Alle wetboeken › Oud BW

INLEIDENDE TITEL EN BOEK I Personen (art. 1–515) › BOEK I - PERSONEN. › TITEL II - DE BURGERLIJKE STAND. › HOOFDSTUK II - De verschillende akten van de burgerlijke stand.

Afdeling 3 De akten van erkenning

50–51

Art. 50

De akte van prenatale erkenning vermeldt:

1°de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van de moeder;

2°de naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats en de hoedanigheid van de erkenner;

3°de toestemming van de moeder, met vermelding van de datum, plaats en autoriteit voor wie de toestemming werd gegeven, of de rechterlijke instantie, de datum en het identificatienummer van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarin de toestemming werd vastgesteld. De rechterlijke beslissing wordt als bijlage in de DABS opgenomen.

Art. 51

De akte van erkenning vermeldt:

1°de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van het kind;

2°de naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, en, in voorkomend geval de overlijdensdatum en de overlijdensplaats van de ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststond voor de erkenning;

3°de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats en de hoedanigheid van de erkenner;

4°in voorkomend geval, de toestemming van de personen bedoeld in artikel 329bis of de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarin de vervangende toestemming of de machtiging tot erkenning werd vastgesteld, met vermelding van:

a)de naam en de voornamen van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind indien deze in de erkenning heeft toegestemd;

b)de datum, plaats en autoriteit voor wie de toestemming werd gegeven, of de rechterlijke instantie, de datum en het identificatienummer van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarin de vervangende toestemming of de machtiging tot erkenning werd vastgesteld;

5°in voorkomend geval, de nieuwe naam en de verklaring van naamskeuze door de vader of de meemoeder en de moeder;

5°/1 in voorkomend geval, de nieuwe naam en de verklaring van naamskeuze door het meerderjarige kind;

6°in voorkomend geval, de nieuwe voornaam;

7°in voorkomend geval, het feit dat de in artikel 329bis, § 3, bedoelde personen niet hebben toegestemd.