Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 7 Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer

Afdeling 1 Misdrijven inzake de bestraffing van de discriminatie, de aanzetting tot haat en het negationisme

249–257

Art. 249

Definitie van discriminatie

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder discriminatie verstaan elke vorm van directe opzettelijke discriminatie, indirecte opzettelijke discriminatie, opdracht tot discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in het tweede lid, alsook de weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van een persoon met een handicap.

De beschermde criteria zijn: zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, moederschap, gezinsverantwoordelijkheden, medische of sociale transitie, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele oriëntatie, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst of toestand, ongeacht of dit criterium daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.

Deze beschermde criteria kunnen werkelijke of vermeende, eigen of bij associatie toegekende beschermde criteria zijn, en kunnen alleenstaand zijn, of worden gecombineerd met een of meer van de beschermde criteria bedoeld in het tweede lid.

Art. 250

Aanzetting tot discriminatie of rassenhaat

De aanzetting tot discriminatie of rassenhaat is het aannemen van een van de volgende gedragingen in het openbaar:

1°aanzetten tot discriminatie jegens een persoon op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;

2°aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;

3°aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;

4°aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;

5°feiten overeenstemmend met een misdaad van genocide bedoeld in artikel 82, een misdaad tegen de mensheid bedoeld in artikel 83 of een oorlogsmisdaad bedoeld in artikelen 84 tot 88, en als dusdanig vastgesteld door een eindbeslissing van een internationaal gerecht, ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren, wetende of verondersteld zijnde te weten dat dit gedrag hetzij een persoon, hetzij een groep, een gemeenschap of leden ervan zou kunnen blootstellen aan discriminatie, haat of geweld wegens een van een or meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid, of godsdienst, in de zin van artikel 1, § 3, van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 251

Verspreiding van raciale denkbeelden

De verspreiding van raciale denkbeelden is het in het openbaar verspreiden van denkbeelden gegrond op rassenhaat of rassuperioriteit.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 252

Deelneming aan een groepering die discriminatie of segregatie verkondigt

De deelneming aan een groepering die discriminatie of segregatie verkondigt, is het behoren tot een groepering of een vereniging, dan wel er medewerking aan verlenen, terwijl die groepering of vereniging kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt in het openbaar op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 253

Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening

§ 1.De discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent is het plegen van een discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid, door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

§ 2.Indien de dader bewijst dat hij heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij hun als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was, worden de straffen enkel toegepast op de meerderen die het bevel hebben gegeven.

§ 3.Indien personen met een openbare functie ervan beticht worden een van voormelde daden van willekeur te hebben bevolen, toegelaten of vergemakkelijkt, en zij beweren dat hun handtekening bij verrassing is verkregen, zijn zij in voorkomend geval verplicht de daad van willekeur te doen ophouden en de schuldige aan te geven; anders worden zij zelf vervolgd.

§ 4.Indien een van voormelde daden van willekeur wordt gepleegd door middel van de valse handtekening van een persoon met een openbare functie, worden de daders van de valsheid en zij die er kwaadwillig of bedrieglijk gebruik van maken, bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 254

Discriminatie bij de toegang tot goederen of diensten

Discriminatie bij de toegang tot goederen of diensten is het bij de toegang tot goederen of diensten en het aanbod van goederen of diensten die publiekelijk beschikbaar zijn, plegen van discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 255

Discriminatie binnen de arbeidsrelaties

Discriminatie binnen de arbeidsrelaties is het binnen de arbeidsrelaties, plegen van discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 256

Negationisme

Negationisme is het ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren, in het openbaar, van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

De rechter kan bovendien de bekendmaking van de beslissing bevelen overeenkomstig artikel 58.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de term genocide begrepen in de zin van artikel 2 van het Internationaal Verdrag van 9 december 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide.

Art. 257

Seksisme

Seksisme is het in het openbaar aannemen van elk gebaar of handeling die klaarblijkelijk bedoeld is om minachting uit te drukken jegens een persoon wegens zijn geslacht, of deze, om dezelfde reden, als minderwaardig te beschouwen of te reduceren tot diens geslachtelijke dimensie, en die een ernstige aantasting van de waardigheid van deze persoon tot gevolg heeft.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.