Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 3 Huur en bruikleen › Ondertitel 1 Huur

Hoofdstuk 2 Verbintenissen van de verhuurder

7.3.3–7.3.15

Art. 7.3.3

toekomstig recht

Opsomming

De verhuurder heeft de verbintenis:

1°het goed te leveren conform het contract en het in die staat te houden;

2°de huurder desgevallend te vergoeden voor inrichtings- of veranderingswerken; en

3°de huurder te vrijwaren voor uitwinning door zijn eigen daad en door daden van derden.

Art. 7.3.4

toekomstig recht

Beginsel

De verbintenis tot conforme levering omvat zowel:

1°de levering van het goed; als

2°de conformiteit van het goed tijdens de gehele duur van de huur, met inbegrip van het onderhoud en de herstellingen hiervoor vereist.

De verbintenis tot conforme levering slaat ook op de accessoria van het goed.

Art. 7.3.5

toekomstig recht

Definitie

De levering omvat:

1°de materiële, symbolische of intellectuele overhandiging van het goed op de plaats en het tijdstip bepaald overeenkomstig artikel 5.203; en

2°het verlenen van het gebruik en genot van het goed tijdens de duur van de huur.

Art. 7.3.6

toekomstig recht

Conformiteitsbegrip

§ 1.De verhuurder overhandigt de huurder een conform goed.

Een goed is conform wanneer het een gebruik en genot toelaat dat beantwoordt aan wat het contract bepaalt en aan wat de huurder redelijkerwijze kan verwachten. De redelijke verwachtingen van de huurder worden bepaald door de wet, het contract, de gebruiken, de goede trouw, de aard van het verhuurde goed, de hoedanigheid van de huurder en het geheel van de omstandigheden.

De huurder kan redelijkerwijze verwachten dat het goed in goede staat wordt geleverd.

§ 2.In uitvoering van zijn verbintenis tot behoud van conformiteit van het goed tijdens de duur van de huur, verricht de verhuurder het onderhoud en de noodzakelijke herstellingen.

De verbintenissen bedoeld in de artikelen 7.3.22 en 7.3.23 blijven ten laste van de huurder.

§ 3.De verhuurder staat in voor elk conformiteitsgebrek, zelfs als hij daarvan geen kennis kon hebben en zelfs als dit gebrek door overmacht is veroorzaakt.

Art. 7.3.7

toekomstig recht

Kennisgevingstermijn

De huurder geeft de verhuurder kennis van het conformiteitsgebrek binnen een redelijke termijn nadat hij het heeft ontdekt of behoorde te ontdekken. De redelijke termijn wordt beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden en in het bijzonder de aard van het goed, de aard van het conformiteitsgebrek, de hoedanigheid van de partijen en de gebruiken.

Als de huurder nalaat kennis te geven van het bestaan van het conformiteitsgebrek binnen de redelijke termijn en tenzij hij afstand doet met kennis van zaken, behoudt hij zijn rechten om het goed voor de toekomst in conformiteit te laten brengen door de verhuurder, maar verliest hij het recht om zich te beroepen op de sancties met betrekking tot de geleden gebruiks- en genotsderving. Hij is ook gehouden tot herstel van de door zijn nalatigheid ontstane schade.

De verhuurder kan zich niet beroepen op het verval van recht bedoeld in het tweede lid, indien hij het conformiteitsgebrek kende en hij dat conformiteitsgebrek niet aan de huurder heeft bekendgemaakt.

Art. 7.3.8

toekomstig recht

Verjaringstermijn

De vordering wegens een conformiteitsgebrek verjaart na twee jaar te rekenen vanaf het tenietgaan van het contract.

De vordering gebaseerd op de geleden gebruiks- en genotsderving die voortvloeit uit een conformiteitsgebrek verjaart echter twee jaar vanaf het ogenblik waarop de huurder de kennisgeving heeft gedaan.

De termijn wordt geschorst gedurende voldoende ernstige onderhandelingen tussen de partijen en het gerechtelijk of tegensprekelijk buitengerechtelijk deskundigenonderzoek.

Art. 7.3.9

toekomstig recht

Kosten

De verhuurder draagt de kosten van de levering en de onderhouds- en herstellingskosten om het goed in conforme staat te houden.

Als de huurder uitgaven heeft moeten doen voor het behoud van de conformiteit van het goed, die ten laste zijn van de verhuurder en die zo dringend waren dat hij de tussenkomst van de verhuurder niet kon afwachten, is de verhuurder verplicht hem de uitgaven te vergoeden.

Art. 7.3.10

toekomstig recht

Inrichtings- of veranderingswerken

Bij tenietgaan van het contract vergoedt de verhuurder de huurder conform de regels van de ongerechtvaardigde verrijking voor:

1°verwijderbare inrichtings- of veranderingswerken die de verhuurder verkiest te behouden; en

2°door de verhuurder toegelaten niet-verwijderbare inrichtings- of veranderingswerken.

Niet-toegelaten niet-verwijderbare inrichtings- of veranderingswerken worden niet vergoed door de verhuurder.

Art. 7.3.11

toekomstig recht

Beginsel

§ 1.De verhuurder staat in voor de vrijwaring voor uitwinning door eigen daad of daden van derden.

§ 2.De eigen daad betreft gedurende de gehele duur van de huur:

1°elke stoornis van het gebruik of genot van het goed door een gedraging van de verhuurder; en

2°elke juridische aanspraak op het goed door de verhuurder.

§ 3.De daden van derden betreffen tijdens de gehele duur van de huur enkel actuele juridische aanspraken op het goed door derden, ongeacht of zij hun oorsprong vinden voor of na de contractsluiting.

Deze vrijwaring geldt zelfs voor daden van derden waarvan de verhuurder geen kennis had of kon hebben.

Deze vrijwaring geldt echter niet voor de specifieke stoornissen die de verhuurder uitdrukkelijk voor de contractsluiting aan de huurder heeft meegedeeld.

Art. 7.3.12

toekomstig recht

Onverjaarbaarheid van de exceptie voor vrijwaring voor eigen daad

De exceptie van vrijwaring voor uitwinning door eigen daad verjaart niet.

Art. 7.3.13

toekomstig recht

Tussenkomst van de verhuurder

Bij een juridische aanspraak op het goed door een derde doet de huurder die in rechte wordt aangesproken, de verhuurder in het geding tussenkomen.

Bij gebrek daaraan dooft de verbintenis tot vrijwaring uit wanneer de huurder is veroordeeld door een beslissing waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer open staat, mits de verhuurder bewijst dat er voldoende middelen bestonden om de aanspraken van de derde te laten verwerpen.

Art. 7.3.14

toekomstig recht

Bevrijdingsbeding

Ieder beding dat de verhuurder gedeeltelijk of volledig van de verbintenis tot vrijwaring voor uitwinning door eigen daad bevrijdt, wordt voor niet-geschreven gehouden.

De verhuurder kan zich gedeeltelijk of volledig van de verbintenis tot vrijwaring voor uitwinning door daden van derden bevrijden, tenzij hij op het ogenblik van de contractsluiting op de hoogte was van het uitwinningsrisico.

Art. 7.3.15

toekomstig recht

Sancties

§ 1.Als de verhuurder zijn verbintenissen niet nakomt, beschikt de huurder over de sancties opgesomd in artikel 5.83.

Als het conformiteitsgebrek na de overhandiging van het goed ontstaat en niet aan de verhuurder toerekenbaar is wegens zijn fout of die van zijn hulppersonen, kan de huurder echter geen aanspraak maken op het herstel van de aanvullende schade veroorzaakt door dit gebrek.

§ 2.De huurder kan zich niet beroepen op de nietigheid van het huurcontract wegens dwaling die voortvloeit uit een conformiteitsgebrek van het verhuurde goed of een juridische aanspraak van een derde op dit goed.