Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a)kosteloze borgtocht: de handeling waarmee een natuurlijke persoon kosteloos een hoofdschuld verzekert ten gunste van een schuldeiser. De kosteloze aard van de borgtocht slaat op het ontbreken van enig economisch voordeel, zowel rechtstreeks als indirect, dat de borg kan genieten dankzij de borgstelling;
b)schuldeiser: iedere verkoper in de zin van artikel 1 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument;
c)schuldenaar: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.