§ 1.Het deel van de nalatenschap dat overeenkomstig artikel 913 aan de kinderen is voorbehouden wordt enkel bezwaard met vruchtgebruik ten voordele van de langstlevende echtgenoot wanneer hij recht heeft op het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap en in de mate als bepaald in artikel 858ter.
§ 2.In alle andere gevallen wordt het voorbehouden erfdeel van de kinderen enkel binnen onderstaande grenzen met dat vruchtgebruik bezwaard:
1°wanneer de rechten van de langstlevende echtgenoot werden beperkt tot het vruchtgebruik van een breukdeel van de nalatenschap, bezwaart dat vruchtgebruik eerst het saldo van het beschikbaar deel nadat hierop de giften werden aangerekend zoals bepaald in artikel 922/1, § 3. Indien dat saldo niet volstaat om de langstlevende echtgenoot te voldoen in de hem toegekende rechten van vruchtgebruik, wordt het saldo van het vruchtgebruik dat hem toekomt ten laste gelegd van het voorbehouden erfdeel dat aan de kinderen is toegekend, elk voor een gelijk deel;
2°wanneer de rechten van de langstlevende echtgenoot werden beperkt tot het gedeelte zoals bepaald in artikel 915bis, § 1, bezwaart dat vruchtgebruik eerst het saldo van het beschikbaar deel nadat hierop de giften werden aangerekend zoals bepaald in artikel 922/1, § 3. Indien dat saldo niet volstaat om de langstlevende echtgenoot in zijn rechten van vruchtgebruik te voldoen, kan hij de inkorting eisen van de op het beschikbaar deel aangerekende giften, in de volgorde zoals bepaald in artikel 923. Die inkorting gebeurt overeenkomstig het bepaalde in artikel 920;
3°wanneer de rechten van de langstlevende echtgenoot werden beperkt tot het vruchtgebruik van bepaalde goederen van de nalatenschap en die goederen, door de verdeling, aan de kinderen zijn toegewezen, kunnen de kinderen een compensatie voor de last van dat vruchtgebruik vorderen, in de mate waarin dit hun recht op een voorbehouden erfdeel van de nalatenschap bezwaart.
In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, kan de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik waarvan hij de inkorting niet kan verkrijgen, hetzij omwille van artikel 915bis, § 2/1 hetzij omdat hij aan de vordering tot inkorting heeft verzaakt, niet ten laste van het voorbehouden erfdeel van de kinderen leggen.
De compensatie bedoeld in het eerste lid, 3°, komt ten laste van de begunstigden van de op het beschikbaar deel aan te rekenen legaten, zoals bepaald in artikel 922/1, § 3, alsook van de kinderen zelf in de mate waarin zij, naast hun voorbehouden erfdeel, in de goederen van de nalatenschap ook een deel of het geheel van het saldo van het beschikbaar deel ontvangen. Zij dragen allen de last van deze compensatie in verhouding tot de waarde van de goederen die zij ontvangen, met uitzondering van het voorbehouden erfdeel van de kinderen.
De globale compensatie is gelijk aan de gekapitaliseerde waarde van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot, bepaald overeenkomstig artikel 745sexies, § 3.
§ 3.Wanneer de langstlevende wettelijke samenwonende recht heeft op het vruchtgebruik van bepaalde goederen van de nalatenschap en die goederen, door de verdeling, zijn toegewezen aan de kinderen, kunnen zij een compensatie vorderen voor de last van dat vruchtgebruik, in de mate waarin dit hun recht op een voorbehouden erfdeel van de nalatenschap bezwaart.
Die compensatie komt ten laste van de begunstigden van de op het beschikbaar deel aangerekende legaten zoals bepaald in artikel 922/1, § 3, alsook van de kinderen zelf voor zover zij, naast hun voorbehouden erfdeel, in de goederen van de nalatenschap ook het saldo van het beschikbaar deel geheel of gedeeltelijk ontvangen. Zij dragen allen de last van deze compensatie in verhouding tot de waarde van de goederen die zij ontvangen, behoudens het reservatair erfdeel van de kinderen.
De globale compensatie is gelijk aan de gekapitaliseerde waarde van het vruchtgebruik van de langstlevende wettelijke samenwonende, bepaald overeenkomstig artikel 745sexies, § 3.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.