Vormvereisten voor de herroeping door de testator
Testamenten kunnen noch in hun geheel noch ten dele herroepen worden dan door een later testament of door een akte voor notaris verleden, waarin de verandering van de wil wordt te kennen gegeven.
BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten › Hoofdstuk 2 Legaten
4.215–4.219
Vormvereisten voor de herroeping door de testator
Testamenten kunnen noch in hun geheel noch ten dele herroepen worden dan door een later testament of door een akte voor notaris verleden, waarin de verandering van de wil wordt te kennen gegeven.
Herroeping door een later testament
Latere testamenten die de vroegere niet uitdrukkelijk herroepen, vernietigen in deze testamenten alleen de beschikkingen die met de nieuwe onverenigbaar of strijdig zijn.
De in een later testament gedane herroeping behoudt al haar kracht, al blijft dit nieuw testament onuitgevoerd wegens de onbekwaamheid van de legataris, of wegens zijn weigering om te aanvaarden.
Herroeping door vervreemding van het gelegateerde goed
Wanneer de testator het gelegateerde goed geheel of ten dele vervreemdt, zelfs door verkoop met beding van wederinkoop, of door ruil, heeft zulks altijd herroeping van het legaat ten gevolge, ten aanzien van alles wat vervreemd is, zelfs indien de latere vervreemding nietig is en het goed in handen van de testator is teruggekeerd.
Niet-nakoming of ondankbaarheid
§ 1.De gronden waarop, volgens artikel 4.173 et artikel 4.174, § 1, 1° en 2°, de ontbinding of de herroeping van een schenking kan worden gevorderd, gelden ook voor de eis tot ontbinding of herroeping van testamentaire beschikkingen.
§ 2.De erfgenamen kunnen de herroeping wegens ondankbaarheid enkel vorderen indien:
1°de testator overleden is binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de testator bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de testator bekend kon zijn;
2°de testator overleden is zonder dat het misdrijf hem bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het overlijden, hetzij van de dag waarop het misdrijf hen bekend kon zijn, hetzij van de dag waarop het legaat hen bekend kon zijn.
§ 3.Indien deze eis steunt op een grove belediging de nagedachtenis van de testator aangedaan, moet hij worden ingesteld binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf of van de dag waarop het misdrijf de erfgenamen bekend kon zijn.
Verval
§ 1.Iedere uiterste wilsbeschikking vervalt, indien degene ten voordele van wie zij gemaakt is, de testator niet overleeft.
§ 2.De uiterste wilsbeschikking vervalt, wanneer de legataris de beschikking verwerpt of onbekwaam is om deze te verkrijgen.
§ 3.Het legaat vervalt, indien het gelegateerde goed tijdens het leven van de testator geheel teniet gaat.
Het legaat vervalt eveneens, indien het gelegateerde goed teniet gaat na het overlijden van de testator, buiten toedoen van de erfgenaam, ook al was de erfgenaam in gebreke gesteld om het goed af te leveren, indien het ook in handen van de legataris zou zijn teniet gegaan.