Gevolgen van de ontbinding
§ 1.De ontbinding van het stelsel heeft vereffening en verdeling ten gevolge.
Vooraf wordt voor elke echtgenoot een rekening opgemaakt van de vergoedingen tussen het gemeenschappelijk vermogen en zijn eigen vermogen.
Vervolgens wordt overgegaan tot de verrekening van de lasten, de verrekening van de vergoedingen en de verdeling van de netto-baten.
§ 2.De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de verdeling en veiling en die van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verdeling van nalatenschappen zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 3.Voor de volgende goederen wordt in de te verdelen boedel de waarde op het tijdstip van ontbinding van het stelsel, en niet op het tijdstip van verdeling opgenomen:
1°de vermogenswaarde van de vennootschapsaandelen bedoeld in artikel 2.3.19, § 1, 5°;
2°de vermogenswaarde van de beroepsgoederen die door een van de echtgenoten met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen, als het recht op die beroepsgoederen eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 6°;
3°de economische waarde van het cliënteel dat tijdens het stelsel door een van de echtgenoten in de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf is opgebouwd of verworven, als het recht op dat cliënteel eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 7°.
§ 4.De erfgenamen van de echtgenoten hebben dezelfde rechten en dezelfde verplichtingen als de echtgenoot die zij vertegenwoordigen.