Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581)

TITEL Vbis - (ingevoegd bij) Wettelijke samenwoning.

1475–1581

Art. 1475

§ 1.Onder "wettelijke samenwoning" wordt verstaan de toestand van samenleven van twee personen die een verklaring hebben afgelegd overeenkomstig artikel 1476.

§ 2.Om een verklaring van wettelijke samenwoning te kunnen afleggen, moeten beide partijen voldoen aan de volgende voorwaarden:

1°niet verbonden zijn door een huwelijk of door een andere wettelijke samenwoning;

2°bekwaam zijn om contracten aan te gaan overeenkomstig de artikelen 5.40 tot 5.41.

De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 10°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter gemachtigd worden om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen.

De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon.

...

Art. 1476

§ 1.Een verklaring van wettelijke samenwoning wordt afgelegd door middel van een geschrift dat tegen ontvangstbewijs wordt door de partijen persoonlijk overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.

Dat geschrift bevat de volgende gegevens:

1°de datum van de verklaring;

2°de naam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte en de handtekening van beide partijen;

3°de gemeenschappelijke woonplaats;

4°de vermelding van de wil van beide partijen om wettelijk samen te wonen;

5°de vermelding dat beide partijen vooraf kennis hebben genomen van de inhoud van de artikelen 1475 tot 1479;

6°...

De ambtenaar van de burgerlijke stand gaat na of beide partijen voldoen aan de wettelijke voorwaarden inzake de wettelijke samenwoning en maakt in voorkomend geval melding van de verklaring in het bevolkingsregister.

De partijen leggen ieder ander authentiek stuk of bewijs voor dat, in voorkomend geval, wordt gevraagd tot staving dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden, voor zover deze niet beschikbaar zijn in een andere authentieke bron.

De wettelijke samenwoning vangt aan op het ogenblik van de melding van de verklaring in het bevolkingsregister.

§ 2.De wettelijke samenwoning houdt op wanneer de partijen met elkaar in het huwelijk treden, wanneer een van de partijen overlijdt of wanneer er een einde aan wordt gemaakt overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf.

De wettelijke samenwoning kan worden beëindigd hetzij in onderlinge overeenstemming door de samenwonenden, hetzij eenzijdig door een van de samenwonenden door middel van een schriftelijke verklaring die tegen ontvangstbewijs wordt overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, zoals bepaald in het volgende lid. Dit geschrift bevat de volgende gegevens:

1°de datum van de verklaring;

2°de naam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte van beide partijen en de handtekening van beide partijen of van de partij die de verklaring aflegt;

3°de woonplaats van beide partijen;

4°de vermelding van de wil de wettelijke samenwoning te beëindigen.

De verklaring van de beëindiging in onderlinge overeenstemming wordt door de partijen persoonlijk of via een bijzondere en authentieke volmacht overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van:

1°de plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de partijen, of bij gebrek hieraan, van één van hen, of bij gebrek hieraan,

2°de laatste plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de partijen, of bij gebrek hieraan, van één van hen.

De eenzijdige verklaring van de beëindiging wordt persoonlijk of via een bijzondere en authentieke volmacht overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van:

1°de plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de partijen, of bij gebrek hieraan, van de partij die de verklaring aflegt; of bij gebrek hieraan,

2°de laatste plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de partijen, of bij gebrek hieraan, van één van hen.

De ambtenaar van de burgerlijke stand betekent binnen acht dagen de eenzijdige verklaring van de beëindiging bij gerechtsdeur-waardersexploot aan de andere partij. In elk geval moeten de kosten van de betekening en de kennisgeving vooraf worden betaald door hen die de verklaring afleggen.

De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt melding van de beëindiging van de wettelijke samenwoning in het bevolkingsregister. De wettelijke samenwoning eindigt op het ogenblik van de melding van de verklaring in het bevolkingsregister.

De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 10°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen, kan, op zijn, verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter gemachtigd worden om de wettelijke samenwoning te beëindigen.

De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon.

...

§ 3.De Koning kan de voorwaarden bepalen om de verklaring van wettelijke samenwoning en de verklaring van beëindiging van wettelijke samenwoning op elektronische wijze te overhandigen.

Art. 1476bis

Er is geen wettelijke samenwoning wanneer, ondanks de geuite wil van beide partijen om wettelijk samen te wonen, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens een van beide partijen kennelijk enkel gericht is op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van wettelijk samenwonende.

Art. 1476ter

Er is evenmin een wettelijke samenwoning wanneer deze wordt aangegaan zonder vrije toestemming van beide wettelijk samenwonenden of de toestemming van minstens een van de wettelijk samenwonenden werd gegeven onder geweld of bedreiging.

Art. 1476quater

De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert melding te maken van de verklaring van wettelijke samenwoning indien hij vaststelt dat de verklaring betrekking heeft op een in de artikelen 1476bis en 1476ter bedoelde situatie.

Indien er een ernstig vermoeden bestaat dat de verklaring betrekking heeft op een in de artikelen 1476bis en 1476ter bedoelde situatie, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand, de melding van de verklaring van wettelijke samenwoning uitstellen, na eventueel het advies van de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de partijen voornemens zijn de verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen, te hebben ingewonnen, gedurende ten hoogste twee maanden vanaf de afgifte van het in artikel 1476, § 1 bedoelde ontvangstbewijs, teneinde bijkomend onderzoek te verrichten. De procureur des Konings kan deze termijn verlengen met hoogstens drie maanden. In dat geval, geeft hij van zijn beslissing kennis aan de ambtenaar van de burgerlijke stand die de belanghebbende partijen ervan in kennis stelt.

Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen de in het tweede lid bepaalde termijn geen definitieve beslissing heeft genomen, dient hij onverwijld melding van de verklaring van wettelijke samenwoning te maken in het bevolkingsregister.

In geval van een in het eerste lid bedoelde weigering, brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand, zijn met redenen omklede beslissing onverwijld ter kennis van de belanghebbende partijen. Terzelfdertijd wordt een afschrift hiervan, samen met een kopie van alle nuttige documenten, verzonden naar de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de beslissing tot weigering genomen werd en aan de Dienst Vreemdelingenzaken.

Tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand om van de verklaring van wettelijke samenwoning melding te maken, kan door de belanghebbende partijen binnen de maand na de kennisgeving van deze beslissing beroep worden aangetekend bij de familierechtbank.

Art. 1476quinquies

§ 1.In de in de artikelen 1476bis en 1476ter bedoelde gevallen, kan een vordering tot nietigverklaring worden ingesteld door de wettelijk samenwonenden zelf en door allen die daarbij belang hebben.

De procureur des Konings vordert de nietigheid van een dergelijke wettelijke samenwoning.

Elk exploot van betekening van een vonnis of arrest dat een wettelijke samenwoning nietig verklaart, wordt door de optredende gerechtsdeurwaarder onmiddellijk in afschrift meegedeeld aan de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken.

Wanneer de nietigheid van de wettelijke samenwoning is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, stuurt de griffier, onverwijld een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte en de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis of arrest aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van woonplaats van beide partijen of, indien de partijen geen woonplaats hebben in dezelfde gemeente, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de woonplaats van elk van hen en aan de Dienst Vreemdelingenzaken.

De griffier brengt de partijen hiervan in kennis.

De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt onverwijld melding van de nietigverklaring van de wettelijke samenwoning in het bevolkingsregister.

§ 2.De in de artikelen 1476bis en 1476ter bedoelde wettelijke samenwoning, die nietig verklaard is, heeft niettemin gevolgen ten voordele van de partij die de wettelijke samenwoning te goeder trouw is aangegaan.

Ze heeft eveneens gevolgen ten voordele van de kinderen, ook al is geen van beide partijen te goeder trouw geweest.

Art. 1477

§ 1.De bepalingen van dit artikel die de rechten, verplichtingen en bevoegdheden van de wettelijk samenwonenden regelen, zijn van toepassing door het enkele feit van de wettelijke samenwoning.

§ 2.De artikelen 215, 220, § 1, en 224, § 1, 1, zijn van overeenkomstige toepassing op de wettelijke samenwoning.

§ 3.De wettelijk samenwonenden dragen bij in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden.

§ 4.Iedere schuld die door een der wettelijk samenwonenden wordt aangegaan ten behoeve van het samenleven en van de kinderen die door hen opgevoed worden, verbindt de andere samenwonende hoofdelijk. Deze is echter niet aansprakelijk voor schulden die, gelet op de bestaansmiddelen van de samenwonenden, buitensporig zijn.

(§ 5. De langstlevende wettelijk samenwonende is gehouden tot de verplichting gesteld in artikel 203, § 1, ten aanzien van de kinderen van de vooroverleden wettelijk samenwonende van wie hij niet de vader of de moeder is, binnen de grenzen van hetgeen hij krachtens artikel 745octies, § 1, heeft verkregen uit de nalatenschap van de vooroverledene en van de voordelen die deze hem mocht hebben verleend bij schenking, testament of in de in artikel 1478 bedoelde overeenkomst.)

Deze verplichting vervalt ten aanzien van het kind dat onwaardig is om van de vooroverleden wettelijk samenwonende te erven. De rechter schort zijn uitspraak op tot de beslissing die tot onwaardigheid leidt in kracht van gewijsde is getreden.

(§ 6....

Art. 1478

Elk van de wettelijk samenwonenden behoudt de goederen waarvan hij de eigendom kan bewijzen, de inkomsten uit deze goederen en de opbrengsten uit arbeid.

De goederen waarvan geen van beide wettelijk samenwonenden de eigendom kan bewijzen en de inkomsten daarvan worden geacht in onverdeeldheid te zijn.

Indien de overlevende wettelijk samenwonende een erfgenaam is van de vooroverledene, wordt de in het vorige lid bedoelde onverdeeldheid ten aanzien van de erfgenamen met voorbehouden erfdeel als een schenking beschouwd, behoudens tegenbewijs.

Voorts regelen de samenwonenden hun wettelijke samenwoning naar goeddunken door middel van een overeenkomst, voor zover deze geen beding bevat dat strijdig is met artikel 1477, met de openbare orde of de goede zeden, noch met de regels betreffende het ouderlijk gezag en de voogdij, noch met de regels die de wettelijke orde van de erfopvolging bepalen. Die overeenkomst wordt in authentieke vorm verleden voor de notaris....

De beschermde persoon die krachtens artikel 492/1, § 2, derde lid, 14/1°, onbekwaam werd verklaard om een overeenkomst zoals bedoeld in het vorige lid af te sluiten en te wijzigen, kan dergelijke overeenkomst afsluiten en wijzigen na hiertoe, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, te zijn gemachtigd op basis van het door de notaris opgestelde ontwerp.

De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

In bijzondere gevallen kan de vrederechter de bewindvoerder machtigen alleen op te treden of hem toestaan de beschermde persoon bij te staan. De bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtspleging is van toepassing. Bij het verzoekschrift wordt een kopie gevoegd van de notariële ontwerpakte.

Art. 1479

Indien de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden ernstig verstoord is, beveelt de familierechtbank, op verzoek van één van de partijen, de dringende maatregelen die analoog zijn met die waarin de artikelen 1253ter/5 en 1253ter/6 van het Gerechtelijk Wetboek voorzien.

De rechtbank bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die zij oplegt. Hoe dan ook vervallen die maatregelen op de dag dat de wettelijke samenwoning, zoals bedoeld in artikel 1476, § 2, zesde lid, wordt beëindigd, behalve wanneer deze maatregelen de gemeenschappelijke kinderen van de wettelijk samenwonenden betreffen.

Na de beëindiging van het wettelijk samenwonen en voor zover de vordering binnen drie maanden na die beëindiging is ingesteld, gelast de rechtbank de dringende en voorlopige maatregelen die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn. Zij bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die zij oplegt....

De rechtbank beschikt overeenkomstig de artikelen 1253ter tot 1253octies van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 1480

Wanneer de wettelijke samenwoning eindigt door het overlijden van een van de partijen, kan de langstlevende partij in aanmerking komen voor een preferentiële toewijzing, tegen opleg indien daartoe grond bestaat, door zich bij voorrang te doen toewijzen, voor zover deze behoren tot het vermogen dat exclusief tussen de wettelijk samenwonenden in onverdeeldheid is:

1°een van de onroerende goederen die tot gezinswoning dient;

2°het aldaar aanwezige huisraad;

3°de goederen die hij aanwendt voor de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf.

Art. 1481

§ 1.Wanneer aan de wettelijke samenwoning een einde komt via een schriftelijke verklaring, hetzij in onderlinge overeenstemming, hetzij eenzijdig, kan elk van de wettelijk samenwonenden tijdens de vereffeningsprocedure in aanmerking komen voor een preferentiële toewijzing, door aan de familierechtbank te vragen om de in artikel 1480 bedoelde bepalingen in zijn voordeel toe te passen.

§ 2.De rechtbank beslist met inachtneming van de belangen die ieder van de wettelijk samenwonenden kan doen gelden en rekening houdend met de financiële mogelijkheden van degene die in voorkomend geval de opleg zal moeten betalen. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt ingegaan op het verzoek van de wettelijk samenwonende die slachtoffer is van een feit bedoeld in de artikelen 146, vijfde streepje, 201, 1° tot 3°, 206 tot 208, 210, 211 en 299 van het Strafwetboek of van een poging tot het plegen van een feit bedoeld in de artikelen 101, 146, vijfde streepje, en 209 van hetzelfde Wetboek, indien de andere wettelijk samenwonende door een in kracht van gewijsde gegane beslissing uit dien hoofde als dader of deelnemer schuldig werd bevonden of indien de strafvordering tegen de andere wettelijk samenwonende is vervallen na toepassing van de procedure bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering.

Art. 1482

(Opgeheven)

Art. 1483

(Opgeheven)

Art. 1484

(Opgeheven)

Art. 1485

(Opgeheven)

Art. 1486

(Opgeheven)

Art. 1487

(Opgeheven)

Art. 1488

(Opgeheven)

Art. 1489

(Opgeheven)

Art. 1490

(Opgeheven)

Art. 1491

(Opgeheven)

Art. 1492

(Opgeheven)

Art. 1493

(Opgeheven)

Art. 1494

(Opgeheven)

Art. 1495

(Opgeheven)

Art. 1496

(Opgeheven)

Art. 1497

(Opgeheven)

Art. 1498

(Opgeheven)

Art. 1499

(Opgeheven)

Art. 1500

(Opgeheven)

Art. 1501

(Opgeheven)

Art. 1502

_ (Opgeheven)

Art. 1503

(Opgeheven)

Art. 1504

(Opgeheven)

Art. 1505

(Opgeheven)

Art. 1506

(Opgeheven)

Art. 1507

(Opgeheven)

Art. 1508

(Opgeheven)

Art. 1509

(Opgeheven)

Art. 1510

(Opgeheven)

Art. 1511

(Opgeheven)

Art. 1512

(Opgeheven)

Art. 1513

(Opgeheven)

Art. 1514

(Opgeheven)

Art. 1515

(Opgeheven)

Art. 1516

(Opgeheven)

Art. 1517

(Opgeheven)

Art. 1518

(Opgeheven)

Art. 1519

(Opgeheven)

Art. 1520

(Opgeheven)

Art. 1521

(Opgeheven)

Art. 1522

(Opgeheven)

Art. 1523

(Opgeheven)

Art. 1524

(Opgeheven)

Art. 1525

(Opgeheven)

Art. 1526

(Opgeheven)

Art. 1527

(Opgeheven)

Art. 1528

(Opgeheven)

Art. 1529

(Opgeheven)

Art. 1530

(Opgeheven)

Art. 1531

(Opgeheven)

Art. 1532

(Opgeheven)

Art. 1533

(Opgeheven)

Art. 1534

(Opgeheven)

Art. 1535

(Opgeheven)

Art. 1536

(Opgeheven)

Art. 1537

(Opgeheven)

Art. 1538

(Opgeheven)

Art. 1539

(Opgeheven)

Art. 1540

(Opgeheven)

Art. 1541

(Opgeheven)

Art. 1542

(Opgeheven)

Art. 1543

(Opgeheven)

Art. 1544

(Opgeheven)

Art. 1545

(Opgeheven)

Art. 1546

(Opgeheven)

Art. 1547

(Opgeheven)

Art. 1548

(Opgeheven)

Art. 1549

(Opgeheven)

Art. 1550

(Opgeheven)

Art. 1551

(Opgeheven)

Art. 1552

(Opgeheven)

Art. 1553

(Opgeheven)

Art. 1554

(Opgeheven)

Art. 1555

(Opgeheven)

Art. 1556

(Opgeheven)

Art. 1557

(Opgeheven)

Art. 1558

(Opgeheven)

Art. 1559

(Opgeheven)

Art. 1560

(Opgeheven)

Art. 1561

(Opgeheven)

Art. 1562

(Opgeheven)

Art. 1563

(Opgeheven)

Art. 1564

(Opgeheven)

Art. 1565

(Opgeheven)

Art. 1566

(Opgeheven)

Art. 1567

(Opgeheven)

Art. 1568

(Opgeheven)

Art. 1569

(Opgeheven)

Art. 1570

(Opgeheven)

Art. 1571

(Opgeheven)

Art. 1572

(Opgeheven)

Art. 1573

(Opgeheven)

Art. 1574

(Opgeheven)

Art. 1575

(Opgeheven)

Art. 1576

(Opgeheven)

Art. 1577

(Opgeheven)

Art. 1578

(Opgeheven)

Art. 1579

(Opgeheven)

Art. 1580

(Opgeheven)

Art. 1581

(Opgeheven)