De hoven en rechtbanken te Brussel zijn bevoegd om kennis te nemen van de rechtsvorderingen tot collectief herstel
Boek XVII - Bijzondere rechtsprocedures › TITEL 2 De rechtsvordering tot collectief herstel
HOOFDSTUK 1 - Algemene bepalingen
XVII.35–XVII.41
Art. XVII.36
In afwijking van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek is een rechtsvordering tot collectief herstel ontvankelijk indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
1°de ingeroepen oorzaak betreft een mogelijke inbreuk door de onderneming op een van haar contractuele verplichtingen, op een van de Europese verordeningen of de wetten bedoeld in artikel XVII. 37 of op een van hun uitvoeringsbesluiten;
2°de rechtsvordering wordt ingesteld door een verzoeker die voldoet aan de vereisten bedoeld in artikel XVII. 39 en waarvan het statutair doel in rechtstreeks verband staat met het voorwerp van de rechtsvordering tot collectief herstel;
3°het beroep op een rechtsvordering tot collectief herstel lijkt meer doelmatig dan een rechtsvordering van gemeen recht.
Art. XVII.37
De Europese verordeningen en wetgevingen die worden bedoeld in artikel XVII. 36, 1°, zijn de volgende:
1°de volgende boeken van dit Wetboek:
a)boek IV - Bescherming van de mededinging;
b)boek V - De mededinging en de prijsevoluties;
c)boek VI - Marktpraktijken en consumentenbescherming;
d)boek VII - Betalings- en kredietdiensten;
e)boek IX - De veiligheid van producten en diensten;
e/1) boek X - Handelsagentuurovereenkomsten, commerciële samenwerkingsovereenkomsten, verkoopconcessies en vervoersovereenkomsten;
f)boek XI - Intellectuele eigendom;
g)boek XII - Recht van de elektronische economie;
h)boek XIX - Schulden van de consument;
i)de titels 4 en 5 van boek VIII - Kwaliteit van producten en diensten;
2°de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
3°de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
4°de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen;
5°de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;
6°de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
7°de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken;
8°Deel 4 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
9°de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren;
10°de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
10°/1 de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
11°artikel 21, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
12°de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
13°de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten;
13°/1...
14°de Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen;
15°de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
16°de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten;
17°de artikelen 25, § 5, 27, §§ 2 en 3, 28ter, 30bis, en 39, § 3, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en inbreuken als bedoeld in artikel 86bis van dezelfde wet;
18°de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument;
19°de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91;
20°de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen;
21°de wet van 20 maart 2022 tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel VIbis in boek III van het oud Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht;
22°de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
23°de Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG;
24°de Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen;
25°de wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten;
26°de wet van 3 juni 2007 met betrekking tot de kosteloze borgtocht;
27°de Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer;
28°de artikelen 23 tot 52 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen;
29°de Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004;
30°de Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004;
31°de wet van 30 juli 2013 betreffende de wederverkoop van toegangsbewijzen tot evenementen.
32°de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling.
33°artikel 101 en/of 102 van het Verdrag VWEU;
34°de bepalingen van Europees recht opgesomd in bijlage I bij Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG alsook, in voorkomend geval, de bepalingen van Belgisch recht die de omzetting daarvan vormen;
35°de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.
Art. XVII.38
<Opgeheven bij W 2024-04-21/10, art. 22, 134; Inwerkingtreding: 10-06-2024>
Art. XVII.39
§ 1.Kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger voor een groep van consumenten voor de Belgische rechtbanken:
1°de bevoegde instanties Consumenten bedoeld in artikel XVII.1, §§ 1 tot 3;
2°de autonome openbare dienst bedoeld in artikel XVI.5, enkel met het oog op het vertegenwoordigen van de groep in de fase van de onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel overeenkomstig de artikelen XVII.45 tot XVII.51.
§ 2.Kunnen voor de Belgische rechtbanken optreden als groepsvertegenwoordiger voor een groep van kmo's, de bevoegde instanties kmo's bedoeld in artikel XVII.1, §§ 4 tot 7.
§ 3.Kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger voor een groep van consumenten voor de rechtbanken van een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economisch Ruimte:
1°de bevoegde instanties Consumenten bedoeld in artikel XVII.1, § 1;
2°de autonome openbare dienst bedoeld in artikel XVI.5, enkel met het oog op het vertegenwoordigen van de groep in de fase van de onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel.
Art. XVII.40
§ 1.De groepsvertegenwoordiger voldoet tijdens de volledige procedure tot collectief herstel aan de voorwaarden bedoeld in artikel XVII. 39.
In het geval dat tijdens de procedure niet meer zou zijn voldaan aan een van deze voorwaarden, verliest de verzoeker zijn hoedanigheid van groepsvertegenwoordiger en duidt de rechter een andere groepsvertegenwoordiger aan, met de uitdrukkelijke instemming van deze laatste.
In het geval dat geen enkele andere kandidaat-vertegenwoordiger voldoet aan de voorwaarden van artikel XVII. 39 of de hoedanigheid van groepsvertegenwoordiger aanvaardt, stelt de rechter de afsluiting van de procedure tot collectief herstel vast.
Een kopie van de rechterlijke beslissing bedoeld in het tweede en derde lid wordt overgezonden aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, die deze beslissing integraal bekendmaakt op zijn website.
Het tweede en derde lid zijn eveneens van toepassing in geval de autonome openbare dienst als bedoeld in artikel XVI.5 van dit Wetboek de rechtsvordering tot collectief herstel heeft ingesteld en de onderhandelingsfase, bij gebrek aan een gehomologeerd akkoord, een einde heeft genomen.
§ 2.Elke groep van consumenten of van kmo's kan slechts worden vertegenwoordigd door één enkele groepsvertegenwoordiger, met dien verstande dat in eenzelfde rechtsvordering tot collectief herstel meerdere groepsvertegenwoordigers kunnen optreden op voorwaarde dat elke groepsvertegenwoordiger voor een geografisch onderscheiden groep van consumenten of van kmo's optreedt.
Wanneer zich in eenzelfde rechtsvordering tot collectief herstel meerdere groepsvertegenwoordigers aandienen die éénzelfde groep willen vertegenwoordigen, dan stelt de rechter in zijn beslissing bedoeld in artikel XVII.43 de meest geschikte onder hen als enige groepsvertegenwoordiger voor die groep aan.
Art. XVII.41
Behoudens de hypothese bedoeld in artikel XVII. 40, neemt de vertegenwoordiging door de groepsvertegenwoordiger een einde wanneer:
-de rechter in de zitting bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, vaststelt dat de collectieve schade volledig is hersteld overeenkomstig het gehomologeerde akkoord tot collectief herstel, of, bij ontstentenis, overeenkomstig de beslissing ten gronde;
-de rechter de afstand van het geding toekent bij toepassing van artikel XVII. 65.