Alle wetboeken › MAR

HOOFDSTUK 7 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

37–39

Art. 37

Intrekking van Richtlijn 2003/6/EG en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen

Richtlijn 2003/6/EG en Richtlijnen 2004/72/EG, 2003/125/EG () en 2003/124/EG () van de Commissie en Verordening (EG) No 2273/2003 van de Commissie () worden per 3 juli 2016 ingetrokken. Verwijzingen naar Richtlijn 2003/6/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II bij deze verordening.

Art. 38

Verslagen

Uiterlijk op5 december 2028dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging ervan. In het verslag wordt onder andere ingegaan op:

a)de noodzaak van invoering van gemeenschappelijke regels over de noodzaak van invoering door alle lidstaten van administratieve sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie;

b)de vraag of de definitie van handel met voorwetenschap volstaat om daar alle informatie onder te laten vallen waarover bevoegde autoriteiten moeten beschikken om marktmisbruik effectief te kunnen bestrijden;

c)de vraag of de bepaling in artikel 17, lid 1, inzake de niet-openbaarmaking van voorwetenschap met betrekking tot tussenstappen in een in de tijd gespreid proces een passend evenwicht biedt tussen het verminderen van de lasten voor uitgevende instellingen en het in staat stellen van beleggers om geïnformeerde beleggingsbeslissingen te nemen, en

d)de evenredigheid van de absolute bedragen, zoals bedoeld in artikel 30, lid 2, punt j), iii) en iv), en de geschiktheid ervan voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), brengt ESMA de toepassing van administratieve sancties in kaart alsook de toepassing van die strafrechtelijke sancties in de lidstaten, indien de lidstaten er krachtens artikel 30, lid 1, tweede alinea, voor hebben gekozen strafrechtelijke sancties vast te stellen voor de in dat artikel bedoelde inbreuken op deze verordening. Dit omvat ook alle gegevens zoals bedoeld in artikel 33, leden 1 en 2.

Uiterlijk op5 december 2031dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van het mechanisme voor marktoverschrijdend ordergegevenstoezicht, de gevolgen ervan voor het vermogen van de nationale bevoegde autoriteiten om doeltreffend toezicht te waarborgen, de wijze waarop dat mechanisme kan worden gehandhaafd, en de voordelen van de mogelijke opneming van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in het toepassingsgebied van het mechanisme.

Uiterlijk op5 december 2028dient de Commissie na raadpleging van ESMA een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over het niveau van de in artikel 19, lid 1 bis, punten a) en b), bedoelde drempels met betrekking tot transacties door leidinggevenden wanneer de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling deel uitmaken van een instelling voor collectieve belegging of blootstelling inhouden voor een portfolio van activa, teneinde te beoordelen of het niveau passend is of moet worden aangepast.

De Commissie is overeenkomstig artikel 35 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 19, lid 1 bis, onder a) en b), bedoelde drempels aan te passen wanneer het in dat verslag constateert dat die drempels moeten worden aangepast.

Art. 39

Inwerkingtreding en toepassing

1.Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het

Publicatieblad van de Europese Unie

2.Zij is van toepassing met ingang van 3 juli 2016, met uitzondering van:

a)artikel 4, leden 2 en 3, die van toepassing zijn met ingang van 3 januari 2018, en

b)artikel 4, leden 4 en 5, artikel 5, lid 6, artikel 6, leden 5 en 6, artikel 7, lid 5, artikel 11, leden 9, 10 en 11, artikel 12, lid 5, artikel 13, leden 7 en 11, artikel 16, lid 5, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, leden 3, 10 en 11, artikel 18, lid 9, artikel 19, leden 13, 14 en 15, artikel 20, lid 3, artikel 24, lid 3, artikel 25, lid 9, artikel 26, lid 2, tweede, derde en vierde alinea, artikel 32, lid 5, en artikel 33, lid 5, die van toepassing zijn met ingang van 2 juli 2014.

3.De lidstaten stellen uiterlijk op 3 juli 2016 de bepalingen vast voor de naleving van de artikelen 22, 23 en 30, artikel 31, lid 1 en de artikelen 32 en 34.

4.Verwijzingen in deze verordening naar Richtlijn 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 600/2014 worden vóór

3 januari 2018

gelezen als verwijzingen naar Richtlijn 2004/39/EG in overeenstemming met de concordantietabel in bijlage IV bij Richtlijn 2014/65/EU voor zover de concordantietabel bepalingen bevat die verwijzen naar Richtlijn 2004/39EG.

Indien in de bepalingen van deze verordening wordt verwezen naar OTF’s, mkb-groeimarkten, emissierechten of geveilde producten die daarop zijn gebaseerd, zijn die bepalingen niet van toepassing op OTF’s, mkb-groeimarkten, emissierechten of geveilde producten die daarop zijn gebaseerd tot 3 januari 2018.