Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 6 Afwezigheid van afstammelingen en aanwezigheid van nauwe zijverwanten

4.26–4.27

Art. 4.26

Nauwe zijverwanten, eventueel samen met vader en moeder

Indien de erflater geen afstammelingen heeft achtergelaten, worden zijn nauwe zijverwanten tot de nalatenschap geroepen, in voorkomend geval samen met zijn vader en moeder, volgens de regels bepaald in de volgende paragrafen.

Indien de erflater, in het geval vermeld in het eerste lid, een langstlevende echtgenoot achterlaat, zijn de rechten van de nauwe zijverwanten, en in voorkomend geval die van vader en moeder, evenwel beperkt tot de blote eigendom van de overige goederen van het eigen vermogen van de erflater zoals in artikel 4.17, § 2, 2°, omschreven.

Indien beide ouders van een persoon die zonder afstammelingen overleden is, hem hebben overleefd, en hij broers en zussen of hun afstammelingen achtergelaten heeft, wordt de nalatenschap in twee helften gesplitst, waarvan een helft aan de ouders toekomt, die ze onder elkaar gelijk verdelen. De andere helft komt toe aan de nauwe zijverwanten.

Indien enkel de vader of moeder van een persoon die zonder afstammelingen overleden is, vooroverleden is, wordt het gedeelte dat hem of haar, overeenkomstig het derde lid, zou zijn te beurt gevallen, gevoegd bij de helft die toekomt aan de nauwe zijverwanten.

In geval van vooroverlijden van vader en moeder van een persoon die zonder afstammelingen overleden is, komt de nalatenschap uitsluitend toe aan de nauwe zijverwanten met uitsluiting van de overige ascendenten en van de overige zijverwanten.

Art. 4.27

Rechten van de nauwe zijverwanten onderling

Nauwe zijverwanten erven, ofwel uit eigen hoofde, ofwel bij plaatsvervulling, overeenkomstig hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald.

Indien broers en zussen dezelfde ouders hebben, erven zij in gelijke delen.

Indien zij niet dezelfde ouders hebben, wordt een onderscheid gemaakt tussen de vaderlijke en de moederlijke lijn van de erflater. Het gedeelte van de nalatenschap dat toekomt aan de nauwe zijverwanten wordt voor de helft aan elke lijn toegewezen. Volle broers en zussen erven in beide lijnen; halfbroers en halfzussen van vaderszijde erven slechts in de vaderlijke lijn; halfbroers en halfzussen van moederszijde erven slechts in de moederlijke lijn. Zijn er enkel broers of zussen van één zijde, dan erven ze alles, met uitsluiting van alle andere verwanten van de andere lijn.