§ 1.Wanneer een buitenlandse autoriteit een voorstel van plaatsing van een volwassene overmaakt krachtens artikel 33 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, bevestigt de in artikel 1252/9 bedoelde Centrale Autoriteit hiervan de ontvangst.
Deze laatste zendt het voorstel van plaatsing in België, het rapport over de betrokkene en de redenen voor de opneming, aan de procureur des Konings van het arrondissement waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats of zijn woonplaats zal hebben.
De procureur des Konings bevestigt binnen de maand dat het door de buitenlandse Centrale Autoriteit bezorgde dossier volledig is.
Indien het dossier niet volledig is, vraagt de procureur des Konings, met de medewerking van de Centrale Autoriteit, dat de buitenlandse Centrale Autoriteit het dossier vervolledigt. Zodra het dossier volledig is, bevestigt de procureur des Konings dit aan de Centrale Autoriteit.
§ 2.De procureur des Konings brengt een omstandig en een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving dat het dossier volledig is aan de buitenlandse Centrale Autoriteit, die eenmaal verlengd kan worden met een termijn van twee maanden. Hij kan zich hierbij verzetten tegen het voorstel van plaatsing. Dit advies houdt in het bijzonder rekening met de belangen van de te plaatsen persoon.