Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder "verordening (EEG) nr. 2137/85": verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV).
DEEL 5 De Europese rechtsvormen.
BOEK 18 Het Europees economisch samenwerkingsverband.
18:1–18:8
Art. 18:2
Het Europees economisch samenwerkingsverband wordt beheerst door verordening (EEG) nr. 2137/85.
Voor de aangelegenheden die niet bij verordening (EEG) nr. 2137/85 zijn geregeld, zijn de bepalingen van boek 2, titel 4, van overeenkomstige toepassing.
Art. 18:3
Onverminderd de bijzondere bepalingen die op hen toepasselijk zijn, kunnen de nationale openbare kredietinstellingen geen lid van een Europees economisch samenwerkingsverband zijn dan met de toestemming van de nationale toezichthoudende ministers.
Wanneer een Europees economisch samenwerkingsverband bestaat uit openbare en particuliere kredietinstellingen, mag dat Europees economisch samenwerkingsverband niet afwijken van de bepalingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen.
Art. 18:4
Een lid van een Europees economisch samenwerkingsverband houdt op van dat Europees economisch samenwerkingsverband deel uit te maken vanaf de dag dat hij failliet is verklaard door een definitief vonnis van een Belgische rechtbank.
Art. 18:5
Het Europees economisch samenwerkingsverband mag in rechte optreden, hetzij als eiser, hetzij als verweerder, voor de verdediging van de persoonlijke rechten waarop haar leden aanspraak mogen maken in die hoedanigheid, onverminderd het recht voor die leden om rechtstreeks op te treden, zich bij het geding aan te sluiten of tussen te komen in de loop van het rechtsgeding.
Art. 18:6
Niettegenstaande andersluidende bepaling in de overeenkomst, kan ieder lid in rechte het ontslag van een zaakvoerder wegens wettige redenen vorderen.
Art. 18:7
De ondernemingen die over een ondernemingsraad beschikken en lid zijn van een Europees economisch samenwerkingsverband zijn ertoe gehouden hun ondernemingsraad de inlichtingen te verstrekken met betrekking tot het Europees economisch samenwerkingsverband waarvan zij deel uitmaken, zoals die zijn bepaald in de artikelen 5, 8, 11 en 14 van het koninklijk besluit van 27 november 1973 houdende reglementering van de economische en financiële inlichtingen te verstrekken aan de ondernemingsraden.
Art. 18:8
In afwijking van de artikelen 1:5, § 3, en 2:6 wordt het overeenkomstig dit wetboek opgerichte Europees economisch samenwerkingsverband geacht geen rechtspersoonlijkheid te bezitten voor de toepassing van de inkomstenbelastingen.
Het Europees economisch samenwerkingsverband wordt als dusdanig niet aan deze belastingen onderworpen. De uitgekeerde of niet uitgekeerde winst of baten evenals de opnemingen door de leden worden als winst of baten van de desbetreffende leden beschouwd en ten hunne name belast overeenkomstig het stelsel dat op hen van toepassing is.
Deze winst of baten worden geacht te zijn betaald of toegekend aan de leden op de datum van afsluiting van het boekjaar waarop zij betrekking hebben; het aandeel in de niet uitgekeerde winst of baten wordt voor elk lid vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst of, bij gebrek daaraan, volgens het hoofdelijk aandeel.
(NOTA: Inwerkingtreding van artikelen 3:1, § 3, 5°; 3:4, L 1, 4°; 3:8, § 1er, L 2, 2°; 3:21, 4°; 3:72, 3°; 3:76, 3°; 6:1, § 3; 8:2, 8:3 et 8:6 vastgesteld op 15-07-2019 door KB 2019-07-03/02, art. 1)
(NOTA: Inwerkingtreding van artikelen 31, L 1; 42, § 2 vastgesteld op 15-07-2019 door KB 2019-07-03/02, art. 1)