Onder voorbehoud van de bepalingen omtrent de pacht kan elke vordering inzake de huur van goederen worden ingeleid bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het vredegerecht.
Het verzoekschrift vermeld, op straffe van nietigheid:
1.de dag, de maand en het jaar;
2.de naam, de voornaam... en de woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn rijksregisternummer, identificatienummer in het bisregister of ondernemingsnummer;
3.de naam, de voornaam en de woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de persoon tegen wie de vordering is ingesteld.
4.het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5.de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
Een getuigschrift van de woonplaats van de in het tweede lid, 3°, vermelde persoon, afgegeven door het gemeentebestuur of een uittreksel uit het Rijkregister van de natuurlijke personen, wordt bij het verzoekschrift gevoegd.
De partijen worden door de griffier per gerechtsbrief opgeroepen om binnen vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift op de algemene rol, te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. Bij de oproeping wordt een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.