Alle wetboeken › WER

Boek XVII - Bijzondere rechtsprocedures › TITEL 2 De rechtsvordering tot collectief herstel

HOOFDSTUK 3 - Verjaring, tussengeschillen en verband met andere procedures

XVII.63–XVII.70

Art. XVII.63

De verjaringstermijn van de individuele rechtsvordering van de kmo en/of van de consument die valt binnen de beschrijving van de groep zoals weergegeven in het verzoekschrift tot collectief herstel, is opgeschort vanaf de indiening van het verzoekschrift tot collectief herstel of het verzoekschrift houdende vrijwillige tussenkomst in een rechtsvordering tot collectief herstel tot en met:

1°de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de ontvankelijkheidsbeslissing waarin de rechter de rechtsvordering tot collectief herstel onontvankelijk verklaart;

2°de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de ontvankelijkheidsbeslissing waarin de rechter de rechtsvordering tot collectief herstel ontvankelijk verklaart, maar de groep omschrijft op een wijze die de kmo en/of de consument uitsluit;

3°in geval van een akkoord tot collectief herstel:

a)de kennisgeving door de kmo en/of de consument, gedurende de termijn bepaald door de partijen, krachtens artikel XVII.45, § 3, 7°, aan de griffie van zijn wens om geen deel uit te maken van de groep, in geval van toepassing van het optiesysteem met exclusie; dan wel

b)het verstrijken van de termijn, bepaald door de partijen, krachtens artikel XVII.45, § 3, 7°, zonder dat de kmo en/of de consument aan de griffie de wil te kennen heeft gegeven om deel uit te maken van de groep, in geval van toepassing van het optiesysteem met inclusie;

4°in geval van een beslissing ten gronde van de rechter die leidt tot een verplichting tot collectief herstel in hoofde van de verweerder: het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel XVII.55/1, § 1, eerste lid, zonder dat de consument en/of de kmo aan de griffie de wil te kennen heeft gegeven om deel uit te maken van de groep;

5°de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing waarin de rechter de afsluiting van de rechtspleging vaststelt; of

6°de kennisgeving aan de kmo en/of de consument van het gegeven dat zijn inschrijving op de definitieve lijst is geweigerd door de rechter, overeenkomstig artikel XVII.58, § 5.

Art. XVII.64

In afwijking van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek mag de groepsvertegenwoordiger de rechtsvordering tot herstel van een collectieve schade niet meer wijzigen of uitbreiden.

Art. XVII.65

In afwijking van artikel 820 van het Gerechtelijk Wetboek kan de groepsvertegenwoordiger geen afstand doen van het geding, dan met het akkoord van de rechter.

De griffie deelt onmiddellijk de uitspraak houdende afstand van geding in elektronische vorm mee aan de FOD Economie, die ze integraal bekendmaakt op zijn website.

In afwijking van artikel 821 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de groepsvertegenwoordiger geen afstand doen van de rechtsvordering.

Art. XVII.66

§ 1.In afwijking van de artikelen 566 en 856, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek mogen een vordering tot collectief herstel en een rechtsvordering tot individueel herstel niet worden samengevoegd op grond van samenhang.

Eveneens in afwijking van de artikelen 566 en 856, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek mogen twee of meerdere rechtsvorderingen tot collectief herstel maar worden samengevoegd voor zolang in geen van beide vorderingen een ontvankelijkheidsbeslissing in de zin van artikel XVII.43 is gewezen.

§ 2.In afwijking van de artikelen 811 tot 814 van het Gerechtelijk Wetboek is een vordering tot vrijwillige of gedwongen tussenkomst in het geding tot collectief herstel enkel ontvankelijk in de volgende gevallen:

1°indien de vordering tot gedwongen tussenkomst uitgaat van de groepsvertegenwoordiger, zij tot doel heeft een samenhangende rechtsvordering tot collectief herstel in te stellen tegen een andere verweerder, en zij wordt ingesteld alvorens de rechter de ontvankelijkheidsbeslissing velt bedoeld in artikel XVII.43;

2°indien de vordering tot gedwongen tussenkomst uitgaat van een verweerder, voor zover zij louter tot doel heeft een gebeurlijke uitspraak ten gronde aan de tussenkomende partij gemeen te doen verklaren;

3°indien de vordering tot vrijwillige tussenkomst uitgaat van een erkende groepsvertegenwoordiger in de zin van artikel XVII.39, zij tot doel heeft een samenhangende rechtsvordering tot collectief herstel in te stellen tegen de verweerder, en zij wordt ingesteld alvorens de rechter de ontvankelijkheidsbeslissing velt bedoeld in artikel XVII.43; en

4°indien de vordering tot gedwongen tussenkomst uitgaat van een groepsvertegenwoordiger of een verweerder en ertoe strekt een groepslid te veroordelen tot de kosten en uitgaven van het geding die zijn veroorzaakt door zijn eigen opzettelijk of nalatig gedrag, zoals bedoeld in artikel XVII.61, § 4.

Art. XVII.67

De rechter beslist over de ontvankelijkheid van een rechtsvordering tot collectief herstel, over de homologatie van een akkoord tot herstel van een collectieve schade of over de grond van het geschil onafgezien elke vervolging die voor dezelfde feiten is ingesteld voor een strafrechtelijke rechtbank.

Een consument of een kmo die zich burgerlijke partij stelt voor een strafrechtelijke rechtbank is geen groepslid, en kan geen beroep doen op de rechtsvordering tot collectief herstel, tenzij die partij afstand doet van haar burgerlijke partijstelling voor het verstrijken van de optietermijn bedoeld in artikel XVII.45, § 3, 7°, in geval van een akkoord tot collectief herstel, en artikel XVII.55/1, § 1, eerste lid, in geval van een beslissing ten gronde van de rechter die leidt tot een verplichting tot collectief herstel in hoofde van de verweerder.

Art. XVII.68

De rechtsvordering tot collectief herstel verzet er zich niet tegen dat een groepslid en de verweerder wegens eenzelfde oorzaak deelnemen aan een buitengerechtelijke regeling van een geschil. Wanneer een dergelijke regeling tot een oplossing van het geschil leidt, verliest de consument of de kmo zijn hoedanigheid van groepslid en brengt de verweerder de griffie hiervan op de hoogte.

Art. XVII.69

Wanneer de benadeelde persoon groepslid wordt overeenkomstig artikel XVII.45, § 3, 7°, of artikel XVII.55/1,

-wordt elke individuele rechtsvordering reeds ingesteld door deze persoon tegen dezelfde verweerder en met hetzelfde voorwerp en dezelfde oorzaak, zonder voorwerp;

-is elke nieuwe individuele rechtsvordering die wordt ingesteld door deze persoon tegen dezelfde verweerder en met hetzelfde voorwerp en dezelfde oorzaak, onontvankelijk.

Art. XVII.70

Onverminderd de bepalingen van deze titel, zijn de bepalingen van Boek XVII, titel 3, van toepassing op de rechtsvorderingen tot collectief herstel voor inbreuken op het mededingingsrecht, ingevoerd door deze titel met uitzondering van artikel XVII.89.