Alle wetboeken › MAR

HOOFDSTUK 5 ADMINISTRATIEVE MAATREGELEN EN SANCTIES

30–34

Art. 30

Administratieve sancties en andere administratieve maatregelen

1.Onverminderd strafrechtelijke sancties en onverminderd de toezichtsbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van artikel 23 zorgen de lidstaten er overeenkomstig het nationale recht voor dat de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben passende administratieve sancties en administratieve maatregelen te nemen met betrekking tot in ieder geval de volgende inbreuken:

a)inbreuken op de artikelen 14 en 15, artikel 16, leden 1 en 2, artikel 17, leden 1, 2, 4 en 5 en lid 8, artikel 18, leden 1 tot en met 6, artikel 19, lid 1, lid 2, lid 3, lid 5, lid 6, lid 7 en lid 11 en artikel 20, lid 1, en

b)weigering om aan een onderzoek of een inspectie mee te werken of gehoor te geven aan een vordering of verzoek zoals bedoeld in artikel 23, lid 2.

De lidstaten kunnen tot 3 juli 2016 besluiten geen bepalingen betreffende administratieve sancties als bedoeld in de eerste alinea vast te stellen indien de onder a) of onder b) van de eerste alinea bedoelde inbreuken in het nationale recht reeds aan strafrechtelijke sancties onderworpen zijn. Indien zij dit besluiten, stellen zij de Commissie en ESMA in detail in kennis van de strafrechtbepalingen in kwestie.

Uiterlijk op 3 juli 2016 stellen de lidstaten de Commissie en ESMA in detail in kennis van de in de eerste en de tweede alinea bedoelde regels. Zij stellen de Commissie en ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.

2.Lidstaten zorgen er overeenkomstig het nationale recht voor dat de bevoegde autoriteiten in het geval van de in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde inbreuken beschikken over de bevoegdheid ten minste de volgende administratieve sancties op te leggen en ten minste de volgende administratieve maatregelen te nemen:

a)een bevel waarbij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon wordt verplicht de gedraging te staken en af te zien van herhaling van die gedraging;

b)een besluit strekkende tot terugbetaling van de met de inbreuk gemaakte winst of tot vergoeding van het met de inbreuk geleden verlies, voor zover deze kunnen worden vastgesteld;

c)een publieke waarschuwing waarin de verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk worden geïdentificeerd;

d)het intrekken of opschorten van de vergunning van een beleggingsonderneming;

e)een tijdelijk verbod voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om leidinggevende taken in beleggingsondernemingen, alsook in benchmarkbeheerders of in onder toezicht staande contribuanten;

f)in het geval van herhaalde inbreuken op artikel 14 of 15, een verbod van ten minste tien jaar voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming, een benchmarkbeheerder of een onder toezicht staande contribuant of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om leidinggevende taken in beleggingsondernemingen uit te oefenen, alsook in benchmarkbeheerders of in onder toezicht staande contribuanten;

g)een tijdelijk verbod voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming, een benchmarkbeheerder of een onder toezicht staande contribuant, of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om te handelen voor eigen rekening;

h)maximale administratieve financiële sancties van ten minste driemaal het bedrag van de vanwege de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld;

i)met betrekking tot een natuurlijke persoon, maximale administratieve financiële sancties van ten minste;

i)voor inbreuken op de artikelen 14 en 15, 5 000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, of

ii) voor inbreuken van de artikelen 16 en 17, 1 000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en

iii) voor inbreuken op de artikelen 18, 19 en 20, 500 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en

j)met betrekking tot een rechtspersoon, maximale administratieve financiële sancties van ten minste:

i)voor inbreuken op de artikelen 14 en 15, 15 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening of 15 000 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;

ii) voor inbreuken op artikel 16, 2 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening, of 2 500 000 EUR, of in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;

iii) voor inbreuken op artikel 17, 2 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat het bedrag van de administratieve sanctie op basis van de totale jaaromzet onevenredig laag zou zijn, gelet op de in artikel 31, lid 1, punten a), b) en d) tot en met h), bedoelde omstandigheden, zorgen de lidstaten ervoor dat dergelijke autoriteiten administratieve sancties van ten minste 2 500 000 EUR kunnen opleggen. Indien de rechtspersoon een kleine of middelgrote onderneming (mkb-onderneming) is, kunnen de lidstaten ervoor zorgen dat dergelijke autoriteiten als alternatief administratieve sancties van ten minste 1 000 000 EUR kunnen opleggen, of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;

iv) voor inbreuken op de artikelen 18 en 19, 0,8 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat het bedrag van de administratieve sanctie op basis van de totale jaaromzet onevenredig laag zou zijn, gelet op de in artikel 31, lid 1, punten a), b) en d) tot en met h), bedoelde omstandigheden, zorgen de lidstaten ervoor dat dergelijke autoriteiten administratieve sancties van ten minste 1 000 000 EUR kunnen opleggen. Indien de rechtspersoon een kleine of middelgrote onderneming (mkb-onderneming) is, kunnen de lidstaten ervoor zorgen dat dergelijke autoriteiten als alternatief administratieve sancties kunnen opleggen van ten minste 400 000 EUR, of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;

v)voor inbreuken op artikel 20, 0,8 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening of 1 000 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014.

Verwijzingen naar de bevoegde autoriteit in dit lid gelden onverminderd het bevoegdheden van de bevoegde autoriteit haar taken uit te oefenen op de wijzen zoals bedoeld in artikel 23, lid 1.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt j), indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die op grond van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad () verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen, is de relevante omzet de totale jaaromzet of de overeenkomstige soort inkomsten in overeenstemming met de jaarrekeningrichtlijnen in kwestie, Richtlijn 86/635/EEG () van de Raad voor banken en Richtlijn 91/674/EEG () van de Raad voor verzekeringsondernemingen, volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.

3.De lidstaten kunnen bevoegde autoriteiten uit hoofde van het nationale recht andere dan de in lid 2 bedoelde bevoegdheden geven en kunnen in hogere sancties voorzien dan die welke in dat lid zijn vastgesteld.

4.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „kleine of middelgrote onderneming” of „mkb-onderneming” verstaan een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (

18

).

Art. 31

Uitoefening van bevoegdheden inzake toezicht en het opleggen van sancties

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat bevoegde autoriteiten bij het bepalen van de soort en de hoogte van de administratieve sancties rekening houden met alle relevante omstandigheden, zodat evenredige sancties worden opgelegd, waaronder, indien passend:

a)de ernst en de duur van de inbreuk;

b)de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

c)de financiële draagkracht van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, gezien bijvoorbeeld de totale omzet van een rechtspersoon of het jaarinkomen van een natuurlijke persoon;

d)de omvang van de door de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover die kunnen worden bepaald;

e)de mate van medewerking met de bevoegde autoriteit door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

f)eerdere inbreuken door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

g)maatregelen die de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk na de inbreuk heeft genomen om herhaling van de inbreuk te voorkomen, en

h)het nadeel dat voor de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk voortvloeit uit het naast elkaar bestaan van strafrechtelijke en administratieve procedures en sancties voor dezelfde gedraging.

2.Bij de uitoefening van hun bevoegdheden om uit hoofde van artikel 30 administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op te leggen, werken de bevoegde autoriteiten nauw samen om ervoor te zorgen dat de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden en de administratieve sancties die zij opleggen, en de andere administratieve maatregelen die zij nemen, uit hoofde van deze verordening, doeltreffend en passend zijn. Zij coördineren overeenkomstig artikel 25 hun activiteiten om met betrekking tot grensoverschrijdende gevallen dubbel werk en overlappingen bij de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksactiviteiten en bij het opleggen van administratieve sancties en boeten te voorkomen.

Art. 32

Melding van inbreuken

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten doeltreffende mechanismen instellen om het melden van daadwerkelijke of potentiële inbreuken op deze verordening aan de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken.

2.De in lid 1 bedoelde mechanismen omvatten ten minste:

a)specifieke procedures voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen van inbreuken, met inbegrip van het vaststellen van veilige communicatiekanalen voor dergelijke meldingen;

b)op de arbeidsplaats ten minste passende bescherming voor personen die bij hun een arbeidsovereenkomst hebben of bij hen in dienst zijn die inbreuken melden of die van inbreuken worden beschuldigd, tegen vergelding, discriminatie of andere vormen van onbillijke behandeling, en

c)bescherming van persoonsgegevens van zowel de persoon die de inbreuken meldt als de natuurlijke persoon die ervan beschuldigd wordt een inbreuk te hebben gemaakt, met inbegrip van bescherming in de vorm van geheimhouding van de identiteit van de personen in kwestie, in alle stadia van de procedure, onverminderd de krachtens nationaal recht vereiste openbaarmaking van deze informatie in het kader van een onderzoek of daaropvolgende gerechtelijke procedures.

3.De lidstaten verplichten werkgevers die activiteiten uitvoeren, welke worden gereguleerd door regelgeving op het gebied van financiële diensten, om passende interne procedures in te stellen voor het melden van inbreuken van deze verordening.

4.De lidstaten kunnen in de mogelijkheid voorzien dat aan personen die belangrijke informatie verstrekken over mogelijke inbreuken op deze verordening financiële stimulansen worden toegekend overeenkomstig het nationale recht, wanneer deze personen niet reeds andere wettelijke of contractuele verplichtingen hebben om dergelijke informatie te melden, en mits de informatie niet nieuw is en de informatie resulteert in het opleggen van een administratieve sanctie of een strafrechtelijke sanctie of het nemen van een andere administratieve maatregel vanwege een inbreuk op deze verordening.

5.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor het nader uitwerken van de in de lid 1 bedoelde procedure, met inbegrip van de voorwaarden voor verslaglegging en het opvolgen van verslagen, en maatregelen voor de bescherming van personen die werkzaam zijn onder een arbeidscontract en maatregelen voor de bescherming van persoonlijke gegevens. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Art. 33

Uitwisseling van informatie met ESMA

1.De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA jaarlijks geaggregeerde informatie over alle administratieve maatregelen, sancties en boeten die door de bevoegde autoriteit zijn opgelegd overeenkomstig de artikelen 30, 31 en 32. ESMA publiceert deze informatie in een jaarverslag. De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA elk jaar ook geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over alle administratieve onderzoeken die overeenkomstig deze artikelen zijn gehouden.

2.Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 30, lid 1, tweede alinea, besloten hebben strafrechtelijke sancties op te leggen voor inbreuken op de in dat artikel bedoelde bepalingen van deze verordening verstrekken hun bevoegde autoriteiten ESMA elk jaar geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over alle overeenkomstig de artikelen 30, 31 en 32 gehouden strafrechtelijke onderzoeken en de strafrechtelijke sancties die de gerechtelijke autoriteiten hebben opgelegd. ESMA publiceert de gegevens over opgelegde strafrechtelijke sancties in een jaarverslag.

3.Wanneer de bevoegde autoriteit administratieve maatregelen, sancties, boeten en strafrechtelijke sancties openbaar heeft gemaakt, doet zij van deze administratieve maatregelen, sancties, boeten en strafrechtelijke sancties tegelijkertijd verslag bij ESMA.

4.Wanneer een gepubliceerde administratieve of strafrechtelijke of andere administratieve sanctie betrekking heeft op een beleggingsonderneming met een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU, neemt ESMA een verwijzing naar de gepubliceerde sanctie of maatregel op in het krachtens artikel 5, lid 3, van die richtlijn ingestelde register van beleggingsondernemingen.

5.Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor informatie-uitwisseling als bedoeld in dit artikel.

ESMA dient deze ontwerpen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Art. 34

Bekendmaking van besluiten

1.Behoudens de derde alinea maken bevoegde autoriteiten elk besluit op grond waarvan een administratieve sanctie of een andere administratieve maatregel in verband met een inbreuk op deze verordening wordt opgelegd, op hun website bekend onmiddellijk nadat de persoon tot wie het besluit gericht is, van het besluit in kennis is gesteld. Deze bekendmaking bevat ten minste informatie over de soort en de aard van de inbreuk, en over de identiteit van de personen tot wie het besluit zich richt.

De eerste alinea is niet van toepassing op besluiten op grond waarvan maatregelen ten behoeve van het onderzoek worden opgelegd.

Indien de bevoegde autoriteit de bekendmaking van de identiteit van de aan het besluit onderworpen rechtspersoon of van de persoonlijke gegevens van de natuurlijke persoon onevenredig acht, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien een dergelijke bekendmaking een lopend onderzoek of de stabiliteit van de financiële markten in gevaar zou brengen, onderneemt deze één van de volgende stappen:

a)de bekendmaking van het besluit uitstellen totdat de redenen voor dat uitstel vervallen;

b)het besluit op anonieme basis bekendmaken overeenkomstig het nationale recht, indien een dergelijke bekendmaking een doeltreffende bescherming van de betrokken persoonlijke gegevens garandeert;

c)het besluit niet bekendmaken in het geval dat de bevoegde autoriteit van mening is dat de bekendmaking overeenkomstig punten a) of b) onvoldoende zijn om te garanderen:

i)dat de stabiliteit van de financiële markten niet in gevaar wordt gebracht, of

ii) dat de bekendmaking van dergelijke besluiten evenredig is in het geval van maatregelen die worden geacht van geringere betekenis te zijn.

Indien een bevoegde autoriteit beslist een besluit op anonieme basis zoals bedoeld in de derde alinea, onder b), bekend te maken, mag zij de bekendmaking van de relevante gegevens gedurende een redelijke periode uitstellen indien mag worden verwacht dat de redenen voor de bekendmaking op anonieme basis binnen die periode zullen vervallen.

2.Indien tegen het besluit beroep is ingesteld voor een nationale rechterlijke, administratieve of andere instanties, maken de bevoegde autoriteiten die informatie en alle latere informatie over de uitkomst van dat beroep onmiddellijk op hun website bekend. Voorts wordt iedere beslissing tot vernietiging van een besluit waartegen hoger beroep kan worden ingesteld, bekendgemaakt.

3.De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat elke beslissing die overeenkomstig dit artikel wordt bekendgemaakt, gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking op hun website toegankelijk blijft. In deze bekendmaking vervatte persoonsgegevens worden op de website van de bevoegde autoriteit niet langer bewaard dan uit hoofde van de toepasselijke gegevensbeschermingsvoorschriften noodzakelijk is.