Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen › Titel V - Algemene bepalingen voor Titel V/I en V/II › HOOFDSTUK 2 - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de procedures van openbare gerechtelijke reorganisatie en overdracht van onderneming onder gerechtelijk gezag

Afdeling 4 - Voorlopig bestuur en bijstand van een herstructureringsdeskundige

XX.49/1–XX.49/5

Art. XX.49/1

§ 1.Als de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijk grove fout heeft begaan, kan de rechtbank of als spoed vereist is de voorzitter van de rechtbank, voor de duur van de opschorting een voorlopige bewindvoerder aanstellen die in de plaats treedt van de schuldenaar en zijn organen voor de duur van de opschorting.

§ 2.De rechtbank doet uitspraak op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie in het vonnis dat de procedure van de gerechtelijke reorganisatie of van overdracht onder gerechtelijk gezag opent of op tegensprekelijk verzoekschrift, dat in het register wordt neergelegd, in een later vonnis, na de middelen van de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord.

Wanneer de schuldenaar aanvoert dat de fouten te wijten zijn aan een andere welbepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon, moet hij deze persoon in gedwongen tussenkomst oproepen.

§ 3.Op elk ogenblik tijdens de opschorting kan de rechtbank, die op dezelfde wijze wordt aangezocht en uitspraak doet, op verslag van de voorlopige bewindvoerder, de met toepassing van de paragrafen 1 en 2 genomen beslissing intrekken of de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder wijzigen.

Art. XX.49/2

Op verzoek van elke belanghebbende en voor zover de reorganisatie een collectief akkoord beoogt, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd, indien nodig om de belangen van de betrokken partijen te vrijwaren, de aanstelling bevelen van een herstructureringsdeskundige om de schuldenaar en de schuldeisers bij te staan bij de onderhandelingen over en het opstellen van het plan.

Het verzoek wordt toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van alle op dat tijdstip in het register opgenomen schuldeisers die aanbieden de kosten van de herstructureringsdeskundige te dragen.

Art. XX.49/3

De beslissingen bedoeld in de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 worden opgenomen in het register en worden door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

De Koning kan de inhoud van de bekendmaking bepalen.

Art. XX.49/4

Verzet tegen de beslissingen gewezen met toepassing van de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 is niet toegelaten.

Art. XX.49/5

Onverminderd artikel XX.2, 2°, wordt hoger beroep tegen de beslissingen bedoeld in de artikelen XX.49/1 en XX.49/2 ingesteld bij verzoekschrift dat ter griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen een termijn van acht dagen na bekendmaking van het vonnis of bevelschrift. De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het verzoekschrift per gerechtsbrief aan de gebeurlijke geïntimeerde en, in voorkomend geval, bij gewone brief of elektronische mededeling aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift.