Alle wetboeken › Overnamewet

DEEL II - DE OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN.

TITEL III - Handhaving.

35–41

Art. 35

§ 1.Alleen de FSMA is belast met het toezicht op de toepassing van deel II van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten.

In bijzondere gevallen kan de FSMA gemotiveerde afwijkingen van deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten toestaan en kan hieraan vereisten verbinden. De FSMA motiveert haar beslissingen tot afwijking onder uitdrukkelijke verwijzing naar de richtsnoeren bepaald in artikel 9.

§ 2.Onverminderd de toepassing van artikel 4, ziet de FSMA in het kader van een openbaar overnamebod toe op de regelmatigheid van de handelingen van de doelvennootschap die het bod zouden kunnen dwarsbomen en inzonderheid op de naleving van de bepalingen van de artikelen 7:78, 7:79, 7:80, 7:151, 7:152, 7:202 en 7:215 WVV evenals op de naleving van de statutaire bepalingen vastgesteld overeenkomstig de artikelen 46 en 47.

Indien de FSMA redenen heeft om aan te nemen dat de in het eerste lid bedoelde bepalingen niet correct werden nageleefd, geeft de FSMA hiervan kennis aan de betrokken vennootschap. Indien, naar het oordeel van de FSMA, geen of onvoldoende rekening wordt gehouden met haar kennisgeving, kan zij haar kennisgeving openbaar maken.

Art. 36

§ 1.Onverminderd de toepassing van artikel 19, § 2, en artikel 78 van de wet van 2 augustus 2002, kan de FSMA de nodige maatregelen nemen en aanmaningen geven om de correcte toepassing te waarborgen van deel II van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten.

Zij kan inzonderheid:

1°wanneer zij een verrichting, praktijk of nalatigheid vaststelt die strijdig is met de wet en haar uitvoeringsbesluiten, iedere daarvoor verantwoordelijke persoon aanmanen zich te schikken naar deze bepalingen, een einde te maken aan de vastgestelde onregelmatigheid of de uitwerking ervan ongedaan te maken;

2°de daarvoor verantwoordelijke persoon verbod opleggen om gebruik te maken van de rechten of voordelen die hij uit deze verrichting, praktijk of nalatigheid die strijdig is met de wet of haar uitvoeringsbesluiten, kan halen;

3°de partijen bij een bod of partijen van wie de FSMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zij een verplicht bod moeten uitbrengen, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefenen, verplichten aan de FSMA informatie en documenten te verstrekken;

4°de bieder bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een bod dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden;

5°een bod of de publicatie van de kennisgeving ervan voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen opschorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten;

6°een bod of de publicatie van de kennisgeving ervan verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten;

7°de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 31 opschorten voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk op deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten is gepleegd;

8°de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 31 verbieden of bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 31 wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk op deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten is gepleegd;

9°een partij bij het bod bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere documenten of berichten die met overtreding van deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten zijn verspreid;

10°in voorkomend geval, zelf overgaan tot de publicatie van de conform de bepaling onder 9° bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn werd verricht;

11°elke beslissing openbaar maken die genomen is overeenkomstig de bepalingen onder 1°, 2°, 4° tot 9°, 14° en 15°, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen;

12°openbaar maken dat een partij bij het bod niet aan zijn verplichtingen voldoet, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen;

13°ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen van en een kopie maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deel II van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen;

14°bevelen dat de persoon die, ofschoon hij daartoe krachtens de wet en haar uitvoeringsbesluiten verplicht is, nalaat een verplicht bod uit te brengen, de noodzakelijke maatregelen treft;

15°bevelen dat de doelvennootschap die, ofschoon zij daartoe krachtens de wet en haar uitvoeringsbesluiten verplicht is, nalaat een memorie van antwoord op te stellen en te publiceren, hiertoe de noodzakelijke maatregelen treft.

§ 2.De beslissingen bedoeld in § 1 worden op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de verantwoordelijke persoon.

Iedere met toepassing van deze bepaling genomen beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht.

§ 3.In de gevallen bedoeld in § 1, 5° en 7°, kan de FSMA de opschortingsmaatregel telkens met een periode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen.

§ 4.De FSMA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens § 1 opgelegd bevel of verbod, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel of verbod.

§ 5.De kosten voor de in § 1 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de bieder, de doelvennootschap, de andere partijen bij het bod of de door hen aangestelde personen.

Art. 37

Onverminderd andere maatregelen genomen overeenkomstig deel II van deze wet, kan de FSMA, wanneer zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deel II van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten, aan de daarvoor verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro noch, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten, meer mag bedragen dan 2.500.000 euro.

Art. 38

Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:

1°eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;

2°eenieder die de artikelen 10, 11, 18, 20, §§ 1 tot 3, 31, §§ 1 en 2, 32 en 33, § 1, overtreedt;

3°eenieder die een krachtens artikel 36 uitgesproken opschorting of verbod, die een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent of die geen gevolg geeft aan een aanmaning die met toepassing van artikel 36 tot hem was gericht;

4°eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent de voorwaarden van het bod;

5°eenieder die met opzet in België reclame publiceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent de voorwaarden van het bod;

6°eenieder die in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven;

7°eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;

8°eenieder die met opzet in België reclame publiceert die verschilt van de reclame die door de FSMA krachtens artikel 33 is goedgekeurd;

9°eenieder die het in artikel 48 bedoelde verbod bewust miskent.

De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven bestraft door dit artikel.

Art. 39

De dwangsommen en de administratieve geldboetes, opgelegd met toepassing van de artikelen 36, § 4, en 37, worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

Art. 40

Om toezicht te houden over de toepassing van de bepalingen van deel II van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten kan de FSMA van de marktondernemingen van de gereglementeerde markten, van de exploitanten van de multilaterale handelsfaciliteiten, van de financiële tussenpersonen bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van 2 augustus 2002, en van hun opdrachtgevers, eisen dat zij haar alle inlichtingen, documenten of stukken verstrekken die zij noodzakelijk acht voor de uitvoering van haar opdracht. De personen die achtereenvolgens optreden bij het doorgeven van de orders of bij de uitvoering van de betrokken verrichtingen, en hun opdrachtgevers, zijn door eenzelfde verplichting verbonden. De mededeling van de documenten en stukken geschiedt ter plaatse.

De bemiddelaars stellen de persoon, op wiens verzoek of voor wiens rekening zij optreden, ervan vooraf in kennis dat hun optreden afhankelijk is van de toestemming om de identiteit van de eindbegunstigde van de transactie kenbaar te maken aan de FSMA.

Indien de voorschriften van het vorige lid niet worden nagekomen, mag de bemiddelaar de verrichtingen niet uitvoeren.

Art. 41

§ 1.Elke vordering, ten gronde of in kort geding gelet op haar hoogdringendheid, die volledig of gedeeltelijk steunt op één of meer bepalingen van deze wet alsook elke vordering met als doel of mogelijk gevolg de opening van een openbaar overnameaanbod of een wijziging van het resultaat, de voorwaarden of het verloop van een dergelijk bod, vallen onder de uitsluitende bevoegdheid van het Marktenhof.

Het voorgaande lid heeft geen betrekking op het verhaal dat kan worden ingesteld tegen een beslissing van de FSMA, overeenkomstig artikel 121, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 2 augustus 2002.

§ 2.De vordering wordt, op straffe van verval, ingediend binnen een termijn van 15 kalenderdagen nadat de eiser kennis heeft kunnen krijgen van het feit waarop zijn vordering steunt.

§ 3.De vorderingen bedoeld in § 1 worden, op straffe van niet-ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingediend bij ondertekend verzoekschrift ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel in zoveel exemplaren als er partijen zijn.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid, bevat het verzoekschrift:

1°de vermelding van de dag, de maand en het jaar;

2°indien de eiser een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornamen en woonplaats; indien de eiser een rechtspersoon is, zijn naam, zijn rechtsvorm, zijn maatschappelijke zetel en het orgaan dat hem vertegenwoordigt;

3°indien de gedaagde of de persoon die moet worden opgeroepen een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornamen en woonplaats of, bij gebreke aan woonplaats, zijn verblijfplaats; indien de gedaagde of de persoon die moet worden opgeroepen een rechtspersoon is, zijn naam en maatschappelijke zetel;

4°de uiteenzetting van de middelen;

5°de aanduiding van de plaats, de dag en het uur van de verschijning vastgesteld door de griffie van het hof van beroep;

6°de inventaris van de verantwoordingsstukken die samen met het verzoekschrift ter griffie zijn neergelegd.

Het verzoekschrift wordt door de griffie van het hof van beroep te Brussel ter kennis gebracht van alle partijen die door verzoeker in het geding zijn opgeroepen. Elke betrokken derde kan tussenkomen in de procedure.

Het Marktenhof stelt de termijn vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen overleggen en een kopie ervan ter griffie neerleggen. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.

Elk van de partijen kan haar schriftelijke opmerkingen neerleggen bij de griffie van het hof van beroep te Brussel en ter plaatse het dossier op de griffie raadplegen. Het Marktenhof bepaalt de termijn waarbinnen die opmerkingen worden overgelegd. Ze worden door de griffie ter kennis gebracht van de partijen.

§ 4.Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden, beslist het Marktenhof binnen een termijn van 60 kalenderdagen na het indienen van de aanvraag.

§ 5.Het Marktenhof doet uitspraak in eerste en laatste instantie. Het kan in eerste instantie geen andere vordering behandelen dan bedoeld in § 1, met dien verstande dat de regels van het Gerechtelijk Wetboek inzake samenhang en tegeneis niet hoeven te worden toegepast.

Het voorgaande lid doet evenwel geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Marktenhof om een tegeneis inzake tergend en roekeloos geding te behandelen. "

§ 6.In geval van absolute noodzakelijkheid kan het Marktenhof gevat worden bij eenzijdig verzoekschrift teneinde voorlopige maatregelen te bevelen tot op het ogenblik dat het hof zich uitspreekt op tegenspraak.