Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen

Titel V/III - Besloten voorbereiding van het faillissement

XX.97/1–XX.97/6

Art. XX.97/1

§ 1.De schuldenaar die meent in staat van faillissement te verkeren, kan de volgens deze wet bevoegde rechtbank vragen hem failliet te verklaren, en kan verzoeken dat voorafgaand aan de faillietverklaring de overgang van het geheel of een deel van zijn activa en activiteiten wordt voorbereid.

§ 2.Het verzoekschrift wordt neergelegd in het register. De schuldenaar voegt bij het verzoek de stukken bedoeld in artikel XX.103. De procedure verloopt met gesloten deuren en wordt op geen enkele wijze bekend gemaakt.

Het verzoek wordt binnen een termijn van drie werkdagen in raadkamer behandeld.

§ 3.De schuldenaar toont bij zijn verzoekschrift aan dat met deze wijze van voorbereiding van het faillissement:

-de vereffening van de onderneming wordt vergemakkelijkt waarbij een zo hoog mogelijke uitbetaling aan de gezamenlijke schuldeisers wordt bereikt; en

-de werkgelegenheid zo veel mogelijk kan worden behouden.

Art. XX.97/2

De ondernemingsrechtbank van het faillissement wijst een of meer vereffeningsdeskundigen aan, hierna te noemen beoogd curatoren, die in geval van faillietverklaring, behoudens uitzondering, zullen worden aangesteld als curator, en een rechter-commissaris, hierna te noemen beoogd rechter-commissaris, die tevens, behoudens uitzondering, in het faillissement zal aangesteld worden als rechter-commissaris.

De aanstelling geldt voor ten hoogste dertig dagen en kan op verzoek van de schuldenaar of de beoogd curator met maximum dertig dagen worden verlengd door de rechtbank, na de beoogd rechter-commissaris te hebben gehoord.

Art. XX.97/3

De aangestelde beoogd curator onderzoekt in welke mate het door de schuldenaar voorgesteld doel realiseerbaar is. Hij wordt bij de voorbereiding van het mogelijk faillissement betrokken en vertegenwoordigt daarbij de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar en is onderworpen aan het toezicht van de beoogd rechter-commissaris.

De beoogd curator licht schriftelijk de beoogd rechter-commissaris in over de mogelijkheid dat het geheel of een deel van de activa dan wel het geheel of een deel van de onderneming zouden worden overgedragen aan verbonden ondernemingen of aan personen die controle op de onderneming uitoefenen of hebben uitgeoefend gedurende zes maanden voorafgaand aan de opening van de procedure, en die rechtstreeks of onrechtstreeks de controle hebben over rechten die bepalend zijn voor de waarde van de onderneming en de overdracht van haar activiteiten.

Art. XX.97/4

De beoogd curator heeft recht op informatievergaring ten opzichte van de schuldenaar of zijn bestuursorganen, met het doel zoals omschreven in artikel XX.97/1. Hij mag enkel contact opnemen met derden of een deskundige vragen onderzoek te verrichten met instemming van de schuldenaar. Evenwel kan de rechtbank te allen tijde bijkomende bevoegdheden verlenen aan de beoogd curator zo zij dit nodig acht, zelfs ambtshalve.

Art. XX.97/5

De schuldenaar behoudt te allen tijde het recht de rechtbank te verzoeken het faillissement uit te spreken. Dit gebeurt door een aangifte van staking van betaling, die bij voorrang zal worden behandeld.

De beoogd curator kan bij verzoekschrift neergelegd in het register verzoeken dat zijn opdracht wordt beëindigd en dat de rechtbank een einde stelt aan de voorbereiding van het faillissement.

De schuldeisers, het openbaar ministerie of de curator van de hoofdprocedure in het geval van een territoriale insolventieprocedure bedoeld in artikel XX.12 behouden hun recht tot vordering van het faillissement zoals bepaald in artikel XX.100.

Zo de schuldenaar na het verstrijken van de eventueel verlengde termijn van dertig dagen niets onderneemt, zal de rechtbank na oproeping van de schuldenaar, handelen zoals bepaald in de artikelen XX.100 en XX.101.

Bij faillietverklaring zal de rechtbank de beoogd rechter-commissaris en de beoogd curator benoemen als rechter-commissaris en curator in het faillissement, behoudens met redenen omklede afwijkende beslissing.

Art. XX.97/6

De kosten van de beoogd curator worden in geval van betwisting door de rechtbank begroot zoals de kosten van een gerechtsdeskundige. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de beoogd curator van het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851.