Alle wetboeken › MAR

HOOFDSTUK 3 VOORSCHRIFTEN INZAKE OPENBAARMAKING

17–21 bis

Art. 17

Openbaarmaking van voorwetenschap

1.Een uitgevende instelling maakt voorwetenschap die rechtstreeks betrekking heeft op die uitgevende instelling, zo snel mogelijk openbaar. Dat vereiste is niet van toepassing op voorwetenschap met betrekking tot tussenstappen in een in de tijd gespreid proces als bedoeld in artikel 7, leden 2 en 3, wanneer die stappen verband houden met het doen plaatsvinden van bepaalde omstandigheden of een bepaalde gebeurtenis of daarin resulteren. Bij een in de tijd gespreid proces is het alleen vereist dat de definitieve omstandigheden of de definitieve gebeurtenis zo spoedig mogelijk nadat zij zich hebben voorgedaan, worden bekendgemaakt.

De uitgevende instelling zorgt ervoor dat de voorwetenschap op zodanige wijze openbaar wordt gemaakt dat deze snel toegankelijk is en volledig, op correcte wijze en tijdig kan worden beoordeeld door het publiek, en in voorkomend geval wordt bekendgemaakt in het officieel aangewezen mechanisme als bedoeld in artikel 21 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (). De uitgevende instelling mag de openbaarmaking van voorwetenschap niet combineren met marketing met betrekking tot haar eigen activiteiten. De uitgevende instelling plaatst alle voorwetenschap waarvan de openbaarmaking verplicht is op haar website en zorgt ervoor dat die informatie gedurende een periode van minstens vijf jaar toegankelijk blijft.

Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen die verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF, of hebben verzocht om de toelating tot de handel van hun financiële instrumenten op een MTF, in een lidstaat.

1 bis. Een uitgevende instelling waarborgt de vertrouwelijkheid van de informatie die voldoet aan de criteria van voorwetenschap als bedoeld in artikel 7 totdat die informatie op grond van lid 1 van dit artikel openbaar is gemaakt.

2.Een deelnemer aan een emissierechtenmarkt maakt voorwetenschap met betrekking tot emissierechten waar hij over beschikt in verband met zijn activiteiten doeltreffend en tijdig openbaar, met inbegrip van informatie over luchtvaartactiviteiten als genoemd in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG of installaties als bedoeld in artikel 3, onder e), van dezelfde richtlijn die de betreffende deelnemer, of de moederonderneming of verbonden onderneming in eigendom of beheer heeft, of voor de bedrijfsvoering waarvan de deelnemer, of zijn moederonderneming of verbonden onderneming, geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is. Met betrekking tot installaties omvat deze openbaarmaking relevante informatie over de capaciteit en benutting van installaties, met inbegrip van geplande of ongeplande niet-beschikbaarheid van dergelijke installaties.

De eerste alinea is niet van toepassing op een deelnemer aan een emissierechtenmarkt indien de installaties of luchtvaartactiviteiten in zijn eigendom, in zijn beheer of onder zijn verantwoordelijkheid in het voorafgaande jaar een uitstoot hebben veroorzaakt niet groter dan een onderdrempel van koolstofdioxide-equivalent en, indien zij verbrandingsactiviteiten uitvoeren, een nominaal thermisch vermogen hebben gehad dat een onderdrempel niet overschrijdt.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de instelling van een onderdrempel van koolstofdioxide-equivalent en een onderdrempel van nominaal thermisch vermogen met het oog op de toepassing van de uitzondering opgenomen in de tweede alinea van dit lid.

3.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanduiding van de bevoegde autoriteit die bevoegd is voor de kennisgevingen als bedoeld in de leden 4 en 5 van dit artikel.

4.Een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt kan, op eigen verantwoordelijkheid, de openbaarmaking van voorwetenschap uitstellen, mits aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)onmiddellijke openbaarmaking zou waarschijnlijk schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt;

b)de voorwetenschap die de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt wil uitstellen, is niet in strijd met de meest recente openbare kennisgeving of andere vormen van communicatie van de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt over dezelfde aangelegenheid als waarop de voorwetenschap betrekking heeft;

c)de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt is in staat om de vertrouwelijkheid van de betreffende informatie te garanderen.

Als een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap heeft uitgesteld uit hoofde van dit lid, stelt die de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk nadat de informatie openbaar is gemaakt op de hoogte en zet die schriftelijk uiteen op welke wijze aan de in dit lid opgenomen voorwaarden voor het uitstel is voldaan. Als alternatief kunnen de lidstaten bepalen dat een afschrift van een dergelijke toelichting enkel op verzoek van de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit hoeft te worden overlegd.

In afwijking van de tweede alinea van dit lid, verstrekt een uitgevende instelling waarvan de financiële instrumenten uitsluitend tot de handel op een mkb-groeimarkt zijn toegelaten, de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit slechts op verzoek een schriftelijke toelichting. Zolang de uitgevende instelling haar besluit tot uitstel kan rechtvaardigen, is zij niet verplicht die toelichting te registreren.

4 bis. Het niet openbaar maken door een uitgevende instelling van voorwetenschap met betrekking tot tussenstappen in een in de tijd gespreid proces overeenkomstig lid 1, is niet onderworpen aan de vereisten van lid 4.

5.Een uitgevende instelling die een kredietinstelling of een financiële instelling is, of een uitgevende instelling die een moederonderneming van een dergelijke instelling is, kan, op eigen verantwoordelijkheid, de openbaarmaking van voorwetenschap, met inbegrip van informatie die gerelateerd is aan een tijdelijk liquiditeitsprobleem en, in het bijzonder, de noodzaak van tijdelijke liquiditeitssteun van een centrale bank of een kredietverstrekker in laatste instantie, uitstellen, mits aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)openbaarmaking van de voorwetenschap leidt mogelijkerwijs tot ondermijning van de financiële stabiliteit van de uitgevende instelling en van het financieel systeem;

b)het uitstel van de openbaarmaking is in het algemeen belang;

c)de vertrouwelijkheid van de betreffende informatie kan worden gewaarborgd, en

d)de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit heeft op basis van de naleving van de voorwaarden onder a), b) en c) met het uitstel ingestemd.

6.Voor de toepassing van lid 5, onder a) tot en met d), stelt de uitgevende instelling de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit in kennis van zijn voornemen de openbaarmaking van de voorwetenschap uit te stellen, en toont hij aan dat aan de voorwaarden van lid 5, onder a), b) en c), wordt voldaan. De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit raadpleegt, indien gepast, de nationale centrale bank of de macroprudentiële autoriteit, indien deze is ingesteld, of anders één van de volgende autoriteiten:

a)indien de uitgevende instelling een kredietinstelling of een beleggingsonderneming is, de autoriteit die is aangewezen overeenkomstig artikel 133, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad ();

b)in andere dan de onder a) genoemde gevallen, elke andere nationale autoriteit die belast is met het toezicht op de uitgevende instelling.

De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit ziet erop toe dat de openbaarmaking van de voorwetenschap enkel wordt opgeschort gedurende de periode die nodig is vanuit een oogpunt van algemeen belang. De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit beoordeelt ten minste wekelijks of nog steeds aan de onder a), b) en c) genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Indien de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit niet met het uitstel van de openbaarmaking van de voorwetenschap instemt, maakt de uitgevende instelling de informatie onmiddellijk openbaar.

Dit lid is van toepassing op gevallen waarin de uitgevende instelling niet besluit de openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen overeenkomstig lid 4.

Verwijzing in dit lid naar de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit geldt onverminderd het vermogen van de bevoegde autoriteit haar taken uit te oefenen op een van de manieren als bedoeld in artikel 23, lid 1.

7.Indien de openbaarmaking van voorwetenschap is uitgesteld overeenkomstig de leden 4 en 5, of indien voorwetenschap met betrekking tot tussenstappen in een in de tijd gespreid proces overeenkomstig lid 1 niet openbaar is gemaakt, en het vertrouwelijke karakter van de voorwetenschap niet langer is gegarandeerd, maakt de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt die informatie zo snel mogelijk openbaar.

Dit lid betreft onder andere situaties waarin een gerucht uitdrukkelijk betrekking heeft op voorwetenschap waarvan de openbaarmaking is uitgesteld overeenkomstig de leden 4 of 5, of op voorwetenschap met betrekking tot tussenstappen in een in de tijd gespreid proces die overeenkomstig lid 1 niet openbaar is gemaakt, wanneer het gerucht voldoende nauwkeurig is om te concluderen dat het vertrouwelijke karakter van de informatie in kwestie niet langer is gegarandeerd.

8.Indien een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt, of een persoon die namens of voor rekening van die instelling of deelnemer handelt, voorwetenschap mededeelt aan een derde uit hoofde van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie, zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, moet hij de betreffende informatie volledig en doeltreffend openbaar maken, gelijktijdig als het een opzettelijke openbaarmaking betreft en onverwijld als het een onopzettelijke openbaarmaking betreft. Dit lid is niet van toepassing indien de persoon die de informatie ontvangt een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.

9.Voorwetenschap met betrekking tot uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, mag op de website van het handelsplatform worden gepubliceerd in plaats van op de website van de uitgevende instelling, indien het handelsplatform verkiest deze mogelijkheid aan te beiden aan uitgevende instellingen op de betreffende markt.

10.Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bepaling van:

a)de technische middelen voor een passende openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 1, 2, 8 en 9, en

b)de technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 4 en 5.

ESMA dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

11.ESMA stelt richtsnoeren op voor het vaststellen van een niet-uitputtende indicatieve lijst van de rechtmatige belangen van uitgevende instellingen, als bedoeld in lid 4, eerste alinea, punt a).

12.De Commissie is bevoegd een gedelegeerde handeling vast te stellen om zo nodig een niet-uitputtende lijst vast te stellen en te herzien van:

a)definitieve gebeurtenissen of definitieve omstandigheden bij in de tijd gespreide processen met, voor elke gebeurtenis of omstandigheid, het moment waarop die wordt geacht te hebben plaatsgevonden en openbaar moet worden gemaakt op grond van lid 1;

b)situaties waarin de voorwetenschap die de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt wil uitstellen, in strijd is met de meest recente openbare kennisgeving of andere vormen van communicatie van de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt over dezelfde aangelegenheid als waarop de voorwetenschap betrekking heeft, als bedoeld in lid 4, eerste alinea, punt b).

Art. 18

Lijsten van personen met voorwetenschap

1.Uitgevende instellingen en personen die namens hen of voor hun rekening handelen:

a)stellen ieder een lijst op van de personen die toegang hebben tot voorwetenschap en die bij hen op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn of anderszins taken verrichten in het kader waarvan zij toegang hebben tot voorwetenschap, zoals adviseurs, accountants of ratingbureaus (lijst van insiders);

b)werken ieder de lijst van insiders meteen bij overeenkomstig lid 4, en

c)verstrekken ieder de lijst van insiders desgevraagd zo snel mogelijk aan de bevoegde autoriteit.

2.Uitgevende instellingen en personen die namens hen of voor hun rekening handelen, nemen alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de personen op de lijst van insiders schriftelijk de wettelijke en regulerende taken erkennen die hun activiteiten met zich meebrengen, alsook op de hoogte zijn van de sancties die van toepassing zijn op handel met voorwetenschap en het wederrechtelijk mededelen van voorwetenschap.

Indien een andere persoon door de uitgevende instelling wordt gevraagd een lijst van insiders op te stellen en bij te werken, blijft de uitgevende instelling volledig verantwoordelijk voor het naleven van de in dit artikel bedoelde verplichting. De uitgevende instelling behoudt te allen tijde recht op toegang tot de lijst van insiders die door de andere persoon is opgesteld.

3.De lijst van insiders vermeldt in ieder geval:

a)de identiteit van alle personen die toegang hebben tot voorwetenschap;

b)de reden voor opname op de lijst van insiders;

c)de datum en het tijdstip waarop die personen toegang tot voorwetenschap hebben gekregen, en

d)de datum waarop de lijst van insiders is opgesteld.

4.Uitgevende instellingen en personen die namens hen of voor hun rekening handelen, werken ieder in de volgende omstandigheden hun lijst van insiders meteen bij, met vermelding van de datum waarop dit geschiedt:

a)indien er zich een wijziging voordoet in de reden waarom een persoon op de lijst van insiders staat;

b)indien een nieuwe persoon toegang tot voorwetenschap heeft en daarom aan de lijst van insiders moet worden toegevoegd;

c)indien een persoon niet langer toegang tot voorwetenschap heeft.

Elke bijwerking vermeldt de datum en het tijdstip waarop de wijziging die tot de bijwerking heeft geleid, plaatsvond.

5.Uitgevende instellingen en personen die namens hen of voor hun rekening handelen, bewaren ieder hun lijst van insiders ten minste vijf jaar nadat deze is opgesteld of bijgewerkt.

6.Uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, mogen op hun lijsten van insiders alleen personen opnemen die door de aard van hun functie of positie bij de uitgevende instelling regelmatig toegang tot voorwetenschap hebben.

In afwijking van de eerste alinea van dit lid, en indien dat op grond van specifieke bekommernissen inzake nationale marktintegriteit gerechtvaardigd is, kunnen de lidstaten van uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, eisen om alle in lid 1, punt a), bedoelde personen op hun lijsten van insiders op te nemen.

De in de eerste en de tweede alinea van dit lid bedoelde lijsten van insiders worden op haar verzoek zo snel mogelijk aan de bevoegde autoriteit ter beschikking gesteld.

7.Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen die verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, verzocht hebben om of ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF in een lidstaat.

8.De leden 1 tot en met 5 van dit artikel zijn ook van toepassing op:

a)deelnemers aan de emissierechtenmarkt ten aanzien van informatie met betrekking tot emissierechten die verband houdt met de fysieke activiteiten van deze deelnemer aan de emissierechtenmarkt;

b)D elk veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder in verband met veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die worden gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010.

9.ESMA herziet de technische uitvoeringsnormen betreffende het verlichte formaat van de lijsten van insiders voor uitgevende instellingen die zijn toegelaten tot de handel op mkb-groeimarkten, teneinde het gebruik van een dergelijk formaat uit te breiden tot alle in lid 1 en lid 6, eerste en tweede alinea, bedoelde lijsten van insiders.

ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op5 september 2025in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Art. 19

Transacties door leidinggevenden

1.Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid, evenals nauw verbonden personen, moeten de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt en de in lid 2, tweede alinea, bedoelde bevoegde autoriteit op de hoogte stellen van:

a)met betrekking tot uitgevende instellingen, alle transacties voor hun eigen rekening met betrekking tot aandelen of schuldinstrumenten van die uitgevende instelling, of afgeleide of andere financiële instrumenten die ermee zijn verbonden;

b)met betrekking tot deelnemers aan markten voor emissierechten, alle transacties voor hun eigen rekening in verband met emissierechten, de daarop gebaseerde te veilen producten of daaraan gerelateerde derivaten.

Dergelijke kennisgevingen vinden onverwijld plaats en niet later dan drie werkdagen na de datum van de transactie.

De eerste alinea is van toepassing zodra het totale bedrag van de transacties binnen een kalenderjaar de in lid 8 of 9 bedoelde drempel heeft bereikt.

1 bis. De in lid 1 bedoelde kennisgevingsverplichting is niet van toepassing op transacties in financiële instrumenten met betrekking tot aandelen of schuldinstrumenten van de in dat lid bedoelde uitgevende instelling, indien op het moment van de transactie is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a)het financiële instrument is een eenheid of aandeel in een instelling voor collectieve belegging waarbij de blootstelling van de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling niet meer bedraagt dan 20 % van de activa van de instelling voor collectieve belegging;

b)het financiële instrument behelst blootstelling voor een portfolio van activa waarbij de blootstelling van de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling niet meer bedraagt dan 20 % van de activa van de portfolio;

c)het financiële instrument is een eenheid of aandeel in een instelling voor collectieve belegging of behelst blootstelling voor een portfolio van activa, en de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid of nauw daarmee verbonden persoon is of kan niet op de hoogte zijn van de beleggingssamenstelling of blootstelling van de instelling voor collectieve belegging of de portfolio van activa met betrekking tot de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling, en er is bovendien voor die persoon geen reden om aan te nemen dat de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling de drempels van punt a) of b) overschrijden.

Indien informatie over de beleggingssamenstelling van de instelling voor collectieve belegging of blootstelling voor de portfolio van activa beschikbaar is, verricht de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid of de nauw daarmee verbonden persoon alle redelijke inspanningen om die informatie te verkrijgen.

2.Voor de toepassing van artikel 1 en onverminderd het recht van de lidstaten om meldingsverplichtingen op te leggen niet zijnde de in dit artikel bedoelde, moeten alle transacties die voor eigen rekening van de in lid 1 bedoelde personen zijn uitgevoerd, door deze personen aan de bevoegde autoriteiten worden gemeld.

De op de melding van toepassing zijnde regels, die door de in lid 1 bedoelde personen moeten worden nageleefd, zijn die van de lidstaat waar de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt haar statutaire zetel heeft. De melding geschiedt ten laatste drie werkdagen na de transactiedatum aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat. Wanneer de statutaire zetel van de uitgevende instelling zich niet in een lidstaat bevindt, geschiedt de melding aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder m), van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad of, indien deze niet bestaat, aan de bevoegde autoriteit van het handelsplatform.

3.De uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt maakt de informatie die vervat ligt in een in lid 1 bedoelde kennisgeving binnen twee werkdagen na ontvangst van die kennisgeving openbaar.

De uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt gebruikt de media waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij zorgen voor een doeltreffende verspreiding van informatie aan het publiek in de hele Unie en, waar van toepassing, het officieel aangewezen mechanisme zoals bedoeld in artikel 21 van Richtlijn 2004/109/EG.

Als alternatief kan in het nationaal recht worden bepaald dat een bevoegde autoriteit zelf de informatie bekend kan maken.

4.Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen die:

a)verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt, of

b)in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF, of verzocht hebben om toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een MTF.

5.Uitgevende instellingen en deelnemers aan een emissierechtenmarkt stellen de personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen hun instelling schriftelijk in kennis van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van dit artikel. Uitgevende instellingen en deelnemers aan een emissierechtenmarkt stellen een lijst op van alle personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en de nauw met hen in verband staande personen.

Personen met leidinggevende verantwoordelijkheden stellen de nauw verbonden personen schriftelijk in kennis van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van dit artikel en bewaren een afschrift van deze kennisgeving.

6.De in lid 1 bedoelde melding bevat de volgende gegevens:

a)de naam van de persoon;

b)de reden van de melding;

c)de naam van de uitgevende instelling of van deelnemer aan een emissierechtenmarkt;

d)een beschrijving en de kenmerken van het financieel instrument;

e)de aard van de transactie(s) (d.w.z. verwerving of vervreemding) en vermelding van het feit dat de transactie al dan niet verband houdt met de uitoefening van een aandelenoptieprogramma of met de specifieke voorbeelden in lid 7;

f)de datum en de plaats van de transactie(s), en

g)de prijs en omvang van de transactie(s). In het geval van een transactie waarbij financiële instrumenten als zekerheid worden verstrekt en voorzien is in een mogelijke waardeverandering, moet dit feit worden vermeld, samen met de waarde van de financiële instrumenten op de datum dat ze als zekerheid worden verstrekt.

7.Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid moeten onder meer ook de volgende transacties openbaar worden gemaakt:

a)het als zekerheid verstrekken of uitlenen van financiële instrumenten door of namens een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden of een persoon die nauw met hem is verbonden als bedoeld in het eerste lid;

b)transacties uitgevoerd door iedere persoon die beroepsmatig transacties aangaat of verricht of iedere andere persoon namens een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden of een persoon die nauw met hem is verbonden als bedoeld in het eerste lid, ook indien discretionaire bevoegdheid wordt uitgeoefend;

c)transacties in het kader van een levensverzekeringspolis zoals bedoeld in Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (), waarbij:

i)de polishouder een persoon is met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen een uitgevende instelling of een persoon die nauw met hem is verbonden als bedoeld in lid 1,

ii) het beleggingsrisico gedragen wordt door de polishouder, en

iii) de polishouder de (discretionaire) bevoegdheid heeft om ten aanzien van specifieke instrumenten in die levensverzekeringspolis beleggingsbeslissingen te nemen of transacties te verrichten in verband met specifieke instrumenten van die levensverzekeringspolis.

Voor de toepassing van punt a) hoeven transacties waarbij financiële instrumenten in pand worden gegeven of het voorwerp zijn van een vergelijkbare zekerheid waarbij die financiële instrumenten op een effectenrekening worden gezet, niet te worden gemeld, tenzij en totdat die pand of andere zekerheid wordt bestemd om een specifieke kredietfaciliteit te verwerven.

Voor de toepassing van punt b) is kennisgeving van transacties uitgevoerd in aandelen of schuldinstrumenten van een uitgevende instelling of derivaten of andere daaraan verbonden financiële instrumenten door beheerders van een instelling voor collectieve belegging waarin de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid of nauw daarmee verbonden persoon heeft geïnvesteerd, niet vereist indien de beheerder van de instelling voor collectieve belegging volledig discreet te werk gaat, hetgeen inhoudt dat de beheerder geen directe of indirecte instructies of voorstellen inzake de samenstelling van de portfolio ontvangt van beleggers in de instelling voor collectieve belegging.

Wanneer een houder van een verzekeringscontract overeenkomstig dit lid verplicht is transacties te melden, geldt zo’n meldingsplicht niet voor de verzekeringsmaatschappij.

8.Het eerste lid is van toepassing op iedere volgende transactie wanneer een totaalbedrag van20 000 EUR binnen een kalenderjaar is bereikt. De drempel van20 000 EUR wordt berekend door alle in lid 1 bedoelde transacties, zonder verrekening, bij elkaar op te tellen.

9.Een bevoegde autoriteit kan besluiten de in lid 8 bedoelde drempel op te trekken naar50 000 EUR of te verlagen naar10 000 EUR en stelt in dat geval ESMA voorafgaand aan de datum waarop de verhoging of verlaging ingaat in kennis van haar besluit en van de redenen daarvoor, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op marktomstandigheden. ESMA publiceert op haar website de lijst van overeenkomstig dit artikel geldende drempels en de door bevoegde autoriteiten vermelde redenen voor de drempels.

10.Dit artikel is ook van toepassing op transacties door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen elk veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder die betrokken zijn, respectievelijk is bij de veilingen die worden gehouden in het kader van Verordening (EU) nr. 1031/2010, alsook op personen die nauw met hen verbonden zijn, voor zover als hun transacties betrekking hebben op emissierechten, daarvan afgeleide producten of daarop gebaseerde geveilde producten. Deze personen geven kennis van deze transacties aan de veilingplatforms, de veilingmeesters en de veilingtoezichthouder, en aan de bevoegde autoriteit waarbij het veilingplatform, de veilingmeester of de veilingtoezichthouder is geregistreerd. De zodanig gemelde informatie wordt door de veilingplatforms, de veilingmeesters en de veilingtoezichthouder openbaar gemaakt overeenkomstig lid 3.

11.Onverminderd artikelen 14 en 15 onthoudt een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen een uitgevende instelling zich van het uitvoeren van transacties voor eigen rekening of voor rekening, rechtstreeks of onrechtstreeks, van een derde partij die verband houden met aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling of met derivaten of andere, daaraan gekoppelde financiële instrumenten gedurende een gesloten periode van dertig kalenderdagen voorafgaand aan de bekendmaking van een tussentijds financieel verslag of een jaarverslag dat de uitgevende instelling bekend moet maken overeenkomstig:

a)de regels van het handelsplatform waar de aandelen van de uitgevende instelling tot de handel zijn toegelaten, of

b)overeenkomstig het nationaal recht.

12.Onverminderd de artikelen 14 en 15 mag een uitgevende instelling een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden gedurende een gesloten periode als bedoeld in lid 11 van dit artikel toestaan voor eigen rekening of voor de rekening van een derde te handelen of transacties te verrichten:

a)hetzij van geval tot geval omwille van de aanwezigheid van uitzonderlijke omstandigheden, zoals ernstige financiële moeilijkheden, die de onmiddellijke verkoop van aandelen of andere financiële instrumenten dan aandelen rechtvaardigen;

b)hetzij op grond van de kenmerken van de handel in kwestie, in het geval van transacties in het kader van of verband houdend met een aandelen- of spaarregeling voor werknemers en werknemersregelingen betreffende andere financiële instrumenten dan aandelen, aandelenkwalificatie of -rechten en kwalificaties of rechten met betrekking tot andere financiële instrumenten dan aandelen, of transacties waarbij geen verandering optreedt in het belang in de instrumenten in kwestie.

12 bis. Onverminderd de artikelen 14 en 15 staat een uitgevende instelling een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid gedurende een gesloten periode als bedoeld in lid 11 van dit artikel toe voor eigen rekening of voor de rekening van een derde te handelen of transacties te verrichten, in het geval van transacties of handelsactiviteiten die niet gerelateerd zijn aan actieve beleggingsbeslissingen die door de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid zijn genomen, of die uitsluitend het resultaat zijn van externe factoren of handelingen van derden, of die transacties of handelsactiviteiten zijn, waaronder de uitoefening van derivaten, op basis van vooraf bepaalde voorwaarden.

13.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter verduidelijking van de omstandigheden waaronder handel gedurende een gesloten periode kan worden toegestaan door de uitgevende instelling, zoals bedoeld in lid 12, waaronder de omstandigheden die als buitengewoon zouden worden beschouwd en de typen van transacties die de toestemming in kwestie zouden rechtvaardigen.

14.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere bepaling van de typen van de transacties waardoor verplichting als bedoeld in lid 1 ontstaat.

15.Om de uniforme toepassing van lid 1 te waarborgen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen betreffende de vorm en het model waarin de in lid 1 bedoelde informatie moet worden meegedeeld en openbaar gemaakt.

ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Art. 20

Beleggingsaanbevelingen en statistieken

1.Personen die beleggingsaanbevelingen verstrekken of verspreiden of andere informatie waarin een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld, dienen de normale zorgvuldigheid in acht te nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke informatie objectief wordt gepresenteerd en zij hun belangen bekendmaken of belangenverstrengeling mededelen ten aanzien van de financiële instrumenten waarop die informatie betrekking heeft.

2.Openbare instanties die statistieken of prognoses verspreiden die een aanzienlijk effect op financiële markten kunnen hebben, dienen dat op een objectieve en transparante wijze te doen.

3.Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA voorstellen voor regelgevende technische normen ter bepaling van de technische regelingen, voor de verschillende categorieën van personen als bedoeld in lid 1, voor een objectieve presentatie van beleggingsaanbevelingen of andere informatie waarin beleggingsstrategieën worden aanbevolen of voorgesteld en ter openbaarmaking van specifieke belangen of indicaties van belangenverstrengeling.

ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

De technische regelingen in de in lid 3 bedoelde regelgevende technische normen zijn niet van toepassing op journalisten waarvoor in de lidstaten equivalente passende regelgeving geldt, met inbegrip van equivalente passende zelfregulering, op voorwaarde dat die regelgeving dezelfde effecten heeft als de technische regelingen in kwestie. De lidstaten melden de tekst van die equivalente nationale regelingen aan bij de Commissie.

Art. 21

Openbaarmaking of verspreiding van informatie in de media

Voor de toepassing van artikel 10, artikel 12, lid 1, onder c), en artikel 20 wanneer informatie openbaar wordt gemaakt of wordt verspreid en wanneer aanbevelingen worden verstrekt of verspreid ten behoeve van journalistieke doeleinden of andere uitdrukkingsvormen in de media, wordt deze openbaarmaking of verspreiding van informatie beoordeeld met inachtneming van de bepalingen inzake de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media, en de journalistieke gedragscodes, tenzij:

a)de betrokkenen of personen die nauw met hen verbonden zijn, rechtstreeks of onrechtstreeks een voordeel of winst behalen uit de openbaarmaking of de verspreiding van de betreffende informatie, of

b)de openbaarmaking of de verspreiding wordt verricht met de bedoeling de markt te misleiden op het gebied van het aanbod van, de vraag naar of de koers van financiële instrumenten.

Art. 21 bis

Toegankelijkheid van informatie op het Europees centraal toegangspunt

1.Met ingang van 10 januari 2028 dient de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt, wanneer die in artikel 17, leden 1 en 2, en artikel 19, lid 3, van deze verordening bedoelde informatie openbaar maakt, die informatie op hetzelfde tijdstip in bij de in lid 3 van dit artikel bedoelde betrokken verzamelende instantie met het oog op het toegankelijk maken ervan op het uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad (

12

) opgerichte Europees centraal toegangspunt (European Single Access Point — ESAP).

Die informatie voldoet aan de volgende vereisten:

a)de informatie is ingediend in een voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2023/2859 of, wanneer zulks door het Unierecht wordt vereist, in een machinaal leesbaar formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4), van die verordening;

b)de informatie gaat vergezeld van de volgende metadata:

i)alle namen van de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt waarop de informatie betrekking heeft;

ii) de identificatiecode voor juridische entiteiten van de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt die een rechtspersoon is, zoals gespecifieerd op grond van artikel 7, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859;

iii) de grootte, naar categorie, van de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt die een rechtspersoon is, zoals gespecifieerd op grond van artikel 7, lid 4, punt d), van die verordening;

iv) het type informatie volgens de indeling op grond van artikel 7, lid 4, punt c), van die verordening;

v)een vermelding of de informatie persoonsgegevens bevat.

2.Voor de toepassing van lid 1, punt b), ii), verkrijgen uitgevende instellingen of deelnemers aan de emissierechtenmarkt die een rechtspersoon zijn een identificatiecode voor juridische entiteiten.

3.Uiterlijk op 9 januari 2028 wijzen de lidstaten, voor het op het ESAP toegankelijk maken van de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, ten minste één verzamelende instantie als gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2023/2859 aan, en stellen zij de ESMA daarvan in kennis.

4.Wanneer in het nationaal recht wordt bepaald dat het aan een bevoegde autoriteit zelf wordt toegestaan de in artikel 19, lid 3, van deze verordening bedoelde informatie bekend kan maken, is, met ingang van 10 januari 2028, voor het op het ESAP toegankelijk maken van die informatie, de bevoegde autoriteit de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2023/2859.

5.Met ingang van 10 januari 2028 wordt de in artikel 34, lid 1, van deze verordening bedoelde informatie op het ESAP toegankelijk gemaakt. Daartoe is de bevoegde autoriteit de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2023/2859.

Die informatie voldoet aan de volgende vereisten:

a)de informatie is ingediend in een voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2023/2859;

b)de informatie gaat vergezeld van de volgende metadata:

i)alle namen van de uitgevende instelling waarop de informatie betrekking heeft;

ii) de identificatiecode voor juridische entiteiten van de uitgevende instelling, zoals gespecifieerd op grond van artikel 7, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859;

iii) het type informatie volgens de indeling op grond van artikel 7, lid 4, punt c), van die verordening;

iv) een vermelding of de informatie persoonsgegevens bevat.

6.Om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig lid 1 ingediende informatie efficiënt wordt verzameld en beheerd, ontwikkelt de ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere vaststelling van:

a)andere metadata waarvan de informatie vergezeld moet gaan;

b)de structurering van data in de informatie;

c)de informatie waarvoor een machinaal leesbaar formaat vereist is en de vraag welk machinaal leesbaar formaat in dergelijke gevallen moet worden gebruikt.

Voor de toepassing van punt c) gaat de ESMA de voor- en nadelen van verschillende machinaal leesbare formaten na en voert zij de nodige praktijktests uit.

De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

7.Indien nodig stelt de ESMA richtsnoeren op om te garanderen dat de overeenkomstig lid 6, eerste alinea, punt a), ingediende metadata correct zijn.