BOEK III — TITELS XIV TOT XX Wijze van eigendomsverkrijging (art. 2011–2281) › TITEL XIV
HOOFDSTUK IV
2040–2043
Art. 2040
opgeheven
Wanneeer iemand krachtens de wet of krachtens een veroordeling verplicht is een borg te stellen, moet de aangeboden borg voldoen aan de bij de artikelen 2018 en 2019 voorgeschreven vereisten.
(Lid 2 opgeheven).
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2041
opgeheven
Hij die geen borg kan vinden, is gerechtigd voldoende pand in de plaats te geven.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2042
opgeheven
De gerechtelijke borg kan de uitwinning van de hoofdschuldenaar niet vorderen.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 2043
opgeheven
Hij die zich enkel voor een gerechtelijke borg heeft borg gesteld, kan de uitwinning van de hoofdschuldenaar noch van de borg vorderen.
Opgeheven met ingang van 1 januari 2026 door de wet 2025-06-05/09, die titel 1 van boek 9 (Persoonlijke zekerheden) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 december 2025. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.