Alle wetboeken › BW

BOEK 2 Personen, familie en relatievermogensrecht › Titel 3 Relatievermogensrecht › Hoofdstuk 3 Wettelijk stelsel

Afdeling 6 Ontbinding van het wettelijk stelsel

2.3.41–2.3.51

Art. 2.3.41

Oorzaken van ontbinding

Het wettelijk stelsel wordt ontbonden door:

1°het overlijden van een van de echtgenoten;

2°de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed;

3°de gerechtelijke scheiding van goederen;

4°de overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel.

Art. 2.3.42

Boedelbeschrijving

In geval van ontbinding van het wettelijk stelsel door het overlijden van een van de echtgenoten, door gerechtelijke scheiding van goederen, door echtscheiding of scheiding van tafel en bed op een van de gronden vermeld in artikel 229 van het oud Burgerlijk Wetboek, zijn de echtgenoten of is de langstlevende echtgenoot gehouden een boedelbeschrijving op te maken van de gemeenschappelijke roerende goederen en schulden.

Deze boedelbeschrijving, waarvan de inhoud geregeld wordt bij de artikelen 1175 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, mag onderhands geschieden, wanneer alle belanghebbende meerderjarige partijen daarmee instemmen en ingeval er minderjarigen of beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om goederen te vervreemden, wanneer de vrederechter aangezocht bij verzoekschrift daarmee instemt.

Zij moet opgemaakt worden binnen drie maanden na het overlijden, na de melding van de echtscheiding of van de scheiding van tafel en bed op de huwelijksakte of na de opmaak van de akte van echtscheiding, of na de inschrijving in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten van de beslissing die de scheiding van goederen uitspreekt.

Bij gebreke van een boedelbeschrijving binnen die termijn kan elke belanghebbende partij de omvang van het gemeenschappelijk vermogen bewijzen door alle bewijsmiddelen.

Art. 2.3.43

Gevolgen van de ontbinding

§ 1.De ontbinding van het stelsel heeft vereffening en verdeling ten gevolge.

Vooraf wordt voor elke echtgenoot een rekening opgemaakt van de vergoedingen tussen het gemeenschappelijk vermogen en zijn eigen vermogen.

Vervolgens wordt overgegaan tot de verrekening van de lasten, de verrekening van de vergoedingen en de verdeling van de netto-baten.

§ 2.De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de verdeling en veiling en die van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verdeling van nalatenschappen zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 3.Voor de volgende goederen wordt in de te verdelen boedel de waarde op het tijdstip van ontbinding van het stelsel, en niet op het tijdstip van verdeling opgenomen:

1°de vermogenswaarde van de vennootschapsaandelen bedoeld in artikel 2.3.19, § 1, 5°;

2°de vermogenswaarde van de beroepsgoederen die door een van de echtgenoten met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen, als het recht op die beroepsgoederen eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 6°;

3°de economische waarde van het cliënteel dat tijdens het stelsel door een van de echtgenoten in de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf is opgebouwd of verworven, als het recht op dat cliënteel eigen is krachtens artikel 2.3.19, § 1, 7°.

§ 4.De erfgenamen van de echtgenoten hebben dezelfde rechten en dezelfde verplichtingen als de echtgenoot die zij vertegenwoordigen.

Art. 2.3.44

Vergoedingen aan het gemeenschappelijk vermogen

Elk van de echtgenoten is vergoeding verschuldigd ten belope van de bedragen die hij uit het gemeenschappelijk vermogen heeft opgenomen om een eigen schuld te voldoen en, in het algemeen, telkens als hij persoonlijk voordeel heeft getrokken uit het gemeenschappelijk vermogen.

De echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, is aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd voor de netto beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet heeft ontvangen en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen die vennootschap was uitgeoefend.

Aan het gemeenschappelijk vermogen is eveneens vergoeding verschuldigd ten belope van de schade die het heeft geleden wegens een van de handelingen bedoeld in artikel 2.3.36, indien die schade niet geheel is hersteld door de nietigverklaring van de handeling of indien de nietigverklaring niet is gevraagd of verkregen.

Art. 2.3.45

Vergoedingen aan het eigen vermogen

Het gemeenschappelijk vermogen is vergoeding verschuldigd ten belope van de eigen of uit vervreemding van een eigen goed voortkomende gelden die in dat vermogen zijn gevallen en niet zijn belegd of wederbelegd, alsook, in het algemeen, telkens als het voordeel heeft getrokken uit de eigen goederen van een van de echtgenoten.

Art. 2.3.46

Omvang en bewijs van de vergoedingen

De vergoeding mag niet kleiner zijn dan de verarming van het vergoedingsgerechtigde vermogen. Hebben de in het vergoedingsplichtige vermogen gevallen bedragen en gelden echter gediend tot het verkrijgen, instandhouden of verbeteren van een goed, dan zal de vergoeding gelijk zijn aan de waarde of de waardevermeerdering van dat goed, hetzij bij de ontbinding van het stelsel indien het zich op dat tijdstip bevindt in het vergoedingsplichtige vermogen, hetzij op de dag van de vervreemding indien het voordien vervreemd is; is het vervreemde goed vervangen door een ander goed, dan wordt de vergoeding geschat op de grondslag van dat nieuwe goed.

Het recht op vergoeding kan door alle bewijsmiddelen worden bewezen.

De vergoedingen brengen van rechtswege interest op vanaf de dag van de ontbinding van het stelsel.

Art. 2.3.47

Saldering van de vergoedingsrekeningen

De vergoedingen door een van de echtgenoten verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen en de vergoedingen die het gemeenschappelijk vermogen hem verschuldigd is, doen elkaar teniet ten belope van het kleinste bedrag.

Indien beide echtgenoten vergoedingen te vorderen hebben of verschuldigd zijn, doen hun wederzijdse vorderingen en schulden elkaar teniet ten belope van het kleinste bedrag.

Alleen de echtgenoot die de grootste vordering of schuld heeft, zal nog een vergoeding te vorderen of te voldoen hebben ten belope van het verschil tussen de wederzijdse vorderingen of schulden.

Art. 2.3.48

Betaling van gemeenschappelijke schulden

Zonder afbreuk te doen aan de rechten van de hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, moeten de gemeenschappelijke schulden die overeenkomstig artikel 2.3.28 verhaalbaar zijn op de drie vermogens, worden voldaan vóór de schulden die alleen verhaalbaar zijn op het gemeenschappelijk vermogen en op het vermogen van een van de echtgenoten.

Art. 2.3.49

Voldoening van de vergoedingsschuld

§ 1.De echtgenoot die nog vergoeding verschuldigd is, voldoet die, hetzij door mindere ontvangst, hetzij door betaling, aan de te verdelen boedel, van de waarde van de vergoedingsschuld.

De voldoening door mindere ontvangst gebeurt, hetzij door verrekening op het aandeel van de echtgenoot-schuldenaar, hetzij door vooruitneming door de andere echtgenoot.

§ 2.De echtgenoot die nog vergoeding te vorderen heeft, neemt ter voldoening hiervan goederen van een gelijke waarde uit de te verdelen boedel vooraf.

§ 3.Indien de echtgenoten het niet eens worden over de toepassing van paragraaf 1 of paragraaf 2, en met name over de aanwijzing van de vooruit te nemen goederen, wordt het geschil binnen de procedure van gerechtelijke verdeling opgelost.

Behoudens het akkoord van de echtgenoten mag de vooruitneming geen afbreuk doen aan de rechten van toewijzing die de andere echtgenoot bezit op grond van de artikelen 2.3.13 en 2.3.14.

§ 4.De echtgenoot die zijn vergoeding niet geheel heeft kunnen verhalen op de boedel, wordt schuldeiser van de andere echtgenoot ten belope van de helft van hetgeen hij niet ontvangen heeft.

Art. 2.3.50

Netto-verdeling

§ 1.Indien er een batig saldo is, wordt dit bij helften verdeeld.

§ 2.Elk van de echtgenoten staat met al zijn goederen in voor de gemeenschappelijke schulden die overblijven na de verdeling.

Evenwel zal iedere echtgenoot, voor de gemeenschappelijke schulden die tijdens het stelsel niet verhaalbaar waren op zijn eigen vermogen, slechts instaan ten belope van hetgeen hij ontvangen heeft bij de verdeling.

§ 3.Voor zover in de akte van verdeling niet anders is bepaald, kan de echtgenoot die na de verdeling een gemeenschappelijke schuld betaalt, de helft van hetgeen hij betaald heeft, op de andere echtgenoot verhalen.

§ 4.Tenzij anders is bedongen, draagt iedere echtgenoot voor de helft bij in de kosten van vereffening en verdeling.

Art. 2.3.51

Betaling en interest

Schuldvorderingen van de ene echtgenoot op de andere kunnen tijdens het wettelijk stelsel alleen verhaald worden op de eigen goederen van de schuldenaar.

Deze schuldvorderingen brengen van rechtswege interest op, te rekenen van de dag van de ontbinding van het stelsel.