Uitdrukkelijke keuze vereist
§ 1.De verklaring waarbij een erfgerechtigde te kennen geeft dat hij de hoedanigheid van erfgenaam slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving aanneemt, moet worden afgelegd ten overstaan van een notaris, in een authentieke akte.
§ 2.Binnen vijftien dagen volgend op de authentieke akte, wordt de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, door toedoen van de notaris en op kosten van de erfgenaam die onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt, ingeschreven in het centraal erfrechtregister.
§ 3.Bij aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wegens onbekwaamheid van de erfgerechtigde, wordt de verklaring afgelegd door de vader en de moeder of door degene van hen die het ouderlijk gezag uitoefent, door de ontvoogde minderjarige, door de voogd of door de bewindvoerder met vertegenwoordigingsopdracht. Er wordt vervolgens gehandeld overeenkomstig paragraaf 2. De vrederechter ziet toe op de inachtneming van deze vormen.
In geval van belangentegenstelling tussen de onbekwame en zijn wettelijke vertegenwoordiger, wordt door de vrederechter, hetzij op verzoek van iedere belanghebbende, hetzij ambtshalve, een voogd ad hoc of een bewindvoerder ad hoc aangewezen.
§ 4.Een uittreksel uit de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wordt bekendgemaakt door een mededeling in het Belgisch Staatsblad, door toedoen van de notaris en op kosten van de erfgenaam die onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt, met verzoek aan de schuldeisers en legatarissen om, bij aangetekende zending, hun rechten te doen kennen binnen drie maanden te rekenen van de datum van die bekendmaking.
Dat uittreksel vermeldt enkel de volgende gegevens met betrekking tot de erflater:
a)de naam en voorna(a)m(en);
b)het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
c)de geboorteplaats en -datum;
d)de woonplaats of de gewone verblijfplaats;
e)de plaats en de datum van overlijden;
f)de gekozen woonplaats voor de verzending van de aangetekende zending vermeld in het eerste lid.
De identiteit van de aangever wordt niet vermeld in dat uittreksel.
Behoudens later bewijs van de werkelijkheid van hun schuldvorderingen, maken de schuldeisers en legatarissen zich bekend bij aangetekende zending, gericht aan de woonplaats die de erfgenaam gekozen heeft en die in de opgenomen verklaring is vermeld.