Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek 1 Algemene regels van het strafrecht

Hoofdstuk 3 Dader van het misdrijf

16–26

Art. 16

Beginsel van de individuele verantwoordelijkheid

Niemand is strafrechtelijk verantwoordelijk dan voor zijn eigen gedragingen.

Art. 17

Definitie van daderschap

Dader is de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die alle bestanddelen van het misdrijf in zich verenigt of die voldoet aan de in artikel 9 bepaalde voorwaarden:

1°hetzij in persoon;

2°hetzij door zich te bedienen van een ander persoon als louter instrument;

3°hetzij door opzettelijk met anderen samen te werken.

Art. 18

Verantwoordelijkheid van rechtspersonen

Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor de misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn voorwerp of de waarneming van zijn belangen, of die, zoals blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd.

Met rechtspersonen worden gelijkgesteld:

1°maatschappen;

2°vennootschappen in oprichting.

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen sluit die van de natuurlijke personen die daders zijn van dezelfde feiten of eraan hebben deelgenomen, niet uit.

Art. 19

Strafbare deelneming

Diegenen die wetens en willens op betekenisvolle wijze bijdragen tot een misdrijf, op de wijze en binnen de perken als hierna aangegeven, worden als deelnemers beschouwd en kunnen als daders worden gestraft:

1°zij die rechtstreeks aan de uitvoering deelnemen;

2°zij die de voorbereiding of de uitvoering van het misdrijf vergemakkelijken;

3°zij die rechtstreeks aanzetten tot het plegen van het misdrijf;

4°zij die nalaten om te handelen en hierdoor het plegen van het misdrijf rechtstreeks hebben bevorderd of vergemakkelijkt;

5°zij die hulp of bijstand verlenen aan de dader na het misdrijf indien hierover vooraf overleg is gepleegd.

In dit wetboek wordt onder het begrip "dader" ook de deelnemer aan het misdrijf begrepen.

Art. 20

Doorwerking van de verzwarende bestanddelen en de verzwarende factoren

De dader in de zin van artikel 17, 3°, of de deelnemer die kennis had of kennis had moeten hebben van het bestaan van een objectief verzwarend bestanddeel of een objectieve verzwarende factor bij het misdrijf of die wist of had moeten weten dat de verwezenlijking van dat bestanddeel of die factor in de lijn lag van het normale of voorzienbare verloop van de gebeurtenissen en die, met kennis van zaken, heeft volhard in zijn wil om mee te werken aan het plegen van dat misdrijf, wordt gestraft als dader of deelnemer van het verzwaarde misdrijf.

Subjectieve verzwarende bestanddelen en subjectieve verzwarende factoren hebben enkel gevolgen voor de straf van de dader of deelnemer aan het misdrijf indien wat hem betreft aan de toepassingsvoorwaarden ervan is voldaan.

Art. 21

Schuldontheffingsgronden

Schuldontheffingsgronden zijn de in het tweede lid bedoelde omstandigheden waardoor de dader van het strafbaar gestelde feit geen verwijt treft wegens de concrete situatie waarin hij de strafbaar gestelde gedraging stelt.

De schuldontheffingsgronden zijn:

1°de onweerstaanbare dwang;

2°de onoverkomelijke dwaling.

Art. 22

Onweerstaanbare dwang

Een persoon is niet strafrechtelijk verantwoordelijk als hij gedwongen werd door een fysieke of morele macht die hij niet heeft kunnen weerstaan.

Art. 23

Onoverkomelijke dwaling

Een persoon is niet strafrechtelijk verantwoordelijk als hij gehandeld heeft uit onoverkomelijke dwaling in rechte of in feite.

Art. 24

Gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid

De gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid zijn de in het tweede lid bedoelde omstandigheden waardoor de dader van het misdrijf niet strafrechtelijk verantwoordelijk is al blijft het stellen van de strafbaar gestelde gedraging wederrechtelijk en verwijtbaar.

De gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid zijn:

1°de geestesstoornis;

2°de minderjarigheid.

Art. 25

Geestesstoornis

Een persoon is niet strafrechtelijk verantwoordelijk als hij op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan.

Art. 26

Minderjarigheid

Behoudens in de gevallen bij wet bepaald, is een persoon niet strafrechtelijk verantwoordelijk als hij op het tijdstip van de feiten de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt.