Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten. › HOOFDSTUK IV Afwezigheden en verloven van magistraten

Afdeling VIII Zorgverloven

331/47–331/50

Art. 331/47

§ 1.De magistraat heeft recht op verlof voor het verstrekken van palliatieve zorg aan een lid van zijn gezin of aan een familielid tot in de tweede graad.

§ 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder palliatieve verzorging verstaan, elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand aan alsook verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.

Worden als lid van het gezin beschouwd, elke persoon die met de magistraat samenwoont en als familielid, zowel de bloed- als de aanverwanten.

§ 3.De magistraat legt een attest voor afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve zorg behoeft en waaruit blijkt dat de magistraat zich bereid heeft verklaard deze palliatieve zorg te verlenen....

§ 4.Dit verlof geldt voor een periode van een maand en is tweemaal verlengbaar. Het kan voltijds of halftijds opgenomen worden.

Art. 331/48

§ 1.De magistraat heeft recht op verlof voor het bijstaan van of voor het verstrekken van verzorging aan een lid van zijn gezin of aan een familielid tot in de tweede graad, dat lijdt aan een ernstige ziekte.

§ 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ernstige ziekte verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het ernstig zieke lid van het gezin of familielid als dusdanig wordt beschouwd en waarvoor deze van mening is dat enige vorm van sociale, familiale of geestelijke hulp noodzakelijk is voor het herstel.

Worden als lid van het gezin beschouwd, elke persoon die met de magistraat samenwoont en als familielid, zowel de bloed- als de aanverwanten.

§ 3.De magistraat legt een attest voor afgeleverd door de behandelende geneesheer van het ernstig zieke lid van het gezin of familielid, en waaruit blijkt dat de magistraat zich bereid heeft verklaard de ernstig zieke persoon bij te staan of hem verzorging te verstrekken....

§ 4.Dit verlof kan voltijds of halftijds worden opgenomen met al dan niet opeenvolgende periodes van ten minste een maand en ten hoogste drie maanden. Deze periodes mogen samen niet meer bedragen dan twaalf maanden per patiënt, vierentwintig maanden per patiënt indien ze halftijds worden opgenomen.

In geval van zware ziekte van een kind dat hoogstens zestien jaar oud is en van wie de magistraat uitsluitend of hoofdzakelijk de last draagt in de zin van artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, wordt, wanneer de magistraat alleenstaand is, de maximumperiode bedoeld in het eerste lid verdubbeld.

Onder alleenstaande in de zin van dit artikel wordt verstaan de magistraat die uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn kinderen. De magistraat levert hiervoor het bewijs van de samenstelling van zijn gezin door middel van een attest dat wordt afgeleverd door de gemeentelijke overheid en waaruit blijkt dat hij op het moment van de aanvraag uitsluitend en effectief samenwoont met één of meerdere van zijn kinderen.

Art. 331/49

§ 1.De magistraat heeft recht op verlof voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte.

§ 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of het verstrekken van verzorging noodzakelijk is.

De door paragraaf 1 geboden mogelijkheid staat open voor:

-de magistraat die verwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;

-de magistraat die samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.

§ 3.De magistraat legt een attest voor afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek kind, en waaruit blijkt dat de magistraat zich bereid heeft verklaard het zwaar ziek kind bij te staan of hem verzorging te verstrekken....

Het bewijs van hospitalisatie van het kind wordt geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis....

§ 4.Dit verlof geldt voor een periode van een week en is eenmaal verlengbaar.

Art. 331/50

De magistraat die een van de verloven bepaald in deze afdeling wenst op te nemen brengt zijn korpschef hiervan minstens zeven dagen op voorhand op de hoogte, tenzij het een onvoorziene gebeurtenis betreft, in welk geval van deze termijn kan worden afgeweken.

Voor iedere verlenging dient de magistraat dezelfde procedure te volgen en het (de) vereiste attest(en) in te dienen.

De verloven bepaald in deze afdeling worden met dienstactiviteit gelijkgesteld en zijn onbezoldigd.

De magistraat die een zorgverlof geniet in toepassing van deze afdeling, ontvangt van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening de uitkering die wordt toegekend aan de personeelsleden van het openbaar ambt.

De Koning bepaalt de nadere voorwaarden en regels tot toekenning van deze uitkering.