Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK IV _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. › HOOFDSTUK X - Beschermde personen

Afdeling 2/1 - Erkenning en uitvoerbaarverklaring van buitenlandse beschermingsmaatregelen met betrekking tot een meerderjarige en overleg voorafgaand aan de plaatsing van die meerderjarige in België in een instelling of op een plaats waar bescherming kan worden geboden.

1252/1–1252/10

Art. 1252/1

Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 1252/2 tot 1252/6, worden bij de vrederechter ingediend, volgens de procedure bedoeld in de artikelen 1026 tot 1034:

1°de verzoeken gegrond op de artikelen 23 en 25 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen; of

2°de verzoeken tot erkenning of uitvoerbaarverklaring van de maatregelen die vergelijkbaar zijn met die opgesomd in artikel 3 van dat Verdrag genomen in een derde Staat.

Art. 1252/2

Het verzoekschrift wordt neergelegd via het centraal register van de bescherming van personen bedoeld in artikel 1253/2.

De stukken gevoegd in bijlage bij de verzoekschriften worden neergelegd ter griffie of neergelegd via het register.

De kennisgevingen, mededelingen en elke neerlegging ter griffie gebeuren overeenkomstig de artikelen 1249/4 tot 1249/6. De beslissingen met betrekking tot de erkenning of de uitvoerbaarverklaring van de buitenlandse beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 1252/1 worden evenwel ter kennis gebracht bij gerechtsbrief.

Art. 1252/3

De partijen worden door de griffier opgeroepen om binnen acht dagen na de inschrijving van het verzoekschrift op de algemene rol, te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt.

In spoedeisende gevallen kan de rechter evenwel bij een beschikking toestaan om binnen een termijn van drie dagen ter terechtzitting te dagvaarden.

Art. 1252/4

De rechter doet op korte termijn uitspraak na, in voorkomend geval, onderzoek van de inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Verdrag van 's-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen.

Art. 1252/5

Op verzoek van de betrokken persoon, van elke belanghebbende, van de procureur des Konings, of ambtshalve, kan de vrederechter een rechterlijke beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek nemen ingeval van een erkenning of uitvoerbaarverklaring van een buitenlandse beslissing bedoeld in artikel 1252/1.

Art. 1252/6

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling, indien de rechter deze niet heeft bevolen.

Art. 1252/7

§ 1.Wanneer een buitenlandse autoriteit een voorstel van plaatsing van een volwassene overmaakt krachtens artikel 33 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, bevestigt de in artikel 1252/9 bedoelde Centrale Autoriteit hiervan de ontvangst.

Deze laatste zendt het voorstel van plaatsing in België, het rapport over de betrokkene en de redenen voor de opneming, aan de procureur des Konings van het arrondissement waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats of zijn woonplaats zal hebben.

De procureur des Konings bevestigt binnen de maand dat het door de buitenlandse Centrale Autoriteit bezorgde dossier volledig is.

Indien het dossier niet volledig is, vraagt de procureur des Konings, met de medewerking van de Centrale Autoriteit, dat de buitenlandse Centrale Autoriteit het dossier vervolledigt. Zodra het dossier volledig is, bevestigt de procureur des Konings dit aan de Centrale Autoriteit.

§ 2.De procureur des Konings brengt een omstandig en een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving dat het dossier volledig is aan de buitenlandse Centrale Autoriteit, die eenmaal verlengd kan worden met een termijn van twee maanden. Hij kan zich hierbij verzetten tegen het voorstel van plaatsing. Dit advies houdt in het bijzonder rekening met de belangen van de te plaatsen persoon.

Art. 1252/8

In geval van erkenning van de buitenlandse beslissing overeenkomstig de artikelen 1252/1 tot 1252/6 geeft de griffier bij gerechtsbrief kennis van de beslissing tot erkenning en de buitenlandse beslissing over de plaatsing bedoeld in artikel 33 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, aan de directeur van de instelling waartoe de psychiatrische dienst behoort of aan de persoon die de volwassene ten laste neemt, aangewezen door de buitenlandse beslissing. Hij brengt de procureur des Konings onverwijld ervan op de hoogte.

Onmiddellijk na de kennisgeving treft de directeur van de instelling of de persoon die de volwassene ten laste neemt alle nodige maatregelen voor de organisatie van de plaatsing van de betrokken persoon. De procureur des Konings vergewist zich van de tenuitvoerlegging van die maatregelen. Hij zorgt in het bijzonder ervoor dat de directeur van de instelling of de persoon die de volwassene ten laste neemt, hem onder zijn bewaring heeft, zijn vervoer of zijn overbrenging uitvoert en in voorkomend geval tot zijn opname overgaat.

Art. 1252/9

§ 1.Voor de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen is de Centrale Autoriteit de Federale Overheidsdienst Justitie.

§ 2.In het kader van de verzoeken bedoeld in de artikelen 29, 30, 32, 34 en 35 van dat Verdrag kan de Centrale Autoriteit het advies vragen van een autoriteit of van een instelling die zij nuttig acht te raadplegen en/of alle inlichtingen of documenten verzamelen die nodig zijn voor de behandeling ervan.

Art. 1252/10

Enkel de Centrale Autoriteit is gemachtigd om de overzending van de stukken en vragen aan de bevoegde overheden van de verzoekende Staat of de bevoegde Belgische autoriteiten te waarborgen.