Alle wetboeken › WER

Boek XVII - Bijzondere rechtsprocedures › TITEL 2 De rechtsvordering tot collectief herstel

HOOFDSTUK 2 - De procedure

XVII.42–XVII.62

Art. XVII.42

§ 1.Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek wordt het verzoekschrift tot een collectief herstel gericht aan of neergelegd bij de griffie van de ondernemingsrechtbank en bevat het:

1°het bewijs dat voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36;

2°de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering tot collectief herstel;

3°...

4°de beschrijving van de groep waarvoor de groepsvertegenwoordiger de bedoeling heeft op te treden, met een zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen verduidelijkt per subcategorie;

5°het herstel dat wordt gevorderd voor de groepsleden of voor de leden van de verschillende subcategorieën van de groep;

6°de vermelding dat de rechtsvordering tot collectief herstel al dan niet gefinancierd wordt door een derde. Indien dat het geval is, identificeert de vertegenwoordiger de financierende derden alsook de gefinancierde bedragen.

§ 2.De partijen bij een akkoord tot collectief herstel kunnen de rechter vatten bij gezamenlijk verzoekschrift teneinde de homologatie van het akkoord te bekomen.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bevat het verzoekschrift het bewijs dat is voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36.

Het akkoord tot collectief herstel, dat bij het verzoekschrift wordt gevoegd, bevat de elementen bepaald in artikel XVII. 45, § 3, 2° tot 13°....

§ 3.Wanneer het verzoekschrift onvolledig is, nodigt de griffie de verzoeker uit om het aan te vullen binnen de acht dagen.

De verzoeker die zijn verzoekschrift aanvult binnen de acht dagen na de ontvangst van de uitnodiging bedoeld in het eerste lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste neerlegging ervan.

Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is aangevuld, wordt geacht niet te zijn ingediend.

Art. XVII.43

§ 1.Behoudens akkoord van de partijen wordt de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel door de rechter behandeld op grond van de voor de korte debatten voorziene procedure bedoeld in artikel 735 van het Gerechtelijk Wetboek.

Wanneer de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel niet wordt behandeld op grond van de procedure voor korte debatten, gaat de rechter over tot de instaatstelling van de zaak overeenkomstig artikel 747, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek en beslist over de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel binnen de zes maanden die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift.

§ 2.De rechter laat de rechtsvordering tot collectief herstel toe indien de ontvankelijkheidsvoorwaarden bepaald in artikel XVII. 36 vervuld zijn, en vermeldt in zijn ontvankelijkheidsbeslissing:

1°de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering;

2°de ingeroepen oorzaak van de collectieve schade;

3°...

4°de beschrijving van de groep, met een zo precies mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen per subcategorie verduidelijkt;

5°de benaming van de groepsvertegenwoordigers, hun adres, in voorkomend geval hun ondernemingsnummer, en de naam en de hoedanigheid van de personen die namens hen handtekenen, alsook de subcategorie van de groep waarvoor zij zullen optreden;

6°de benaming of de naam en voornaam van de verweerder, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;

7°...

8°de termijn die wordt toegekend aan de partijen om een akkoord te onderhandelen over het herstel van de collectieve schade; deze termijn neemt pas een aanvang de dag na de bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en mag niet korter zijn dan drie maanden en niet langer dan zes maanden;

9°in voorkomend geval, de aanvullende maatregelen tot bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing, wanneer de rechter oordeelt dat de maatregelen bedoeld in paragraaf 3 niet volstaan;

10°het herstel dat wordt gevorderd voor de groepsleden of voor de leden van de verschillende subcategorieën van de groep.

§ 3.De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.

De Koning kan nadere regels bepalen omtrent de inhoud en de vorm van de in het eerste lid bedoelde bekendmaking.

§ 4....

Art. XVII.43/1

Behoudens akkoord van de partijen wordt de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel door de rechter in hoger beroep behandeld op grond van de voor de korte debatten voorziene procedure bedoeld in artikel 1066 van het Gerechtelijk Wetboek.

Wanneer de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel niet wordt behandeld op grond van de procedure voor korte debatten, gaat de rechter in hoger beroep over tot de instaatstelling van de zaak overeenkomstig artikel 747, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek en beslist over de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel binnen de zes maanden die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift.

In afwijking van artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek verwijst de rechter in hoger beroep de zaak naar de eerste rechter wanneer hij de door de eerste rechter uitgesproken ontvankelijkheidsbeslissing, zelfs gedeeltelijk, bevestigt of uitspreekt.

Art. XVII.44

§ 1.Binnen twee maanden volgend op de neerlegging van het volledig of aangevulde verzoekschrift bedoeld in artikel XVII. 42, § 2, beslist de rechter over het verzoek tot homologatie van het akkoord tot collectief herstel om de overeenstemming ervan met de artikelen XVII.36 en XVII. 45, § 3, 2° tot 13° na te gaan.

§ 2.De rechter weigert de homologatie wanneer de ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel XVII. 36 niet zijn vervuld.

§ 3.De artikelen XVII. 49 tot 51 zijn van overeenkomstige toepassing op het vervolg van de procedure tot homologatie.

Art. XVII.45

§ 1.Gedurende de termijn die de rechter heeft vastgesteld, onderhandelen de groepsvertegenwoordiger en de verweerder een akkoord over het herstel van de collectieve schade.

Op gezamenlijk verzoek van de partijen, kan de rechter de termijn bedoeld in het vorige lid éénmalig verlengen met maximaal zes maanden.

§ 2.Op gezamenlijk verzoek van de partijen, of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, kan de rechter, onder de zelfde voorwaarden als bepaald in artikel 1734 van het Gerechtelijk Wetboek, een erkend bemiddelaar aanstellen ten einde de onderhandeling van het akkoord te bevorderen.

§ 3.Het akkoord tot collectief herstel bevat minstens de volgende elementen:

1°een verwijzing naar de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43;

2°de gedetailleerde beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van het akkoord;

3°de beschrijving van de groep en, in voorkomend geval, van zijn verschillende subcategorieën, evenals de opgave of de zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal betrokken consumenten;

4°de benaming van de groepsvertegenwoordiger, zijn adres, in voorkomend geval zijn ondernemingsnummer, en de naam en hoedanigheid van de persoon of personen die namens hem handtekenen;

5°de benaming of de naam en voornaam van de verweerder, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;

6°de modaliteiten en de inhoud van het herstel; wanneer het herstel bij equivalent gebeurt, mag het bedrag van de vergoeding worden berekend op individuele of op globale basis, voor het geheel of voor bepaalde categorieën van de groep;

7°het op de groep toepasselijke optiesysteem en, in voorkomend geval, op zijn verschillende subcategorieën, alsook de modaliteiten en de aan de consumenten en/of kmo's toegekende termijn voor het uitoefenen van hun optierecht bij de griffie, met inbegrip van het moment waarop deze termijn begint te lopen. Voor de consumenten die niet gewoonlijk in België wonen en de kmo's die niet hun hoofdvestiging in België hebben, is het optiesysteem met inclusie van toepassing. In geval de rechtsvordering strekt tot herstel van lichamelijke of morele collectieve schade, is enkel het optiesysteem met inclusie toepasbaar;

8°het bedrag van de door de verweerder aan de groepsvertegenwoordiger te betalen vergoeding; dit bedrag mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten die de vertegenwoordiger heeft gemaakt;

9°de tenlasteneming door de partijen van de kosten van bekendmaking bedoeld in de artikelen XVII. 43, § 2, 9°, en § 3, XVII.45, § 2, 12°, en XVII. 50;

10°de waarborgen die de verweerder in voorkomend geval dient te stellen;

11°in voorkomend geval, de procedure voor de herziening van het akkoord tot collectief herstel in het geval dat er zich na de homologatie ervan, al dan niet voorzienbare, schade voordoet; indien er geen procedure is bepaald, bindt het akkoord de leden van de groep niet voor elke nieuwe schade of voor elke niet voorzienbare verzwaring van de schade die zich na het sluiten van het akkoord voordoet;

12°wanneer de maatregelen bedoeld in artikel XVII. 50 als onvoldoende worden beschouwd, de aanvullende maatregelen tot bekendmaking van het gehomologeerd akkoord tot collectief herstel. Wanneer de verweerder kennis heeft of gemakkelijk kennis kan hebben van de identiteit van de benadeelde personen, de verplichting voor de verweerder om de betrokken benadeelden, individueel en op zijn eigen kosten, over het akkoord te informeren;

13°in voorkomend geval, de tekst van het akkoord zoals die met toepassing van artikel XVII. 50 zal worden bekendgemaakt;

14°de datum van het akkoord en de handtekening van de partijen.

§ 4.De rechter blijft gevat tijdens de onderhandelingen. Hij kan, op vraag van één van de partijen, een einde stellen aan de onderhandelingen voor het verstrijken van de termijn bepaald overeenkomstig artikel XVII.43, § 2, 8°, in geval van passiviteit van de andere partij gedurende een periode van dertig werkdagen.

De zaak kan weer voor de rechter worden gebracht bij eenvoudige, schriftelijk en ter griffie neergelegde of aan de griffie gerichte verklaring door één van de partijen. De rechtsdag wordt bepaald binnen een maand na het verzoek.

De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op en in voorkomend geval hun raadsman bij gewone brief.

Bij deze hoorzitting, na de afwezigheid van de wil om te onderhandelen in hoofde van een partij te hebben vastgesteld, bepaalt de rechter de termijnen voor het onderzoek en de beslissing over de zaak. Het onderzoek van de rechtsvordering tot collectief herstel verloopt verder overeenkomstig de artikelen XVII.54 tot XVII.56.

De maatregelen bevolen met toepassing van deze paragraaf zijn niet vatbaar voor beroep.

Art. XVII.46

Het sluiten van een akkoord tot collectief herstel houdt geen erkenning in van aansprakelijkheid of schuld van de verweerder.

Art. XVII.47

De meest gerede partij legt het akkoord ter homologatie voor aan de rechter. Hij brengt de andere partij hiervan zonder verwijl op de hoogte, met vermelding van de juiste datum.

Art. XVII.48

Wanneer vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld door de rechter de groepsvertegenwoordiger en de verweerder er niet in zijn geslaagd een akkoord tot collectief herstel te sluiten, brengt de groepsvertegenwoordiger de rechter hiervan zonder verwijl op de hoogte. Hij brengt tevens de verweerder zonder verwijl op de hoogte van de datum van deze mededeling aan de rechter.

Art. XVII.49

§ 1.De rechter onderzoekt het ter griffie neergelegde akkoord tot collectief herstel om de overeenstemming ervan met artikel XVII. 45, § 3, na te gaan.

In het geval van niet-overeenstemming met artikel XVII.45, § 3, zendt de rechter het akkoord terug naar de partijen en nodigt hen uit het te vervolledigen binnen de termijn die het vastlegt, met omschrijving van de aan te vullen elementen.

§ 2.Wanneer het akkoord tot collectief herstel volledig is of werd vervolledigd, homologeert de rechter het akkoord, behalve indien:

-het overeengekomen herstel voor de groep of voor een subcategorie kennelijk onredelijk is;

-de termijn die is bedoeld in artikel XVII. 45, § 3, 7°, kennelijk onredelijk is;

-de aanvullende bekendmakingsmaatregelen bedoeld in artikel XVII.45, § 3, 12° kennelijk onredelijk zijn;

-de vergoeding bedoeld in artikel XVII. 45, § 3, 8°, de door de groepsvertegenwoordiger werkelijk gedragen kosten overschrijdt;

-een of meerdere van de bepalingen van het akkoord dan wel het akkoord in zijn geheel in strijd zijn met de openbare orde of met bepalingen van dwingend recht of voorwaarden bevatten die niet kunnen worden afgedwongen.

De rechter kan, wanneer hij van oordeel is de homologatie van het akkoord te moeten weigeren op grond van een van de motieven bepaald in het eerste lid, de partijen uitnodigen om hun akkoord te herzien op dat punt, binnen een termijn die hij vaststelt.

§ 3.In zijn homologatiebeschikking duidt de rechter de schadeafwikkelaar aan onder de personen die voorkomen op de lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII. 57.

§ 4.De homologatiebeschikking heeft de gevolgen van een vonnis in de zin van artikel 1043 van het Gerechtelijk Wetboek. De beschikking bindt alle groepsleden, ingevolge de uitoefening van hun optierecht.

Art. XVII.50

Binnen tien dagen na het wijzen van de homologatiebeschikking stuurt de griffie bij gerechtsbrief een kopie van die beschikking aan de verweerder en de groepsvertegenwoordiger. In afwijking van artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek begint de termijn om beroep aan te tekenen tegen de homologatiebeschikking te lopen vanaf deze kennisgeving bij gerechtsbrief.

De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beschikking vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beschikking en het akkoord wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.

...

Art. XVII.51

De homologatie van een akkoord tot collectief herstel houdt geen erkenning in van aansprakelijkheid of schuld van de verweerder.

Art. XVII.52

Het onderzoek van de rechtsvordering tot collectief herstel, ingesteld overeenkomstig artikel XVII. 42, § 1, wordt voortgezet door de rechter, wanneer:

-de groepsvertegenwoordiger en de verweerder geen akkoord tot collectief herstel hebben gesloten binnen de termijn die de rechter heeft vastgesteld in zijn ontvankelijkheidsbeslissing in toepassing van artikel XVII. 43, § 2, 8°, eventueel verlengd in toepassing van artikel XVII. 45. § 1;

-de groepsvertegenwoordiger en de verweerder geen gevolg hebben gegeven aan de uitnodiging van de rechter om het akkoord te vervolledigen binnen de termijn vastgesteld overeenkomstig artikel XVII. 49, § 1, tweede lid;

-de rechter de homologatie van het akkoord heeft geweigerd met toepassing van art. XVII. 49, § 2;

-de groepsvertegenwoordiger en de verweerder geen akkoord tot collectief herstel hebben gesloten, wegens de passiviteit van één van de partijen, overeenkomstig artikel XVII.45, § 4.

Art. XVII.53

Binnen de maand roept de griffie de groepsvertegenwoordiger en de verweerder bij gerechtsbrief op om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt.

De termijn van een maand vangt aan de dag die volgt op:

-de dag waarop de groepsvertegenwoordiger de rechter heeft ingelicht over het gebrek aan een akkoord overeenkomstig artikel XVII. 48;

-de dag van het verstrijken van de termijn bepaald door de rechter in zijn ontvankelijkheidsbeslissing in toepassing van artikel XVII. 43, § 2, 8°, eventueel verlengd in toepassing van artikel XVII. 45, § 1;

-de dag waarop de beslissing van de rechter om het akkoord tot collectief herstel niet te homologeren in toepassing van artikel XVII. 49, § 2, is ter kennis gebracht door de griffie overeenkomstig artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek.

Tijdens deze zitting bepaalt de rechter de termijnen voor onderzoek en beslissing in de zaak.

Art. XVII.54

§ 1.De beslissing van de rechter ten gronde die besluit tot een verplichting tot collectief herstel in hoofde van de verweerder bevat minstens de volgende elementen:

1°een verwijzing naar de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43;

2°de gedetailleerde beschrijving van de collectieve schade;

3°de beschrijving van de groep, en in voorkomend geval, van zijn verschillende subcategorieën, evenals de opgave of de zo juist mogelijke raming van het aantal betrokken consumenten;

4°voor elke groepsvertegenwoordiger die in de zaak optreedt, zijn maatschappelijke benaming, zijn maatschappelijke zetel, in voorkomend geval zijn ondernemingsnummer, en de naam en de hoedanigheid van de personen die namens hem handtekenen, alsook de groep of de subcategorie van de groep waarvoor hij optreedt;

5°de benaming of de naam en voornaam van de verweerder, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;

6°in voorkomend geval aanvullende maatregelen tot bekendmaking van de beslissing ten gronde, wanneer de rechter oordeelt dat deze bedoeld in artikel XVII. 55 niet volstaan. Wanneer de verweerder kennis heeft of gemakkelijk kennis kan hebben van de identiteit van de benadeelde personen, veroordeelt de rechter de verweerder tot het, individueel en op zijn eigen kosten, informeren van de betrokken benadeelden over de beslissing ten gronde;

7°de modaliteiten en het bedrag van het herstel; wanneer dit plaatsvindt bij equivalent, oordeelt de rechter, naargelang de omstandigheden van het geval, over de opportuniteit om een globaal vergoedingsbedrag vast te stellen, in voorkomend geval per subcategorie, te verdelen tussen de leden van de groep of een geïndividualiseerd bedrag, te betalen aan elke consument en/of aan elke kmo die zich aanmeldt. De herstelmodaliteiten kunnen verschillen naargelang de eventuele subcategorieën van de groep;

8°de verwijzing naar de termijn van vier maanden waarbinnen de betrokken consumenten en/of betrokken kmo's zich kunnen richten tot de griffie om zich aan te sluiten bij de groep, overeenkomstig artikel XVII.55/1, alsook de te volgen modaliteiten;

9°in voorkomend geval de waarborgen die de verweerder dient te stellen;

10°de procedure voor de herziening van de beslissing tot collectief herstel in het geval dat er zich schade, al dan niet voorzienbaar, voordoet na de beslissing.

§ 2.In zijn beslissing ten gronde duidt de rechter de schadeafwikkelaar aan onder de personen die voorkomen op de lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII. 57.

§ 3.De beslissing van de rechter ten gronde die het collectief herstel in hoofde van de verweerder verwerpt, verwijst naar de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43.

§ 4.De kosten verbonden aan de maatregelen tot bekendmaking bedoeld in artikel XVII. 43, § 2, 9° en § 3, in artikel XVII. 55 en in § 1, 6°, van dit artikel zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

§ 5....

Art. XVII.55

De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond, onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.

...

Art. XVII.55/1

§ 1.De betrokken benadeelde personen, consumenten en/of kmo's, die willen genieten van de beslissing ten gronde van de rechter die leidt tot een verplichting tot herstel in hoofde van de verweerder, beschikken over een termijn van vier maanden om zich tot de griffie te richten om zich aan te sluiten bij de groep.

De Koning kan bepalen op welke wijze de consument en/of de kmo zijn/haar keuze aan de griffie kan meedelen.

De groepsleden zijn gebonden door de beslissing ten gronde ingevolge de uitoefening van hun optierecht.

De uitoefening van het optierecht door de consument en/of kmo is onherroepelijk.

De termijn van vier maanden bedoeld in het eerste lid begint te lopen vanaf de dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad van de beslissing ten gronde van de rechter die leidt tot een verplichting tot collectief herstel in hoofde van de verweerder, overeenkomstig artikel XVII.55.

Artikel XVII.58 is van toepassing bij het verstrijken van de termijn bedoeld in het eerste lid.

§ 2.De groep kan worden georganiseerd in subcategorieën met het oog op collectief herstel.

Art. XVII.56

De partijen kunnen op ieder ogenblik, tijdens de procedure ten gronde bepaald in de artikelen XVII. 51 tot XVII. 54, en zolang de rechter de beslissing bedoeld in artikel XVII. 54, § 1, niet heeft genomen, een akkoord tot collectief herstel sluiten en het aan de rechter voorleggen met het oog op zijn homologatie. Deze verloopt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen XVII. 49 tot XVII. 51.

Art. XVII.57

§ 1.De schadeafwikkelaar wordt gekozen uit de personen die voorkomen op een lijst opgesteld door de algemene vergadering van de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot collectief herstel.

Alleen de advocaten, de ministeriële ambtenaren of de gerechtelijke mandatarissen in de uitoefening van hun beroep of ambt, die waarborgen bieden inzake bekwaamheid op het gebied van schadeafwikkeling, kunnen op de in het eerste lid bedoelde lijst worden geplaatst.

§ 2.De schadeafwikkelaar verzekert de correcte uitvoering van het gehomologeerde akkoord bedoeld in artikel XVII. 49, § 2, of van de beslissing ten gronde bedoeld in artikel XVII. 54, § 1.

Art. XVII.58

§ 1.Binnen een redelijke termijn maakt de schadeafwikkelaar, op basis van de gegevens die de griffie hem overmaakt, een voorlopige lijst op van de leden van de groep die herstel wensen te bekomen, in voorkomend geval per subcategorie. Deze voorlopige lijst omvat de gegevens van de groepsleden die zich uitdrukkelijk bekend hebben gemaakt.

Wanneer de schadeafwikkelaar van oordeel is dat een groepslid dat zich heeft bekend gemaakt, niet voldoet aan de beschrijving van de groep, of, in voorkomend geval, van de subcategorie of aan de voorgeschreven modaliteiten, vermeldt hij de betwisting van zijn inschrijving op de voorlopige lijst, met opgave van de redenen.

§ 2.Van zodra de voorlopige lijst is opgesteld, maakt de schadeafwikkelaar ze over aan de rechter, aan de groepsvertegenwoordiger en aan de verweerder. Hij brengt op hetzelfde ogenblik de leden van de groep die hij voorstelt uit te sluiten, op de hoogte met opgave van de reden van hun uitsluiting. De lijst ligt ter inzage op de griffie.

§ 3.Binnen dertig dagen na de betekening van de voorlopige lijst, verlengbaar door de rechter op verzoek van de schadeafwikkelaar of op vraag van één der partijen, kan de groepsvertegenwoordiger of de verweerder bij de griffie de inschrijving of uitsluiting van een groepslid op de voorlopige lijst betwisten, met opgave van de redenen.

Uiterlijk binnen veertien dagen na het verstrijken van de termijn voorzien in het eerste lid brengt de griffie het betrokken groepslid en de schadeafwikkelaar daarvan op de hoogte met opgave van de ingeroepen redenen.

Binnen een termijn van veertien dagen kunnen de groepsvertegenwoordiger, de verweerder, de leden van de groep waarvan inschrijving op de voorlopige lijst wordt betwist en de schadeafwikkelaar, hun standpunt kenbaar maken aan de griffie.

§ 4.Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijnen voorzien in paragraaf 3, roept de rechter de schadeafwikkelaar, de groepsvertegenwoordiger, en de verweerder, evenals de leden van de groep waarvan de inschrijving op de voorlopige lijst werd betwist, op ten einde een uitspraak te doen over de definitieve lijst.

Tijdens de in het eerste lid bedoelde zitting hoort de rechter de schadeafwikkelaar, de groepsvertegenwoordiger, de verweerder en de leden van de groep van wie de inschrijving op de lijst wordt betwist.

§ 5.De definitieve lijst van de leden van de groep die recht op herstel hebben, wordt opgesteld na afloop van de zitting bedoeld in paragraaf 4.

De griffie deelt de definitieve lijst mee aan de schadeafwikkelaar, aan de groepsvertegenwoordiger en aan de verweerder. Zij verwittigt op hetzelfde ogenblik de leden van de groep wiens inschrijving op de definitieve lijst is geweigerd door de rechter.

Art. XVII.59

§ 1....

§ 2.De verweerder komt zijn verplichting tot herstel in natura na onder toezicht van de schadeafwikkelaar en maakt hem, in geval van een herstel bij equivalent, de vastgestelde vergoeding over volgens hetgeen is overeengekomen in het gehomologeerd akkoord overeenkomstig artikel XVII. 45, § 3, 6°, of door de rechter is vastgesteld overeenkomstig artikel XVII. 54, § 1, 7°.

Art. XVII.60

De rechter blijft gevat tot het herstel krachtens het gehomologeerde akkoord of de beslissing ten gronde integraal is uitgevoerd voor alle groepsleden die voorkomen op de definitieve lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII. 58, § 5.

Art. XVII.61

§ 1.De schadeafwikkelaar maakt een gedetailleerd driemaandelijks verslag over aan de rechter over de uitvoering van zijn opdracht. Dit verslag wordt eveneens ter informatie aan de groepsvertegenwoordiger en de verweerder overgemaakt.

Het driemaandelijks verslag bevat alle nuttige informatie met betrekking tot de voortgang van de uitvoering van het gehomologeerd akkoord of de beslissing van de rechter ten gronde, alsook een gedetailleerd overzicht van de kosten en van de elementen die toelaten om de vergoeding verschuldigd aan de schadeafwikkelaar vast te stellen.

De rechter beslist over het driemaandelijks verslag. De goedkeuring van het driemaandelijks verslag door de rechter geldt als uitvoerbare titel op basis waarvan de schadeafwikkelaar de betaling van zijn kosten en de prestaties kan terugvorderen van de verweerder.

§ 1/1.Wanneer het gehomologeerde akkoord of de beslissing van de rechter ten gronde, volledig is uitgevoerd, maakt de schadeafwikkelaar een eindverslag over aan de rechter. Dit verslag wordt eveneens ter informatie aan de groepsvertegenwoordiger en de verweerder overgemaakt.

Dit eindverslag bevat alle informatie die nodig is om de rechter toe te laten een beslissing te nemen over de definitieve afsluiting van de rechtsvordering tot collectief herstel. In voorkomend geval preciseert het eindverslag het bedrag van het resterende saldo dat niet aan de kmo's en/ of de consumenten werd uitgekeerd.

Het eindverslag bevat eveneens een gedetailleerd overzicht van de kosten en de vergoeding van de schadeafwikkelaar....

§ 2.De rechter beslist over het eindverslag. Hij duidt de bestemming aan die de verweerder aan het eventueel resterende saldo, bedoeld in paragraaf 1/1, tweede lid, dient te geven. Door het goed te keuren, maakt de rechter definitief een einde aan de uitvoeringsprocedure verzekerd door de schadeafwikkelaar.

De goedkeuring van het eindverslag door de rechter vormt een uitvoerbare titel op grond waarvan de schadeafwikkelaar de gemaakte kosten en zijn vergoeding kan terugvorderen van de verweerder.

§ 3.De vergoeding van de schadeafwikkelaar bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en in paragraaf 1/1, derde lid, wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd.

§ 4.In uitzonderlijke omstandigheden, en nadat het betrokken groepslid in tussenkomst is gedagvaard door de verweerder of de groepsvertegenwoordiger, kan de rechter een groepslid veroordelen tot betaling van de kosten en uitgaven, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, die zijn veroorzaakt door zijn eigen opzettelijk of nalatig gedrag.

Art. XVII.62

De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit bericht binnen de tien dagen.

De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad doet de verjaringstermijn aanvangen voor de rechtsvordering in burgerlijke aansprakelijkheid van de groepsvertegenwoordiger en de schadeafwikkelaar.