Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 8 Nalatenschap van de kinderloos overleden geadopteerde

4.31

Art. 4.31

Kloving in de nalatenschap van de geadopteerde

In geval van gewone adoptie worden, na uitoefening van het recht van terugkeer zoals bepaald in artikel 4.25 de overige goederen van de geadopteerde die overleden is zonder afstammelingen na te laten, in twee gelijke helften gesplitst tussen de oorspronkelijke en de adoptieve familie.

In de oorspronkelijke familie is die ene helft van de nalatenschap onderworpen aan de regels van artikelen 4.10 tot 4.30.

In de adoptieve familie komt de andere helft van de nalatenschap uitsluitend toe aan de adoptant of bij helften aan ieder van de adoptanten of aan hun afstammelingen, zonder afbreuk te doen aan de rechten van de overlevende echtgenoot of van de langstlevende wettelijk samenwonende. Indien een van de adoptanten overleden is zonder afstammelingen achter te laten, erven de andere adoptant of zijn afstammelingen deze helft van de nalatenschap.

Indien in een van deze families niemand tot de helft van de nalatenschap geroepen is, of de erfgenamen allen de nalatenschap verwerpen, vallen alle overige goederen van de geadopteerde aan de andere familie toe.

Artikel 4.24 is niet van toepassing, ten aanzien van de oorspronkelijke familie van de geadopteerde, op de nalatenschap van zijn kinderen die na hem overleden zijn zonder afstammelingen achter te laten. Het aandeel van de nalatenschap van de langstlevende van die kinderen, dat volgens artikel 4.29 wordt toegekend aan de verwanten in de opgaande lijn van de geadopteerde, wordt verdeeld overeenkomstig het eerste tot het vierde lid.