BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 6/1 - Waardepapieren. › HOOFDSTUK 5 - De cheque.
Afdeling 2 - Overdracht
VII.216/114–VII.216/124
Art. VII.216/114
De cheque die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemde persoon met of zonder uitdrukkelijke clausule "aan order", kan door middel van endossement worden overgedragen.
De cheque die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemde persoon met de clausule "niet aan order", of een daarmee gelijkstaande clausule, kan slechts worden overgedragen in de vorm en met de gevolgen van een gewone overdracht.
Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordele van de trekker of van elke andere chequeschuldenaar. Deze personen kunnen de cheque opnieuw endosseren.
Art. VII.216/115
Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke voorwaarde waaraan het is onderworpen, wordt als niet geschreven beschouwd.
Het gedeeltelijke endossement is nietig.
Het endossement van de betrokkene is eveneens nietig.
Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.
Het endossement aan de betrokkene geldt slechts als kwijting, behoudens wanneer de betrokkene verscheidene kantoren heeft en wanneer het endossement is gesteld ten voordele van een ander kantoor dan dat waarop de cheque is getrokken.
Art. VII.216/116
Het endossement moet gesteld worden op de cheque of op een daaraan vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden ondertekend door de endossant.
Het endossement kan de geëndosseerde onvermeld laten of bestaan uit de enkele handtekening van de endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement, om geldig te zijn, op de rugzijde van de cheque of op het verlengstuk worden gesteld.
Art. VII.216/117
Door het endossement worden alle uit de cheque voortvloeiende rechten overgedragen.
Indien het endossement in blanco is, kan de houder:
1°het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met de naam van een andere persoon;
2°de cheque wederom in blanco of aan een andere persoon endosseren;
3°de cheque aan een derde overgeven, zonder het blanco in te vullen en zonder hem te endosseren.
Art. VII.216/118
De endossant staat in voor de betaling, tenzij het tegendeel bedongen is.
Hij kan een endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen aan wie de cheque later is geëndosseerd, niet in voor de betaling.
Art. VII.216/119
Hij die een door endossement overdraagbare cheque onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, ook al is het laatste endossement in blanco gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden.
Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de ondertekenaar van dit laatste geacht de cheque door het endossement in blanco verkregen te hebben.
Art. VII.216/120
Een op een cheque aan toonder voorkomend endossement maakt de endossant verantwoordelijk overeenkomstig de bepalingen betreffende het recht van regres; het maakt overigens de titel niet tot een cheque aan order.
Art. VII.216/121
Indien een cheque aan toonder of een cheque, die geëndosseerd kan worden, waarop de houder op de wijze bij artikel VII.216/119 bepaald, zijn recht doet gelden, hoe dan ook uit iemands handen is geraakt, is de houder die haar in handen heeft gekregen, niet verplicht de cheque af te staan, tenzij hij deze te kwader trouw heeft verkregen, of, bij dezelver verkrijging, een zware fout heeft begaan.
Art. VII.216/122
Zij die uit hoofde van de cheque worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot de trekker of tot vroegere houders, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de cheque desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.
Art. VII.216/123
Wanneer het endossement de vermelding bevat "waarde ter incassering", "ter incasso", "in lastgeving" of enige andere vermelding die niets meer dan een opdracht tot inning in zich sluit, kan de houder alle uit de cheque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan hem niet anders endosseren dan als lastgeving.
De chequeschuldenaars kunnen in dat geval aan de houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen welke aan de endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.
De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door de dood of door de latere onbekwaamheid van de lastgever.
Art. VII.216/124
Het endossement, na het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring of na het einde van de aanbiedingstermijn op de cheque gesteld, heeft slechts de gevolgen van een gewone overdracht.
Behoudens tegenbewijs, wordt het endossement zonder dagtekening geacht te zijn gesteld vóór het protest of de daarmee gelijkstaande verklaringen of vóór het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn.