Alle wetboeken › KB WVV

BOEK 3 - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en formaliteiten inzake de openbaarmaking › TITEL 1 - Gemeenschappelijke bepalingen voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, VZW,'s, IVZW's en stichtingen. › HOOFDSTUK 2 - Waarderingsregels

Afdeling 2 - Aanschaffingswaarde - Beginselen

3:13–3:22

Art. 3:13

Onverminderd de toepassing van de artikelen 3:7, 3:35, 3:45, 3:47, 3:49, 3:51 en 3:55, wordt elk actiefbestanddeel gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.

Onder aanschaffingswaarde wordt verstaan: of de aanschaffingsprijs zoals bepaald in artikel 3:14, of de vervaardigingsprijs zoals bepaald in artikel 3:15, of de inbrengwaarde zoals bepaald in artikel 3:17.

Art. 3:14

De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen en vervoerkosten.

De aanschaffingsprijs van een actiefbestanddeel verkregen in ruil voor een tegenprestatie anders dan in geld is de marktwaarde van deze tegenprestatie; is deze waarde moeilijk vast te stellen, dan is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het verkregen actiefbestanddeel. Deze waarden worden geschat op de datum van de ruil.

Art. 3:15

De vervaardigingsprijs omvat naast de aanschaffingskosten van de grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn evenals het evenredig deel van de productiekosten die slechts onrechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn, voor zover deze kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. Het staat de vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen echter vrij deze onrechtstreekse productiekosten niet geheel of gedeeltelijk in de vervaardigingsprijs op te nemen; in geval van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt zulks in de toelichting bij de waarderingsregels vermeld.

Art. 3:16

In de aanschaffingswaarde van immateriële en materiële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen, doch slechts voor zover zij betrekking heeft op de periode welke de bedrijfsklaarheid van deze vaste activa voorafgaat.

In de vervaardigingsprijs van voorraden en bestellingen in uitvoering mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering slechts worden opgenomen voor zover deze rente betrekking heeft op voorraden of bestellingen waarvan de productie of uitvoering meer dan één jaar bestrijkt en zij op de normale productieperiode van deze voorraden of de normale uitvoeringstermijn van deze bestellingen betrekking heeft.

Het opnemen van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van immateriële of materiële vaste activa of van voorraden of bestellingen in uitvoering, wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld.

Art. 3:17

De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng.

In geval van bestemming voor of inbreng in een onderneming die geen vennootschap met eigen rechtspersoonlijkheid is en die geen VZW, IVZW of stichting is, moet onder inbrengwaarde worden verstaan de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de betrokken goederen op de markt zou moeten worden betaald.

De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde; indien zij niet volledig ten laste worden gebracht van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan de inbreng is geschied, worden ze opgenomen in de rubriek "Oprichtingskosten".

Art. 3:18

Wat de goederen betreft die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente:

1°wordt onder aanschaffingswaarde verstaan het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald en met de kosten;

2°wordt een voorziening gevormd ten belope van het bedrag van het hiervoorgenoemde kapitaal; deze voorziening wordt jaarlijks aangepast.

Art. 3:19

§ 1.De aanschaffingswaarde van deelnemingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde.

In afwijking van het eerste lid worden de deelnemingen of aandelen van een vennootschap die een vennootschap, VZW, IVZW of stichting ontvangt bij fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:56, in ruil voor de deelnemingen of aandelen die zij in de overgenomen of gesplitste vennootschap bezat, bij die fusie of splitsing in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waarvoor de deelnemingen of aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap hierin op die datum stonden geboekt. De verdeling van de boekwaarde van de deelnemingen of aandelen in de gesplitste vennootschap over de verschillende verkregen deelnemingen of aandelen in de verkrijgende vennootschappen vindt plaats pro rata het aandeel in de reële waarde van de overgedragen vermogens dat kan worden toegerekend aan de vennootschap, VZW, IVZW of stichting die deze deelnemingen of aandelen ontvangt.

Bij een met een fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:7, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden de deelnemingen of aandelen die de vennootschap, VZW, IVZW of stichting in de overnemende vennootschap behoudt, in haar boekhouding opgenomen tegen de som van de waarden waarvoor de deelnemingen of aandelen in de overnemende vennootschap en in de overgenomen vennootschap(pen) op die datum voorkwamen.

Bij een met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:8, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden de deelnemingen of aandelen die de vennootschap, VZW, IVZW of stichting ten gevolge van de verrichting ontvangt tezamen met de deelnemingen of aandelen die zij in de overdragende vennootschap behoudt in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waaraan de deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap op die datum stonden geboekt. De boekwaarde van de deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap op de datum van de verrichting wordt verdeeld over de behouden en verkregen deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap en de (verschillende) verkregen deelnemingen of aandelen in de verkrijgende vennootschap(pen) pro rata het aandeel in de reële waarde van het door de overdragende vennootschap behouden vermogen en de reële waarde van het (de) overgedragen vermogen(s) dat kan worden toegerekend aan de vennootschap, VZW, IVZW of stichting die deze deelnemingen of aandelen ontvangt.

Ingeval bij fusie, splitsing of hiermee gelijkgestelde verrichtingen als bedoeld in artikel 3:56 een opleg in geld is verkregen, wordt het bedrag hiervan afgetrokken van de boekwaarde, en bij voorrang van de aanschaffingswaarde, van de deelnemingen of aandelen van de overgenomen, gesplitste of overdragende vennootschap, inzover die opleg wordt onttrokken aan het kapitaal, de uitgiftepremie of in voorkomend geval de inbreng; in de overige gevallen wordt dat bedrag in resultaat genomen.

Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen of bij een met een splitsing gelijkgestelde grensoverschrijdende verrichting als bedoeld in artikel 3:57, worden de als tegenprestatie ontvangen deelnemingen of aandelen bij de verrichting in de boekhouding van de inbrengende of overdragende opgenomen tegen de nettowaarde waarvoor de ingebrachte of overgedragen goederen en waarden hier op die datum voorkwamen.

§ 2.De bijkomende kosten met betrekking tot het aanschaffen van financiële vaste activa en van geldbeleggingen mogen ten laste worden genomen van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan.

Art. 3:20

In afwijking van de artikelen 3:9, 3:13, 3:25, 3:30, 3:34, 3:46, 3:47, 3:48, 3:49, 3:50 en 3:52 mogen het klein materieel evenals de grond- en hulpstoffen die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag indien de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderen van het ene boekjaar tot het andere. In dit geval wordt de prijs voor de hernieuwing van deze bestanddelen opgenomen onder de bedrijfskosten.

Art. 3:21

De aanschaffingswaarde van activa met identieke technische of juridische kenmerken wordt bepaald hetzij door individualisering van de prijs van elk bestanddeel, hetzij volgens de methode van gewogen gemiddelde prijzen, volgens de methode "Fifo" (eerst in - eerst uit) of volgens de methode "Lifo" (laatst in - eerst uit).

Indien de methode wordt gewijzigd, mag de aanschaffingswaarde van de goederen die geacht worden eerst te zijn ingekomen, niet lager zijn dan de waarde waarvoor ze, voor toepassing van de desbetreffende waardeverminderingen, voorkwamen in de inventaris bij het afsluiten van het boekjaar tevoren.

Wanneer, inzonderheid bij toepassing van de Lifo-methode, de boekwaarde van de voorraden aanzienlijk verschilt van de waarde berekend op basis van de marktwaarde op balansdatum, moet het totale bedrag van dit verschil, per voorraadpost die in de balans voorkomt, in de toelichting worden vermeld. Dit verschil kan door de in de artikelen 1:24, 1:28 en 1:30 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde kleine vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen door middel van een totaalbedrag voor het geheel van de betrokken posten worden opgegeven.

Art. 3:22

Indien, bij het begin van het eerste boekjaar waarin voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting deze titel toepasselijk wordt, de aanschaffingswaarde van bepaalde actiefbestanddelen niet kan worden wedersamengesteld, is de aanschaffingswaarde van elk van die bestanddelen gelijk aan de waarde waarvoor ze, vóór toepassing van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen, in de inventaris van het boekjaar tevoren voorkwamen.

De in toepassing van het vorige lid bepaalde aanschaffingswaarde:

1°maakt in voorkomend geval, het voorwerp uit van afschrijvingen of waardeverminderingen overeenkomstig afdeling 3 van dit hoofdstuk;

2°wordt, voor de toepassing van artikel 3:21, beschouwd als aanschaffingswaarde van de eerst ingekomen goederen.

De herwaarderingsmeerwaarden die geboekt werden voor het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel van toepassing zijn, de kapitaalsubsidies die bekomen werden voor datzelfde boekjaar alsook de door een vennootschap ontvangen uitgiftepremies moeten in de jaarrekening slechts opgenomen worden voor zover ze nog als zodanig in de boekhouding van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen op het einde van het voorafgaande boekjaar.

Zijn door een vennootschap meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983, dan mogen deze meerwaarden in rubriek III "Herwaarderingsmeerwaarden" behouden blijven.