Ontnemen van bestuursbevoegdheid
§ 1.Indien een van de echtgenoten blijk geeft van ongeschiktheid in het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen zowel als van zijn eigen vermogen of de belangen van het gezin in gevaar brengt, kan de andere echtgenoot vorderen dat de bestuursbevoegdheden hem geheel of gedeeltelijk worden ontnomen.
De familierechtbank kan dat bestuur opdragen, hetzij aan de eiser, hetzij aan een derde, die zij aanwijst.
Die beslissing kan worden herroepen, indien de redenen waarop zij gegrond was, komen te vervallen.
§ 2.De griffier van het rechtscollege dat een rechterlijke beslissing heeft uitgesproken waarbij aan een van de echtgenoten zijn bestuursbevoegdheden worden ontnomen of teruggegeven, stelt, wanneer deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, het centraal register voor huwelijksovereenkomsten hiervan in kennis.
§ 3.Indien de echtgenoot aan wie het bestuur onttrokken of teruggegeven wordt, zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent waarvoor hij in de Kruispuntbank van Ondernemingen moet ingeschreven zijn, geeft de griffier daarvan kennis aan die Kruispuntbank.
§ 4.Artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek is mede van toepassing.