Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL II - Verzekering voor geneeskundige verzorging. › Fbis

Afdeling XVbis - Commissie voor advies in geval van tijdelijke tegemoetkoming voor het gebruik van een geneesmiddel

122quinquies-decies/1–122quinquies-decies/3

Art. 122quinquies-decies/1

§ 1.De aanwijzing van de leden van de Commissie voor advies in geval van tijdelijke tegemoetkoming voor het gebruik van een geneesmiddel gebeurt als volgt:

1°de twee werkende en twee plaatsvervangende leden die de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigen bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 7°, van de gecoördineerde wet worden aangewezen door de minister bevoegd voor Sociale Zaken op voorstel van het College van artsen-directeurs;

2°de twee werkende en twee plaatsvervangende leden bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 7°, van de gecoördineerde wet worden aangewezen door de minister bevoegd voor Volksgezondheid binnen het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, opgericht bij de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;

3°de twee werkende en twee plaatsvervangende leden bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 4°, van de gecoördineerde wet worden aangewezen door de minister bevoegd voor Sociale Zaken op voorstel van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, waarvan het ene onder de vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen die in die Commissie zetelen en het andere hetzij de voorzitter van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen of aangewezen onder de deskundigen die werken in een universitaire instelling;

4°de twee werkende en twee plaatsvervangende leden van het personeel van het Instituut die werken voor de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 5°, van de gecoördineerde wet, worden aangewezen door de minister bevoegd voor Sociale Zaken;

5°één werkend en één plaatsvervangend personeelslid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 8°, van de gecoördineerde wet, worden aangewezen door de minister bevoegd voor Volksgezondheid;

6°een werkend en een plaatsvervangend lid, vertegenwoordiger van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 6°, van de gecoördineerde wet, worden aangewezen in onderling akkoord door de minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid op voorstel van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesmiddelenindustrie.

7°een werkend en een plaatsvervangend lid, vertegenwoordiger van de patiëntenverenigingen, bedoeld in artikel 31ter, § 2, eerste lid, 9°, van de gecoördineerde wet, worden aangewezen door de minister bevoegd voor Sociale Zaken, op voorstel van het patiëntenforum.

...

§ 2.Zodra het wordt ingelicht dat een aanvraag tot kaderbeslissing bedoeld in artikel 31quinquies, § 1, van de gecoördineerde wet in het kader van een vroege toegang of een aanvraag tot beslissing in het kader van een snelle toegang zou kunnen worden ingediend stelt het secretariaat van de Commissie een lijst op van drie deskundigen ad hoc, die wordt goedgekeurd door de voorzitter van de commissie.

...

Als de aanvraag effectief wordt ingediend vraagt het secretariaat aan de deskundigen die zijn opgenomen op de lijst of ze aanvaarden om deel te nemen aan de werkzaamheden van de commissie.

De deskundigen die aanvaarden om deel te nemen aan de werkzaamheden van de commissie hebben een raadgevende stem.

De deskundigen zijn ertoe gehouden de vastgestelde termijnen na te leven om hun rapport in te dienen en deel te nemen aan de vergaderingen waarvoor ze, in voorkomend geval, zouden worden opgeroepen. Bij niet naleving van deze bepaling en behoudens overmacht worden de deskundigen niet vergoed, ook niet voor eventueel reeds uitgevoerde prestaties.

§ 3.De leden van de Commissie en de deskundigen ad hoc maken aan het secretariaat een schriftelijke belangenverklaring over die de directe of indirecte belangen of banden aangeeft die zij kunnen hebben ten opzichte van de geneesmiddelenindustrie. Zij verbinden zich ertoe iedere wijziging in deze belangen of banden onmiddellijk mee te delen. De verklaringen van de leden van de Commissie worden jaarlijks hernieuwd.

De leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging oordeelt over eventuele belangenconflicten en beslist of de leden van de Commissie die directe of indirecte belangen hebben bij het onderzochte dossier al dan niet kunnen deelnemen aan de beraadslagingen en/of aan de stemming en of de deskundigen die directe of indirecte belangen hebben bij het onderzochte dossier kunnen belast worden met het evalueren van een dossier.

De overheid die het lid heeft aangewezen kan het ontheffen als wordt vastgesteld dat het een onjuiste verklaring heeft afgeleverd of dat zijn belangen niet verzoenbaar zijn met de uitoefening van de functie.

Art. 122quinquies-decies/2

§ 1.De Commissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de Colleges van artsen voor de weesgeneesmiddelen en de farmaceutische specialiteiten die in het kader van een zeldzame ziekte vergoedbaar is.

In geval de voorzitter van het College van artsen voor weesgeneesmiddelen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 8 juli 2004 betreffende de vergoeding van weesgeneesmiddelen verhinderd is, wordt het voorzitterschap waargenomen door de voorzitter van de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, opgericht krachtens de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

In geval beiden verhinderd zijn wordt de vergadering voorgezeten door het oudste aanwezige stemgerechtigde lid.

§ 2.De werkende en plaatsvervangende leden, bedoeld in § 1 van artikel 122quinquies-decies/1, worden aangewezen voor een periode van 6 jaar. De mandaten zijn hernieuwbaar.

§ 3.Een plaatsvervangend lid kan zonder stemgerechtigd te zijn, de vergaderingen bijwonen, indien het werkend lid waarvoor de betrokkene als plaatsvervanger kan optreden ook op de vergadering aanwezig is.

§ 4.Het werkend lid dat zijn mandaat beëindigt of verliest, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger die een nieuw mandaat aanvangt.

Er wordt onmiddellijk in de vervanging voorzien van deze plaatsvervanger voor de duur van dit mandaat.

§ 5.De Commissie beraadslaagt geldig als meer dan de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is.

De voorstellen en beslissingen zijn aangenomen door de Commissie als meer dan de helft van haar aanwezige stemgerechtigde leden akkoord is met het voorstel.

In afwijking van het eerste lid, voor de individuele aanvragen tot tegemoetkoming in het kader van een vroege of een snelle toegang, beslist de Commissie geldig wanneer ten minste 2 leden hun stem gegeven hebben. De beslissing wordt genomen met eenvoudige meerderheid van de stemmen. Er wordt bij de telling geen rekening gehouden met onthoudingen. In geval van gelijke stemmen beslist de stem van de voorzitter. De voorzitter heeft enkel stemrecht bij gelijkheid van stemmen.

§ 6.De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.Dit reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 122quinquies-decies/3

§ 1.Het secretariaat van de Commissie wordt waargenomen door de personeelsleden van de Dienst voor geneeskundige verzorging die zijn aangewezen door de leidend ambtenaar van de voormelde dienst en door de personeelsleden van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten die daartoe zijn aangewezen door de minister bevoegd voor Volksgezondheid of zijn afgevaardigde.

§ 2.Het secretariaat bereidt de agenda van de vergaderingen voor, notuleert de voorstellen zoals die zijn aanvaard en goedgekeurd door de Commissie.

Het secretariaat verzekert de werking van de Commissie en waakt over het in acht nemen van de termijnen die haar zijn opgelegd.

Het secretariaat gaat over tot de administratieve afsluiting van onontvankelijke aanvragen voor een kaderbeslissing over vroege toegang die door de aanvrager niet zijn vervolledigd binnen 90 werkdagen na de verzending van het verzoek om aanvullende informatie door het secretariaat, van aanvragen voor een kaderbeslissing over vroege toegang waarvoor de aanvrager het ingevulde, gedateerde en elektronisch ondertekende verbintenisdocument niet verstrekt heeft binnen 5 werkdagen na ontvangst van de ontvangstbevestiging, onontvankelijke aanvraagdossiers voor een kaderbeslissing over snelle toegang die niet door de aanvrager zijn vervolledigd binnen de 90 dagen na de verzending van de aanwijzing naar de aanvrager van de ontbrekende elementen in de aanvraag en onontvankelijke dossiers voor aanvragen van een tegemoetkoming van de verzekering voor een rechthebbende in het kader van vroege toegang of snelle toegang die niet zijn vervolledigd door de aanvrager binnen 90 dagen na verzending van het verzoek om aanvullende informatie door het secretariaat.