Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › TITEL VI - (Benoemingsvoorwaarden en loopbaan van magistraten en het gerechtspersoneel). › Eerste afdeling - Rechters en magistraten van het openbaar ministerie.

Afdeling II - Leden van de rechtbank van eerste aanleg.

195–196quinquies

Art. 195

(Alle werkende rechters in de rechtbank van eerste aanleg die gedurende ten minste één jaar het ambt van rechter of van magistraat van het openbaar ministerie hebben uitgeoefend, alsook de plaatsvervangende magistraten bedoeld in artikel 156bis,, kunnen als enige rechter zitting houden.

Na het schriftelijk en met redenen omklede advies van de procureur des Konings en van de stafhouder van de Orde van advocaten te hebben gevraagd, kunnen evenwel alle werkende rechters in de rechtbank van eerste aanleg, ongeacht hun anciënniteit, als enige rechter zitting houden, wanneer de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de noodzaak daarvan aantoont.) (W 1997-01-21/39, art. 2, 043; Inwerkingtreding: 1997-03-25>

De aangewezen magistraten kunnen ook in de andere kamers van de rechtbank van eerste aanleg zitting nemen naar de rang van hun installatie.

(Werkende rechters die als enige rechter zitting houden en die door de voorzitter van de rechtbank worden aangewezen om als assessor deel uit te maken van een hof van assisen, mogen voor de duur van de zitting van het hof van assisen worden vervangen door een plaatsvervangend rechter die deze functie al ten minste tien jaar uitoefent en die regelmatig zitting houdt of zitting heeft gehouden in strafzaken in een kamer met drie rechters,....)

Art. 195bis

De rechters bedoeld in de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, houden zitting in strafzaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen in fiscale aangelegenheden.

De bepalingen van artikel 190, § 2bis en § 2ter zijn op hen van toepassing.

Art. 196

<Opgeheven bij W 2012-07-19/36, art. 20, 175; Inwerkingtreding: 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

Art. 196bis

De Koning benoemt de werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken, de werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en de werkende en plaatsvervangende assessoren in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie.

Zij worden benoemd uit de geslaagden voor een examen georganiseerd door een Nederlandstalig selectiecomité en een Franstalig selectiecomité samengesteld uit:

-een magistraat van de zetel aangewezen door het College van de hoven en rechtbanken of zijn plaatsvervanger;

-de directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie van de federale overheidsdienst Justitie of zijn vertegenwoordiger aangewezen door de minister van Justitie;

-de directeur-generaal van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van de federale overheidsdienst Justitie of zijn vertegenwoordiger aangewezen door de minister van Justitie.

-de leidende ambtenaar van de Justitiehuizen of van de dienst die er de opdrachten van overneemt of hun vertegenwoordiger aangewezen binnen deze diensten.

Niemand mag zitting hebben in een comité indien hij geen blijk geeft van de kennis van de taal van de kandidaten.....

Het examen, waarvan de regels worden bepaald door de Koning, bestaat uit een schriftelijk gedeelte en een mondeling gedeelte.

De geldigheidsduur van het examen is vastgesteld op zeven jaar.

Art. 196ter

§ 1.Om tot werkend of plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken te worden benoemd moet de kandidaat de volgende voorwaarden vervullen:

1°ten minste vijf jaar nuttige beroepservaring hebben die blijk geeft van praktische kennis van aangelegenheden inzake penitentiaire zaken;

2°houder zijn van een diploma van master;

3°Belg zijn;

4°ten minste dertig jaar oud zijn...;

5°de burgerlijke en politieke rechten genieten.

Om tot werkend of plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie te worden benoemd moet de kandidaat de volgende voorwaarden vervullen:

1°ten minste vijf jaar nuttige beroepservaring hebben die blijk geeft van praktische kennis van aangelegenheden inzake sociale reïntegratie;

2°houder zijn van een diploma van master;

3°Belg zijn;

4°ten minste dertig jaar oud zijn...;

5°de burgerlijke en politieke rechten genieten.

Om tot werkend of plaatsvervangend assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie te worden benoemd, moet de kandidaat de volgende voorwaarden vervullen:

1°ten minste vijf jaar nuttige beroepservaring hebben waaruit praktische kennis blijkt van de aangelegenheden die verband houden met de klinische psychologie;

2°houder zijn van een diploma van master in de psychologische wetenschappen;

3°Belg zijn;

4°ten minste dertig jaar oud zijn;

5°de burgerlijke en politieke rechten genieten.

§ 2.Het ambt van werkend assessor in de strafuitvoeringsrechtbank wordt voltijds uitgeoefend.

De werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank worden benoemd voor een periode van een jaar, die een eerste maal voor een periode van drie jaar en vervolgens telkens voor een periode van vier jaar kan worden verlengd, na evaluatie.

De benoeming tot werkend assessor in de strafuitvoeringsrechtbank wordt, voor de opening van het recht en de berekening van het pensioen, gelijkgesteld met een vaste benoeming. Voor de berekening van het rustpensioen worden de in die hoedanigheid gepresteerde diensten in aanmerking genomen naar rata van 1/60 per jaar dienst.

§ 3.De werkend assessor die op de dag van zijn benoeming een statutaire band heeft met de Staat of met enige andere van de Staat afhangende publiekrechtelijke rechtspersoon, wordt voor de duur van zijn benoeming ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank.

Tijdens de hele duur van de benoeming is de werkend assessor met onbetaald verlof. Hij wordt gelijkgesteld met een ambtenaar met opdracht.

Hij behoudt evenwel zijn recht op bevordering en op verhoging in zijn weddenschaal.

De werkend assessor die op de dag van zijn benoeming een contractuele band heeft met de Staat of met enige andere van de Staat afhangende publiekrechtelijke rechtspersoon, wordt voor de duur van zijn benoeming ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank.

Tijdens de duur van zijn benoeming wordt de arbeidsovereenkomst geschorst.

Hij behoudt evenwel het recht op verhoging in zijn weddeschaal.

De in het eerste en vierde lid bedoelde ambtenaren kunnen vervangen worden in hun oorspronkelijke dienst door een contractueel personeelslid voor de duur van hun terbeschikkingstelling.

§ 4.De assessor die zijn benoeming wenst te beëindigen, moet een opzeggingstermijn van tenminste een maand eerbiedigen. Hij stelt de voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg hiervan in kennis bij aangetekende zending en wanneer ze elektronisch gebeurt, via een gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging in de zin van artikel 3.37. van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, die deze overzendt aan de minister.

Wanneer een assessor zich tijdens zijn mandaat niet langer in de wettelijke voorwaarden bevindt om zijn ambt uit te oefenen, vervalt zijn benoeming van rechtswege.

§ 5.De mandaten van assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken, van assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en van assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie mogen niet worden gecumuleerd.

§ 6.De werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank volgen in de loop van de twee jaren die volgen op hun benoeming een theoretische en een praktische opleiding waarvan de inhoud en de duur worden vastgesteld door het Instituut voor gerechtelijke opleiding. Die verplichte opleiding bevat een opleiding inzake deontologie.

Art. 196quater

§ 1.De evaluatie van de werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank geschiedt, na advies van de voorzitter van de kamer van de strafuitvoeringsrechtbank waarin de assessor zitting heeft, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waarin de assessor zijn ambt uitoefent.

§ 2.De werkende of plaatsvervangende assessor in in de strafuitvoeringsrechtbank wordt onderworpen aan een met redenen omklede schriftelijke evaluatie, uiterlijk vier maanden vóór het verstrijken van iedere verlengbare periode waarvoor het mandaat is verleend.

De evaluatie geschiedt binnen dertig dagen na de termijn bedoeld in het eerste lid.

De evaluatie van het mandaat kan leiden tot de beoordeling " goed " of " onvoldoende ".

Het mandaat wordt enkel verlengd als de werkende of plaatsvervangende assessor de beoordeling " goed " krijgt.

§ 3.De evaluatie slaat op de wijze van ambtsuitoefening, met uitsluiting van de inhoud van een rechterlijke beslissing, en geschiedt op grond van criteria die betrekking hebben op de persoonlijkheid en de intellectuele, professionele en organisatorische capaciteiten.

De Koning bepaalt de evaluatiecriteria en de weging van deze criteria rekening houdend met de eigenheid van de ambten, en stelt nadere regels voor de toepassing van deze bepalingen op.

De evaluatie wordt voorafgegaan door één of meerdere functioneringsgesprekken tussen de geëvalueerde en ten minste een van zijn beoordelaars.

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zendt bij gedagtekend ontvangstbewijs langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs een afschrift van de voorlopige beoordeling aan de betrokkene.

De betrokkene kan op straffe van verval binnen een termijn van tien dagen te rekenen van de kennisgeving van de voorlopige beoordeling, zijn schriftelijke opmerkingen bij gedagtekend ontvangstbewijs of langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs bezorgen bezorgen zendt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die het origineel bij het evaluatiedossier voegt. Binnen tien dagen na de ontvangst van de opmerkingen, zendt de eerste voorzitter van het hof van beroep een afschrift van de definitieve beoordeling aan de minister van Justitie en bij gedagtekend ontvangstbewijs of langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs aan de betrokkene.

De evaluatiedossiers worden bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waar de zetel van het hof van beroep is gevestigd, bewaard. Een afschrift van de definitieve beoordelingen wordt bewaard bij de minister van Justitie gedurende ten minste tien jaar. De evaluaties zijn vertrouwelijk en kunnen te allen tijde door de betrokkenen ingekeken worden.

§ 4.De assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank die een definitieve beoordeling "onvoldoende" hebben gekregen, kunnen binnen dertig dagen na de kennisgeving tegen die beoordeling beroep instellen bij de eerste voorzitter van het hof van beroep.

Art. 196quinquies

Met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, op verzoek van een voorzitter van een rechtbank van eerste aanleg die in een ander rechtsgebied is gelegen, een werkende of plaatsvervangende assessor in de strafuitvoeringsrechtbank die daarmee instemt opdracht geven om zijn ambt bijkomend uit te oefenen in een andere strafuitvoeringsrechtbank.

In de opdrachtbeschikking van de eerste voorzitter wordt vermeld waarom die opdracht moet worden gegeven aan een werkende of plaatsvervangende assessor en worden de nadere regels van de opdracht omschreven.