Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL III - Uitkerings- en moederschapsverzekering. › HOOFDSTUK I - Organen.

Afdeling I - Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen.

161–166

Art. 161

Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen is samengesteld uit:

1°een voorzitter en twee ondervoorzitters, die de Koning benoemt uit de 2°, 3° en 4° hierna bedoelde leden;

2°zeven werkende en drie plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;

3°zeven werkende en drie plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;

4°zes werkende en zes plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten worden voorgedragen door de verzekeringsinstellingen. Elke verzekeringsinstelling heeft recht op één mandaat van werkend lid en één mandaat van plaatsvervangend lid.

De leden van het Beheerscomité worden benoemd voor zes jaar. Het mandaat loopt om de drie jaar af voor de helft van de leden van elk der vertegenwoordigde groepen.

Het mandaat van de leden werd evenwel voor het eerst hernieuwd op 1 januari 1967 en de uittredende leden werden bij loting aangewezen.

Het mandaat van de uittredende leden kan worden hernieuwd.

Binnen de drie maanden wordt in de vervanging voorzien van ieder lid dat, vóór de normale afloopdatum van zijn mandaat, geen deel meer uitmaakt van Beheerscomité. Het aldus aangewezen nieuw lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.

Een plaatsvervangend lid heeft enkel zitting bij afwezigheid van een werkend lid van zijn groep.

Art. 162

Het Beheerscomité wordt in vergadering bijeengeroepen door zijn voorzitter hetzij op dezes initiatief, hetzij op verzoek van de Minister, hetzij op vraag van ten minste drie leden welke schriftelijk wordt gedaan en het onderwerp van de vergadering vermeldt; de bijeenroeping vermeldt in elk geval het onderwerp van de vergadering.

Wanneer het Beheerscomité in vergadering wordt bijeengeroepen op verzoek van de Minister, heeft de vergadering plaats binnen acht dagen na het verzoek.

Art. 163

Het Beheerscomité houdt deugdelijk zitting indien ten minste de helft van zijn leden aanwezig is.

De beslissingen worden genomen bij eenvoudige meerderheid van de leden die aan de stemming deelnemen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen. Bij stemmenstaking is het voorstel afgewezen.

Wanneer de leden die eensdeels de werknemers en anderdeels de werkgevers vertegenwoordigen, bij een stemming over de in artikel 80, 2°, van de gecoördineerde wet bedoelde zaken niet in gelijk aantal aanwezig zijn, onthouden het of de jongste leden van de overtallige partij zich om de pariteit te herstellen.

Wanneer een voorstel met betrekking tot een der in het vorige lid bedoelde zaken wordt afgewezen tegen het eenparig advies van de vertegenwoordigers, hetzij van de werknemers, hetzij van de werkgevers, kan de groep die voor het voorstel is, vragen dat het de Minister wordt voorgelegd; die vraag kan tijdens de vergadering, en in de notulen opgetekend, of schriftelijk binnen acht dagen na de vergadering gedaan worden. Ze wordt door de voorzitter geadresseerd aan de Minister.

De Minister beslist en geeft kennis van zijn beslissing binnen dertig dagen na de tot hem gerichte vraag, zoniet is de afwijzing van het voorstel definitief.

Art. 164

De voorzitter en de ondervoorzitter van het Beheerscomité zijn gemachtigd om, de ene of de andere, samen met de leidend ambtenaar van de Dienst voor uitkeringen of zijn plaatsvervanger, de akten te ondertekenen welke, wat de Dienst voor uitkeringen betreft, het Instituut verbinden buiten deze welke betrekking hebben op het dagelijks beheer of uitgaan van bijzondere lasthebbers.

Art. 165

Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen brengt binnen drie maanden na de mededeling van de in de artikelen 141, § 1, eerste lid, 13°, a) en 161, eerste lid, 3°, b), van de gecoördineerde wet bedoelde verslagen, bij de Minister verslag uit over de maatregelen waartoe het besloten heeft of welke het hem voorstelt ingevolge de bevindingen van de Dienst voor geneeskundige controle en van de Dienst voor administratieve controle.

Art. 166

Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen geeft binnen drie maanden na het opmaken van zijn jaarverslag, de Minister kennis van de maatregelen welke het voorstelt of heeft vastgesteld uitgaande van de elementen van dat verslag.