Fonds moet worden bezorgd door de trekker, of indien de wisselbrief voor andermans rekening is getrokken, door de lastgever of ordergever.
BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 6/1 - Waardepapieren.
HOOFDSTUK 4 - Aanvullende bepalingen.
VII.216/81–VII.216/100
Art. VII.216/82
Fonds is bezorgd wanneer de betrokkene op de vervaldag in het bezit is van een waarde of van een waarborg die toereikend is om hem volledig te dekken en die door de trekker of de ordergever bestemd is om de betaling van de wisselbrief te verzekeren.
Art. VII.216/83
De houder heeft tegenover de schuldeisers van de trekker een bevoorrechte schuldvordering op het fonds dat in handen van de betrokkenen is bij de opeisbaarheid van de wisselbrief, onverminderd de toepassing van artikel XX.111.
Indien verscheidene wisselbrieven door een zelfde trekker op een zelfde persoon zijn getrokken, en het fonds dat de betrokkene in handen heeft, ontoereikend is om ze alle te kwijten, worden zij op de volgende wijze betaald.
Indien het fonds een zekere en bepaalde zaak is, worden de wisselbrieven tot de betaling waarvan het fonds in het bijzonder was bestemd, vóór alle andere betaald, onverminderd evenwel de rechten die aan de betrokkene door vroegere acceptaties mochten zijn toegekend.
Bij gebreke van een bijzondere bestemming, worden de geaccepteerde wisselbrieven betaald bij voorrang boven de niet geaccepteerde.
Indien het fonds is bezorgd in vervangbare zaken, hebben de geaccepteerde wisselbrieven voorrang boven de niet geaccepteerde.
Komen verscheidene geaccepteerde of verscheidene niet-geaccepteerde wisselbrieven gelijktijdig in aanmerking, dan worden zij ponds- pondsgewijs betaald.
Alles met dien verstande dat de betrokkene die niet in staat van faillissement verkeert, in geval van acceptatie zijn persoonlijke verbintenissen moet nakomen.
Art. VII.216/84
Het bij artikel VII.216/54 uitgesproken verval heeft niet plaats wanneer de trekker in gebreke blijft aan te tonen dat er fonds bezorgd is op de vervaldag, of wanneer hij, na verstrijking van de in artikel VII.216/54 bepaalde termijnen, op om het even welke wijze de voor betaling van de wisselbrief bestemde gelden heeft ontvangen.
Hetzelfde geldt wanneer de endossant zich onrechtmatig heeft verrijkt.
In de gevallen van dit artikel, verjaart de overblijvende rechtsvordering door verloop van één jaar met ingang van de in artikel VII.216/54 bepaalde datum van verval.
Art. VII.216/85
De houder of de trekker van een wisselbrief heeft tegen de betrokkene die niet heeft geaccepteerd, maar fonds in handen heeft, een rechtstreekse vordering tot betaling van de wisselbrief ten belope van het fonds.
Art. VII.216/86
De betrokkene kan het fonds niet meer uit handen geven indien de houder hem zulks verbiedt. Dit verbod kan gedaan worden door middel van een gewone brief, die echter moet gevolgd worden door een dagvaarding binnen vijftien dagen na de vervaldag. Het protest van niet-betaling geldt als verbod.
Art. VII.216/87
In het geval van een rechtsvordering als bedoeld in artikel VII.216/29 tweede lid, is de trekker niet verplicht het bestaan van het fonds te bewijzen.
Art. VII.216/88
In geval van onvrijwillige en toevallige buitenbezitstelling van een niet geaccepteerde wisselbrief, kan degene aan wie hij toebehoort de betaling ervan vervolgen op een tweede, derde, vierde exemplaar, enz.
Art. VII.216/89
Indien de vermiste wisselbrief van acceptatie voorzien is, kan de betaling ervan niet gevorderd worden op een tweede, derde, vierde exemplaar, enz. dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank en tegen borgstelling.
Art. VII.216/90
Indien hij die onvrijwillig en toevallig buiten bezit van een al dan niet geaccepteerde wisselbrief gesteld is, het tweede, derde, vierde exemplaar, enz., niet kan vertonen, kan hij de betaling van de vermiste wisselbrief vragen en ze verkrijgen krachtens een beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, mits hij van zijn eigendom doet blijken en tegen borgstelling.
Art. VII.216/91
Wordt de betaling geweigerd, dan bewaart de eigenaar van de vermiste wisselbrief al zijn rechten door een akte van protestatie.
Deze akte moet opgemaakt worden uiterlijk de tweede dag na de vervaldag van de vermiste wisselbrief.
Zij moet aan de trekkers en aan de endossanten bij deurwaardersexploot worden betekend binnen vijftien dagen te rekenen van haar dagtekening. Om geldig te zijn moet zij niet noodzakelijk door een rechterlijke beslissing of door een borgstelling zijn voorafgegaan
Art. VII.216/92
De eigenaar van de vermiste wisselbrief moet, om zich het tweede exemplaar ervan aan te schaffen, zich tot zijn onmiddellijke endossant wenden, die verplicht is hem zijn naam en zijn medewerking te verlenen om zijn eigen endossant aan te spreken, en zo vervolgens van endossant tot endossant tot aan de trekker van de wisselbrief.
Nadat de trekker het tweede exemplaar heeft uitgeleverd, is elke endossant verplicht daarop zijn endossement opnieuw aan te brengen.
De eigenaar van de vermiste wisselbrief draagt de kosten.
Art. VII.216/93
De in de artikelen VII.216/89 en VII.216/90 vermelde verbintenis van de borg eindigt na drie jaren, indien er gedurende die tijd noch rechtsvordering noch rechtsvervolging is geweest.
Art. VII.216/94
Verbintenissen die een Belg in het buitenland ter zake van wisselbrieven en orderbriefjes heeft aangegaan, worden in België slechts dan als geldig erkend, indien hij volgens de Belgische wet de vereiste bekwaamheid bezat om die verbintenissen aan te gaan.
Art. VII.216/95
Het endossement van een wisselbrief of van een orderbriefje draagt de persoonlijke en zakelijke zekerheden, met name de voorrechten en de hypotheek die de betaling ervan waarborgen, op de geëndosseerde over.
Behoudens andersluidend beding van het contract van kredietopening, genieten de houders van de wisselbrieven en orderbriefjes welke overeenkomstig de bepalingen van dat contract zijn getrokken of geëndosseerd, de zekerheden die de kredietopening waarborgen, ten belope van het bedrag dat krachtens de kredietopening zal verschuldigd blijven.
Zijn de zekerheden niet toereikend om de crediteur en de derden, houders van de wisselbrieven en van de orderbriefjes, te dekken, dan worden die derden betaald bij voorrang boven de crediteur en zo nodig pondspondsgewijs.
Art. VII.216/96
Onverminderd de toepassing van de formaliteiten, voorgeschreven voor de uitoefening van de rechten van regres, kan de houder van een wegens niet-betaling geprotesteerde wisselbrief, met verlof van de beslagrechter, conservatoir beslag leggen op de roerende goederen van de trekkers, acceptanten en endossanten.
Art. VII.216/97
§ 1.De protesten wegens niet-acceptatie of wegens niet-betaling worden door de gerechtsdeurwaarders opgemaakt.
§ 2.De protesten worden opgemaakt:
1°aan de woonplaats of zetel aangewezen op het handelspapier, en bij ontbreken van aanwijzing, aan de laatste bekende woonplaats of zetel van de debiteur;
2°aan de woonplaats of zetel van de personen die op het handelspapier, hetzij door de trekker, hetzij door de endossant zijn aangewezen om zo nodig het handelspapier te betalen;
3°aan de woonplaats of zetel van de derde die bij tussenkomst heeft geaccepteerd.
In geval van een valse of onjuiste aanwijzing van de woonplaats of zetel stelt de gerechtsdeurwaarder in de akte vast dat de debiteur niet is gevonden.
Art. VII.216/98
De protestakte bevat de volgende vermeldingen, in zoverre ze relevant zijn met het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft:
1°de plaats, datum en aard van het protest;
2°het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft;
3°de naam en voornamen, rechtsvorm of bijzondere benaming van de begunstigde van het orderbriefje of van de trekker van de wisselbrief, alsook zijn woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer;
4°de naam en voornamen, rechtsvorm of bijzondere benaming van de ondertekenaar van het orderbriefje of van de betrokkene van de wisselbrief, alsook de vermelding of hij de wisselbrief al dan niet geaccepteerd heeft, zijn woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer;
5°de vervaldag;
6°het bedrag van het handelspapier en, indien dat zou verschillen, het bedrag waarvoor het protest werd opgemaakt;
7°de reden van de weigering die aanleiding geeft tot het protest;
8°de gedetailleerde kosten van de akte;
9°de naam en voornamen van de persoon die de protestakte heeft opgemaakt;
10°de naam van de verzoeker;
11°de aan- of afwezigheid van degene die moet betalen;
12°de naam van de persoon aan wie het in artikel VII.216/99 bedoelde bericht is overhandigd.
Art. VII.216/99
Hij die het protest heeft opgemaakt, laat op de in artikel VII.216/97, § 2, bedoelde woonplaats of zetel een bericht na, met volgende vermeldingen:
1°de naam en het adres van de houder die om het protest verzocht heeft;
2°de naam van degene die het protest heeft opgemaakt;
3°het bedrag van het geprotesteerde handelspapier.
Indien niemand wordt aangetroffen aan de bedoelde woonplaats of zetel, vermeldt de protestakte dit feit en wordt geen bericht nagelaten.
Art. VII.216/100
De Koning bepaalt de vorm van de in artikel VII.216/98 bedoelde protestakten en van het in artikel VII.216/99 bedoelde bericht