Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS VI TOT XIII Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1582–2010) › TITEL VI - KOOP.

HOOFDSTUK I - AARD EN VORM VAN DE KOOP.

1582–1593

Art. 1582

Koop is een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een zaak te leveren, en de andere om daarvoor een prijs te betalen.

Hij kan bij authentieke of bij onderhandse akte worden aangegaan.

Art. 1583

Hij is tussen partijen voltrokken, en de koper verkrijgt van rechtswege de eigendom ten aanzien van de verkoper, zodra er overeenkomst is omtrent de zaak en de prijs, hoewel de zaak nog niet geleverd en de prijs nog niet betaald is.

Art. 1584

Koop kan worden aangegaan hetzij eenvoudig, hetzij onder een opschortende of onder een ontbindende voorwaarde.

Hij kan ook twee of meer alternatieve zaken tot voorwerp hebben.

In al die gevallen worden de gevolgen van de koop geregeld naar de algemene beginselen van de overeenkomsten.

Art. 1585

Wanneer koopwaren niet bij de hoop, maar bij het gewicht, het getal of de maat verkocht zijn, is de koop nog niet voltrokken, in die zin dat het risico van de verkochte zaken voor de verkoper blijft totdat zij zijn gewogen, geteld of gemeten; maar de koper kan ofwel de levering ervan eisen, ofwel, in geval van niet-uitvoering van de verbintenis, schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.

Art. 1586

Wanneer echter de koopwaren bij de hoop verkocht zijn, is de koop voltrokken, hoewel de koopwaren nog niet zijn gewogen, geteld of gemeten.

Art. 1587

Ten aanzien van wijn, olie en andere zaken die men gewoon is te proeven alvorens ze te kopen, is er geen koop zolang de koper die niet heeft geproefd en aanvaard.

Art. 1588

Koop op proef wordt altijd vermoed te zijn aangegaan onder een opschortende voorwaarde.

Art. 1589

Verkoopbelofte geldt als koop, wanneer er wederzijdse toestemming van de partijen is omtrent de zaak en omtrent de prijs.

Art. 1590

Indien bij de verkoopbelofte handgeld is gegeven, is ieder van de contractanten vrij van de verkoopbelofte af te zien:

Hij die het handgeld heeft gegeven, door het te laten behouden.

En hij die het handgeld heeft ontvangen, door het dubbel terug te geven.

Art. 1591

De koopprijs moet bepaald zijn en door de partijen worden vastgesteld.

Art. 1592

De bepaling van de koopprijs kan echter aan een derde worden overgelaten; indien de derde de waardering niet wil of niet kan doen, is er geen koop.

Art. 1593

De kosten van de akten en andere bijkomende kosten van de koop komen ten laste van de koper.