Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen is samengesteld uit:
1°een voorzitter en twee ondervoorzitters, die de Koning benoemt uit de 2°, 3° en 4° hierna bedoelde leden;
2°zeven werkende en drie plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
3°zeven werkende en drie plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
4°zes werkende en zes plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten worden voorgedragen door de verzekeringsinstellingen. Elke verzekeringsinstelling heeft recht op één mandaat van werkend lid en één mandaat van plaatsvervangend lid.
De leden van het Beheerscomité worden benoemd voor zes jaar. Het mandaat loopt om de drie jaar af voor de helft van de leden van elk der vertegenwoordigde groepen.
Het mandaat van de leden werd evenwel voor het eerst hernieuwd op 1 januari 1967 en de uittredende leden werden bij loting aangewezen.
Het mandaat van de uittredende leden kan worden hernieuwd.
Binnen de drie maanden wordt in de vervanging voorzien van ieder lid dat, vóór de normale afloopdatum van zijn mandaat, geen deel meer uitmaakt van Beheerscomité. Het aldus aangewezen nieuw lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.
Een plaatsvervangend lid heeft enkel zitting bij afwezigheid van een werkend lid van zijn groep.