De bepalingen van deze onderafdeling gelden voor alle partijen bij het bod voor de ganse duur van de biedperiode, met dien verstande dat zij voor de bieder en de personen die met hem in onderling overleg handelen reeds gelden vanaf het ogenblik van de kennisgeving van het bod of, in voorkomend geval, vanaf het ogenblik van de mededeling bedoeld bij artikel 8.
Alle wetboeken › KB Overnamebiedingen
HOOFDSTUK II - Vrijwillig openbaar overnamebod. › Afdeling I - Vrijwillig openbaar overnamebod op effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht.
Onderafdeling III - Verplichtingen tijdens de biedperiode.
9–23
Art. 10
De partijen bij een bod, zoals bepaald in artikel 3, § 1, 7°, van de wet, onthouden zich van het (laten) bekendmaken van onjuiste of misleidende verklaringen, mededelingen of stukken die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met een bod, tegenbod of hoger bod.
Art. 11
Op vraag van de FSMA
1°maken de partijen bij het bod haar onverwijld alle akkoorden over die mogelijk een wezenlijke invloed kunnen hebben voor de beoordeling van het bod, zijn verloop en afloop;
2°publiceren de partijen bij een bod, volgens de modaliteiten bepaald door de FSMA, de pertinente clausules van een akkoord dat zij haar overeenkomstig het 1° hebben overgemaakt en die mogelijk een wezenlijke invloed kan hebben voor de beoordeling van het bod, zijn verloop en afloop.
Art. 12
§ 1.Tijdens de biedperiode geven de personen, bedoeld in § 2, elke werkdag, in voorkomend geval na de sluiting van de meest liquide markt van de betrokken effecten, kennis aan de FSMA van de volgende verrichtingen:
1°de verwerving of vervreemding van effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht, uitgegeven door de doelvennootschap of in voorkomend geval de vennootschap waarvan de effecten als tegenprestatie worden aangeboden;
2°...
§ 2.De kennisgevingsplicht, bepaald in § 1, geldt voor de volgende personen:
1°de bieder;
2°de doelvennootschap;
3°de leden van het bestuursorgaan of van het orgaan waaraan het bestuursorgaan een gedeelte van zijn bevoegdheden heeft overgedragen of gedelegeerd van de bieder of de doelvennootschap;
4°de personen die met de bieder of de doelvennootschap in onderling overleg handelen;
5°de personen die rechtstreeks of onrechtstreeks minstens 1% houden van de effecten met stemrecht... van de doelvennootschap.
§ 3.Deze kennisgevingen bevatten de volgende gegevens:
1°naam en hoedanigheid van de persoon die tot kennisgeving is verplicht;
2°datum van de verrichting(en);
3°aantal verworven of overgedragen effecten en betaalde prijs;
4°aantal effecten in het bezit na de verrichting.
Art. 13
Art. 14
Indien de effecten met stemrecht van de doelvennootschap zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat, maakt de bieder de openbaarmaking van de kennisgeving van het bod evenals het prospectus in deze lidstaat openbaar overeenkomstig de in de betrokken lidstaat geldende regeling, zodat deze inlichtingen en bescheiden er gemakkelijk en onmiddellijk beschikbaar zijn voor de effectenhouders.
Art. 15
§ 1.Tijdens de biedperiode kan de bieder zijn bod niet intrekken of wijzigen, tenzij in gunstiger zin voor de effectenhouders van de doelvennootschap.
§ 2.Wanneer, tijdens de biedperiode, de bieder of personen die in overleg met hem handelen, buiten het bod effecten van de doelvennootschap verwerven tegen een hogere prijs dan de biedprijs, of zich hiertoe hebben verbonden, dan wordt de biedprijs aan die hogere prijs aangepast.
Art. 16
In afwijking op artikel 15 en mits de toelating van de FSMA, mag de bieder zijn bod wijzigen of intrekken binnen vijf werkdagen na de kennisgeving door de doelvennootschap van:
1°de uitgifte van nieuwe effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht, tenzij deze uitgifte minder bedraagt dan 1% van het totaal van de uitgegeven effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht en voortvloeit uit verbintenissen die waren aangegaan voor de biedperiode;
2°beslissingen of verrichtingen die een aanzienlijke wijziging in de samenstelling van de activa of de passiva van de doelvennootschap tot gevolg hebben of kunnen hebben, of van zonder werkelijke tegenprestatie aangegane verplichtingen.
De bieder brengt zijn beslissing ter kennis van de FSMA. Uiterlijk de werkdag na de ontvangst van die kennisgeving, wordt de eventuele wijziging of intrekking van het bod openbaar gemaakt volgens de modaliteiten bepaald door de FSMA.
Een gewijzigd bod beantwoordt aan de vereisten van artikel 3.
In geval van uitgifte door de doelvennootschap van effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht, zoals bedoeld in het eerste lid 1°, breidt de bieder, indien hij zijn bod niet intrekt, het bod uit tot de nieuw uitgegeven effecten, eventueel aan gewijzigde voorwaarden.
Art. 17
Vanaf de in artikel 7 bedoelde openbaarmaking mag het bod slechts worden ingetrokken in de in artikel 16 bedoelde gevallen alsook in volgende gevallen:
1°bij een tegenbod of een hoger bod;
2°bij gebrek aan een noodzakelijke bestuursrechtelijke toelating om de effecten te verwerven waarop het bod slaat, voor zover het niet gaat om een bestuursrechtelijke toelating als bedoeld in artikel 4;
3°wanneer, buiten de wil van de bieder, niet is voldaan aan een door de FSMA toegelaten voorwaarde van het bod, die in de in artikel 5 bedoelde kennisgeving voorkomt;
4°met de gemotiveerde toelating van de FSMA, in uitzonderlijke omstandigheden die de verwezenlijking van het bod verhinderen, op objectieve gronden en buiten de wil van de bieder.
De intrekking van het bod wordt aan de FSMA ter kennis gebracht. Uiterlijk de werkdag na de ontvangst van die kennisgeving wordt de intrekking openbaar gemaakt volgens modaliteiten bepaald door de FSMA.
Art. 18
Indien de bieder zijn bod heeft onderworpen aan de voorwaarde, toegelaten overeenkomstig artikel 4, en voor zover de bieder niet aan deze voorwaarde verzaakt, vervalt het bod wanneer de Europese Commissie of de bevoegde nationale mededingingsautoriteiten de procedure aanvatten bedoeld bij artikel 6, lid 1, c), van de EG-concentratieverordening of een gelijkaardige nationale bepaling.
Art. 19
De doelvennootschap brengt de FSMA en de bieder onverwijld op de hoogte van elke beslissing tot uitgifte van effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht, en van elke andere beslissing die ertoe strekt of van aard kan zijn om het bod te doen mislukken, behalve het zoeken naar alternatieve biedingen.
D. Bijzondere verplichtingen in geval van een overnamebod door een bieder die de doelvennootschap controleert
Art. 20
De artikelen 20 tot 23 gelden indien een openbaar overnamebod op de effecten met stemrecht van een Belgische vennootschap wordt uitgebracht door een bieder die op het ogenblik van de kennisgeving van zijn voornemen om een bod uit te brengen, de controle in de zin van over de doelvennootschap uitoefent.
Voor de beoordeling van het bestaan van de controle worden de deelnemingen, gehouden door personen die in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen met de bieder verbonden zijn, meegerekend.
Art. 21
De onafhankelijke bestuurders van de doelvennootschap, bedoeld in artikel 7:87 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen stellen, op kosten van de bieder, één of verschillende experten aan, die onafhankelijk zijn ten aanzien van de bieder en de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen. Indien de doelvennootschap geen onafhankelijke bestuurders heeft aangesteld zoals bedoeld in artikel 7:87 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of niet genoteerd is, stelt het bestuursorgaan van de doelvennootschap deze expert(en) aan, mits akkoord van de FSMA.
De expert verantwoordt aan de FSMA zijn onafhankelijkheid ten aanzien van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen. Het verslag, bedoeld in artikel 23, bevat terzake een passende verantwoording.
Indien de bescherming van de rechten van de effectenhouders dit vereist, kan de FSMA de bieder verzoeken om, op zijn kosten, een bijkomende expert aan te stellen.
Art. 22
§ 1.Kunnen niet optreden als onafhankelijk expert:
1°de commissaris of de accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen;
2°de persoon met wie de commissaris of de accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen, een band heeft in de zin van artikel 3:62, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
3°de persoon, die voor een andere opdracht in het kader van de verrichting wordt vergoed door de bieder, de doelvennootschap of de ermee verbonden vennootschappen.
§ 2.Onverminderd de toepassing van § 1, dient de expert die zich in een situatie van afhankelijkheid of belangenconflict bevindt, de opdracht te weigeren, tenzij hij in zijn verslag de betrokken omstandigheden uitvoerig beschrijft en op pertinente wijze aantoont dat zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang komt.
De hierna volgende omstandigheden worden vermoed om een situatie van afhankelijkheid of belangenconflict te doen ontstaan:
1°een juridische band of een kapitaalband van de expert met de bieder of de doelvennootschap, hun verbonden vennootschappen of hun raadgevers;
2°een geldelijk belang van de expert, ander dan ingevolge de opdracht, bij het welslagen van de verrichting;
3°de verwezenlijking, in de loop van twee jaar voor de kennisgeving van het bod, van een andere opdracht voor de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen;
4°het bestaan, in hoofde van de expert, van een vordering op of een schuld ten aanzien van de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen, voor zover deze van aard is een economische afhankelijkheid te creëren.
§ 3.De wijze van vergoeding van de onafhankelijk expert geeft geen aanleiding tot een belangenconflict in zijn hoofde. De vergoeding van de onafhankelijk expert wordt vastgesteld in functie van de omvang en de complexiteit van zijn opdracht.
§ 4.De onafhankelijk expert toont aan dat hij de vereiste deskundigheid en passende ervaring bezit op het vlak van de waardering van ondernemingen, inzonderheid met betrekking tot ondernemingen die dezelfde omvang hebben en tot dezelfde sector behoren als de doelvennootschap. Zijn structuur en organisatie zijn aangepast aan de omvang van de opdracht die hij voornemens is te vervullen.
Art. 23
§ 1.De expert stelt als professionele en onafhankelijke partij een verslag op.
De expert waardeert, op omstandig becijferde wijze, de effecten waarop het bod slaat en, in voorkomend geval, de effecten die in ruil worden aangeboden. Hij gebruikt hierbij methodes die, gelet op de aard en de activiteit van de betrokken vennootschappen, relevant zijn en gaat hierbij uit van passende feitelijke elementen en hypothesen. De expert vermeldt de toegepaste waarderingsmethodes, de feitelijke elementen en hypothesen die werden aangewend, de gebruikte bronnen en het bekomen resultaat op grond van de gebruikte waarderingsmethodes.
Het verslag van de onafhankelijk expert omvat in het bijzonder ook:
1°een verklaring die bevestigt dat de hypotheses en methodes die de onafhankelijk expert in zijn verslag gebruikt, redelijk en pertinent zijn;
2°een analyse van de waarderingswerkzaamheden verricht door de bieder;
3°een verklaring van de onafhankelijk expert dat hij ten volle voldoet aan de vereisten van artikel 22, vergezeld van een passende motivering;
4°de vergoeding van onafhankelijke expert, evenals de opgave van de ingezette middelen in personeel en tijd, een beschrijving van de verrichte werkzaamheden en de vermelding van de gecontacteerde personen.
§ 2.De bieder maakt het verslag van de expert bekend als bijlage bij het prospectus.
§ 3.In het kader van een bod tot ruil biedt de bieder als alternatief een overeenstemmende prijs in geld indien:
1°de prijs niet bestaat uit liquide effecten toegelaten tot de handel van een gereglementeerde markt; of
2°de bieder of een met hem in onderling overleg handelende persoon tijdens de periode van 12 maanden vóór de aankondiging van het bod of tijdens de biedperiode tegen betaling in geld effecten heeft verworven die meer dan 1% van het totaal van de effecten met stemrecht vertegenwoordigen of zich hiertoe heeft verbonden.