Onder seizoenarbeiders wordt verstaan, de werknemers die arbeidstijdvakken vervullen waarvan de duur beperkt is hetzij wegens de seizoengebonden aard van het werk, hetzij omdat de ondernemingen die hen in dienst nemen, op bepaalde tijden van het jaar ertoe genoopt zijn hulppersoneel aan te werven.
TITEL III - Uitkerings- en moederschapsverzekering.
In het kader van de uitkeringsverzekering geldende omschrijving van seizoenarbeiders, arbeiders bij tussenpozen en deeltijdse werknemers.
199–202
Art. 200
Onder arbeiders bij tussenpozen wordt verstaan:
1°de tijdelijke werknemers en de uitzendkrachten zoals die begrippen zijn omschreven in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;
2°de huisarbeiders als bedoeld in artikel 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juni 1970.
Art. 201
(Opgeheven)
Art. 202
Voor de toepassing van de gecoördineerde wet worden als seizoenarbeiders, als arbeiders bij tussenpozen of als deeltijdse werknemers beschouwd (de werknemers bedoeld in de artikelen 199 en 200 van dit besluit en in artikel 10 van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels) die, buiten de in die artikelen bedoelde arbeidstijdvakken, enerzijds noch onderworpen zijn aan de verplichte uitkeringsverzekering krachtens de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, noch onder toepassing vallen van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid der mijnwerkers en ermede gelijkgestelden, en anderzijds niet voldoen aan de voorwaarden om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen of die uitkeringen vrijwillig verzaken.