benoemde voogd worden daartoe opgeroepen.

Art. 4.225

Verkoop van roerende goederen

De bezwaarde is verplicht alle in de beschikking begrepen roerende goederen te doen verkopen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.55, § 1, met uitzondering nochtans van die welke in het tweede en het derde lid vermeld zijn.

Het huisraad en de andere roerende goederen die in de beschikking begrepen mochten zijn onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij in natura bewaard blijven, zullen worden teruggegeven in de staat waarin zij zich ten tijde van de uitkering bevinden.

Het vee en het gereedschap, dienende tot het bebouwen van de landerijen, worden geacht begrepen te zijn in de schenkingen of legaten van die landerijen. De bezwaarde is alleen verplicht die te doen schatten en waarderen om daarvan, ten tijde van de uitkering, voor een gelijke waarde terug te geven.

Art. 4.226

Belegging van gelden

§ 1.Binnen zes maanden te rekenen van de dag waarop de boedelbeschrijving is gesloten, moet de bezwaarde het gereed geld beleggen, alsook het geld komende van de prijs van de roerende goederen die verkocht zijn, en hetgeen op de schuldvorderingen ontvangen is.

Deze termijn kan worden verlengd, indien daartoe redenen zijn.

§ 2.De bezwaarde is eveneens verplicht het geld te beleggen, dat door inning van schuldvorderingen en door aflossing van renten wordt verkregen, en zulks binnen drie maanden nadat hij het geld ontvangen heeft.

§ 3.De belegging geschiedt overeenkomstig hetgeen door de beschikker bevolen is, indien hij de aard heeft bepaald van de goederen waarin de belegging moet worden gedaan; bij gebreke daarvan, kan slechts belegd worden in onroerende goederen of met voorrecht op onroerende goederen.

§ 4.De bij de paragrafen 1 tot 3 voorgeschreven belegging geschiedt in tegenwoordigheid en op verzoek van de voor de uitvoering benoemde voogd.

Art. 4.227

Onroerende publiciteit

De beschikkingen met last van bewaring, gemaakt bij schenking of bij testament, worden openbaar gemaakt op verzoek hetzij van de bezwaarde, hetzij van de voor de uitvoering benoemde voogd; te weten, wat de onroerende goederen betreft, door overschrijving van de akten in het register van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, en, wat de geldsommen met voorrecht op onroerende goederen betreft, door inschrijving op de voor het voorrecht verbonden goederen.

Art. 4.228

Aansprakelijkheid van de voogd

De voor de uitvoering benoemde voogd is persoonlijk aansprakelijk, indien hij zich niet in ieder opzicht gedragen heeft naar de regels die hierboven bepaald zijn voor het beschrijven van de goederen, de verkoop van de roerende goederen, het beleggen van het geld, de overschrijving en de inschrijving, en, in het algemeen, indien hij niet al het nodige heeft gedaan opdat de last van bewaring goed en getrouw wordt uitgevoerd.

Indien de bezwaarde minderjarige is, kan hij niet in zijn recht hersteld worden tegen de niet-nakoming van de regels die bij de artikelen van deze ondertitel aan de voogd zijn voorgeschreven, zelfs niet in geval van onvermogen van zijn wettelijke vertegenwoordiger.