Alle wetboeken › Hypotheekwet

HOOFDSTUK V _ Doorhaling en vermindering van de inschrijvingen.

92–95

Art. 92

De inschrijvingen worden doorgehaald of verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht van gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. De volmacht tot doorhaling of vermindering moet uitdrukkelijk en in authentieke vorm gegeven worden.

De inschrijvingen van de bedongen hypotheken kunnen eveneens worden doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de instrumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle inschrijvingen die in de voorgelegde akte zijn opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1653 van het Gerechtelijk Wetboek, geldt hetzelfde voor de ambtshalve inschrijvingen uitgevoerd in overeenstemming met artikel 35.

De overnemer van een hypothecaire schuldvordering kan geen doorhaling of vermindering toestaan, tenzij de overdracht voortvloeit uit akten als vermeld in artikel 2.

Art. 93

(2158). Zij die doorhaling of vermindering vorderen, leggen op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie over, hetzij de uitgifte der authentieke akte of de akte in brevet, houdende toestemming (of houdende bevestiging van de toestemming), hetzij de uitgifte van het vonnis.

Een woordelijk uittreksel uit de authentieke akte is voldoende, wanneer de notaris die het heeft afgegeven, daarin verklaart dat de akte noch voorwaarde, noch voorbehoud bevat.

...

Art. 94

(2159). De eis tot doorhaling of vermindering, als hoofdvordering ingesteld, wordt (...) gebracht voor de rechtbank van de plaats waar de inschrijving gedaan is.

De overeenkomst tussen de schuldeiser en de schuldenaar aangegaan om in geval van geschil de eis voor een door hen bepaalde rechtbank te brengen, zal echter tussen hen worden nagekomen.

De rechtsvorderingen tegen de schuldeisers, waartoe de inschrijvingen aanleiding kunnen geven, worden ingesteld door dagvaarding aan hun persoon, of aan de laatste in het register vermelde gekozen woonplaats; en zulks niettegenstaande het overlijden, hetzij van de schuldeisers, hetzij van hen bij wie zij woonplaats hebben gekozen.

Art. 95

(2160). De rechtbanken moeten de doorhaling bevelen, wanneer de inschrijving gedaan is zonder gegrond te zijn op de wet of op een titel, of wanneer zij geschied is krachtens een titel die hetzij onregelmatig, hetzij vervallen of gekweten was, of wanneer de rechten van voorrecht of hypotheek op wettelijke wijze zijn teniet gegaan.