Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 7 Afwezigheid van afstammelingen en van nauwe zijverwanten

4.28–4.30

Art. 4.28

Kloving

Indien de erflater geen afstammelingen, en geen nauwe zijverwanten heeft achtergelaten, wordt de nalatenschap, als gevolg van kloving, in twee helften gesplitst tussen de verwanten in de vaderlijke lijn en de verwanten in de moederlijke lijn. Binnen elke lijn wordt ze toegewezen volgens de in dit hoofdstuk bepaalde regels.

Is deze eerste splitsing tussen de vaderlijke en de moederlijke lijn gedaan, dan heeft geen verdere splitsing plaats tussen de verschillende takken.

Zijn er in de ene lijn geen verwanten in erfelijke graad, dan erven de verwanten van de andere lijn de gehele nalatenschap.

Art. 4.29

Verwanten in rechte opgaande lijn

§ 1.Wanneer er na kloving, zoals bepaald in artikel 4.28, in beide lijnen verwanten in de opgaande lijn bestaan, dan erft in elke lijn de naaste verwant in graad, ook als de erflater een langstlevende echtgenoot achterlaat. In elke lijn erven verwanten in opgaande lijn in gelijke graad, per hoofd.

§ 2.Indien er slechts in één lijn verwanten in opgaande lijn bestaan, en de erflater een langstlevende echtgenoot achterlaat, vindt evenwel geen kloving plaats. Alleen de verwanten in opgaande lijn komen in dat geval tot de nalatenschap. In die lijn komt de naaste in graad tot de nalatenschap en erven de verwanten in opgaande lijn in gelijke graad per hoofd.

§ 3.In het geval bepaald in paragraaf 1, indien de erflater ook een langstlevende echtgenoot nalaat, en in het geval bepaald in paragraaf 2, worden de rechten van de verwanten in opgaande lijn, beperkt tot de blote eigendom van de overige goederen van het eigen vermogen van de erflater zoals in artikel 4.17, § 2, 2°, omschreven.

§ 4.Indien er in een van beide lijnen geen verwanten in opgaande lijn bestaan, en de erflater geen langstlevende echtgenoot achterlaat, dan is er wel kloving, en komen in die lijn de gewone zijverwanten tot de nalatenschap, volgens de regels bepaald in artikel 4.30.

In dat geval heeft de overlevende vader of moeder het vruchtgebruik van het derde gedeelte van de goederen die hij of zij niet in eigendom erft.

Art. 4.30

Gewone zijverwanten

Gewone zijverwanten worden niet tot de nalatenschap geroepen indien de erflater een langstlevende echtgenoot nalaat.

Indien er slechts in één lijn verwanten in de opgaande lijn zijn, wordt de andere helft toegewezen aan de gewone zijverwanten van de andere lijn, en in die lijn aan de naaste in graad.

Indien er in geen van beide lijnen verwanten in de opgaande lijn zijn, wordt de nalatenschap toegewezen aan de gewone zijverwanten, in iedere lijn aan de naaste in graad.

Indien er, in één lijn, verschillende gewone zijverwanten van dezelfde graad samen opkomen, delen zij per hoofd, behalve indien zij bij plaatsvervulling geroepen worden, voor zover plaatsvervulling toegelaten is.