Alle wetboeken › Bankwet

BOEK III - KREDIETINSTELLINGEN NAAR BUITENLANDS RECHT

TITEL III - Vertegenwoordingskantoren

341–344

Art. 341

Iedere kredietinstelling die onder een buitenlandse staat ressorteert en in België geen bijkantoor heeft gevestigd maar er met naleving van de beperkingen van artikel 342, een vertegenwoordigingskantoor wenst op te richten om er haar werkzaamheden te promoten alsook informatie te vergaren en te verspreiden, moet zich vooraf inschrijven bij de Bank.

Vooraleer de inschrijving te verrichten raadpleegt de Bank de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de kredietinstellingen in de staat van herkomst.

Art. 342

Een vertegenwoordigingskantoor mag geen bankbedrijf uitoefenen en inzonderheid niet optreden, om welke reden ook, bij de sluiting of de gewone afwikkeling van financiële transacties of financiële diensten behalve wanneer die deel uitmaken van het administratieve beleid van dit kantoor.

Art. 343

De Bank kan zich alle inlichtingen doen verstrekken, ter plaatse onderzoeken uitvoeren of laten uitvoeren en kennis nemen van de correspondentie en alle stukken in verband met de werkzaamheden van de overeenkomstig artikel 341 ingeschreven vertegenwoordigingskantoren.

Wanneer de Bank vaststelt dat een vertegenwoordigingskantoor de geldende verplichtingen niet nakomt, kan zij zijn inschrijving herroepen.

Art. 344

Iedere kredietinstelling naar Belgisch recht die op het grondgebied van een buitenlandse staat een vertegenwoordigingskantoor wenst op te richten, moet de toezichthouder hiervan in kennis stellen. Wanneer de werkzaamheden van dit kantoor, met naleving van de geldende regels in deze staat, de grenzen van de artikelen 342 en 343 mogen overschrijden, zijn de artikelen 86 tot 89 van toepassing. De toezichthouder kan zich alle gegevens doen verstrekken over de organisatie, de werkzaamheden en de positie van het kantoor en kan deze gegevens controleren of laten controleren. Artikel 140 is van toepassing.