Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Ondertitel 11 Centraal erfrechtregister

4.125–4.131/1

Art. 4.125

Doeleinden

Het centraal erfrechtregister is een geïnformatiseerde gegevensbank met als doeleinde:

1°binnen de perken van de bepalingen van deze ondertitel, de raadpleging en de mededeling aan derden, op elektronische wijze of, in voorkomend geval, per post, mogelijk te maken;

a)van informatie met betrekking tot de akten waarin de identiteit wordt bepaald van de personen die tot een opengevallen nalatenschap zijn geroepen;

b)van de identiteit van de personen die een nalatenschap hebben verworpen of aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving;

c)van de gerechtelijke maatregelen genomen met betrekking tot het beheer van een nalatenschap;

1°/1 binnen de perken van de bepalingen van deze ondertitel, op geautomatiseerde wijze de vaststelling van de hoedanigheid van erfgenaam mogelijk te maken zoals bedoeld in artikel 14, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 maart 2020 houdende de invoering van de Notariële Aktebank;

2°binnen de perken bepaald door Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, de verwerking van de in het centraal register geregistreerde gegevens mogelijk te maken met het oog op het algemeen belang en in het bijzonder statistische en wetenschappelijke doeleinden, of teneinde de kwaliteit van het register te verbeteren.

Art. 4.126

Op te nemen akten

§ 1.In het centraal erfrechtregister worden opgenomen:

1°de akten en attesten van erfopvolging die... worden opgemaakt overeenkomstig artikel 4.59;

2°de Europese erfrechtverklaringen die worden opgemaakt overeenkomstig artikel 68 van Verordening nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, alsmede de Europese erfrechtverklaringen die worden opgemaakt door de bevoegde gerechtelijke autoriteit overeenkomstig artikel 72, tweede lid, in fine, van dezelfde Verordening;

3°de correcties, de wijzigingen en de intrekkingen van die Europese erfrechtverklaringen;

4°de akten houdende de verklaring van verwerping, die worden opgemaakt overeenkomstig artikel 4.44;

5°de akten houdende de verklaring waarbij een erfgenaam te kennen geeft dat hij deze hoedanigheid slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving aanneemt, die worden opgemaakt overeenkomstig artikel 4.49;

6°de vonnissen en arresten tot aanwijzing van een beheerder van een onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap overeenkomstig artikel 4.54 of tot aanwijzing van een curator over een onbeheerde nalatenschap overeenkomstig artikel 4.58 en artikel 1231 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2.De notaris schrijft de akten en attesten bedoeld in paragraaf 1, 1°, 4° en 5° in. De inschrijving van de Europese erfrechtverklaringen, bedoeld in paragraaf 1, 2°, die worden opgemaakt door een notaris, alsmede de correcties, de wijzigingen en de intrekkingen van deze Europese erfrechtverklaringen, gebeurt eveneens door de notaris. Het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie schrijft de akten en de attesten van erfopvolging bedoeld in paragraaf 1 die het heeft opgemaakt, in.

De griffier van het rechtscollege dat de beslissing heeft uitgesproken, stelt het centraal erfrechtregister in kennis van de Europese erfrechtverklaringen, bedoeld in paragraaf 1, 2°, die worden opgemaakt door de bevoegde gerechtelijke autoriteit overeenkomstig artikel 72, tweede lid, in fine, van de voormelde Verordening (EU) nr. 650/2012.

§ 3.De griffier van het rechtscollege dat ze heeft uitgesproken, stelt het centraal erfrechtregister in kennis van de in paragraaf 1, 6°, bedoelde vonnissen of arresten.

De griffier van het rechtscollege dat het in het eerste lid bedoelde vonnis of arrest heeft uitgesproken, stelt het centraal erfrechtregister in kennis van elk verzet, elk hoger beroep of elke voorziening tegen dit vonnis of arrest.

De griffier van het rechtscollege dat ze heeft uitgesproken stelt het centraal erfrechtregister in kennis van de rechterlijke beslissingen waarbij een in het eerste lid bedoeld vonnis of arrest wordt vernietigd of hervormd.

Art. 4.127

In te schrijven gegevens

§ 1.Het register bevat de volgende gegevens geldend op het ogenblik van de inschrijving:

1°van de erflater:

a)de naam en voorna(a)m(en);

b)het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;

c)de geboortedatum en -plaats;

d)de woonplaats of de gewone verblijfplaats;

e)de plaats en de datum van overlijden;

1°/1 van de erfgenamen:

a)de naam en voorna(a)m(en);

b)het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;

2°van de aangever, in geval van inschrijving van een verklaring overeenkomstig artikel 4.44 of artikel 4.49:

a)de naam en voorna(a)m(en) in geval van een natuurlijke persoon, of, de naam of benaming in geval van een rechtspersoon;

b)de rechtsvorm in geval van een rechtspersoon;

c)het identificatienummer van het Rijksregister, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of in voorkomend geval het ondernemingsnummer;

d)de geboortedatum en -plaats in geval van een natuurlijke persoon;

e)de woonplaatskeuze in geval van een verklaring overeenkomstig artikel 4.49;

3°van de aangestelde curator of beheerder van de nalatenschap, in geval van inschrijving van een vonnis of arrest tot aanstelling overeenkomstig artikelen 4.54 en 4.58:

a)de naam en de voorna(a)m(en);

b)de functie;

c)het kantooradres;

4°de aard en de datum van de akte, het attest of de Europese erfrechtverklaring indien opgemaakt door een notaris of door een bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, met aanduiding van het voorwerp van de verklaring in geval van inschrijving van een verklaring overeenkomstig artikel 4.44 of artikel 4.49;

5°de aard en de datum van de beslissing houdende de Europese erfrechtverklaring indien opgemaakt door de rechtbank of van de beschikking tot aanwijzing van een curator of van een beheerder;

6°de identificatie van de notaris, die de akte heeft verleden of het attest of de Europese erfrechtverklaring heeft opgemaakt, van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dat de akte of het attest van erfopvolging heeft opgemaakt, van het rechtscollege dat de Europese erfrechtverklaring heeft opgemaakt of van het rechtscollege dat de beschikking tot aanwijzing van een curator of van een beheerder heeft gewezen;

7°in voorkomend geval, de NABAN-referentie van de akte of de Europese erfrechtverklaring, zoals bedoeld in artikel 18 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt; en bij gebrek, het repertoriumnummer, of, voor de attesten van erfopvolging, de referentie van het kantoor van de notaris of van het bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimonium-documentatie;

8°in voorkomend geval, de referentie volgens de ECLI-standaard (European Case Law Identifier) van de beslissing houdende de Europese erfrechtverklaring of van de beschikking tot aanwijzing van een curator of van een beheerder en bij gebrek, het algemeen rolnummer van het vonnis of het arrest.

§ 2.Het centraal erfrechtregister geldt als authentieke bron voor alle gegevens die erin zijn opgenomen.

Art. 4.128

Inschrijvingskosten en mededeling in het Belgisch Staatsblad

De Koning bepaalt het tarief van de kosten van de inschrijving in het register en de nadere regels en de kosten van de mededeling in het Belgisch Staatsblad van de verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving.

Art. 4.129

Verwerkingsverantwoordelijke

§ 1.De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, hierna "de beheerder" genoemd, is belast met het beheer en de organisatie van het centraal erfrechtregister.

De beheerder wordt, met betrekking tot het centraal erfrechtregister, beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

§ 2.De beheerder stelt een functionaris voor de gegevensbescherming aan. Deze is meer bepaald belast met:

1°het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;

2°het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens verwerkt over zijn verplichtingen binnen het kader van deze wet en binnen het algemeen kader van de gegevensbescherming en de persoonlijke levenssfeer;

3°het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

4°het vormen van het contactpunt voor de Gegevensbeschermingsautoriteit;

5°de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de functionaris voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt hij rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.

De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels bepalen volgens dewelke de functionaris voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.

Art. 4.130

Bewaartermijn

De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat bewaart de gegevens van de inschrijving, met vermelding van de datum van inschrijving, tot dertig jaar na het overlijden van de persoon wiens gegevens bewaard werden.

De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat bewaart de gegevens met betrekking tot de raadplegingen van het register, met name de identificatiegegevens van de persoon die het register heeft geraadpleegd, de identificatiegegevens van de persoon over wie een raadpleging werd gedaan, het ogenblik van de raadpleging en de reden van de raadpleging. De gegevens worden tot tien jaar na de raadpleging bewaard. In geval van betwisting wordt deze termijn geschorst tot alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput.

Art. 4.131

Raadpleging

§ 1.Met uitzondering van de gegevens bedoeld onder artikel 4.127, § 1, 1° /1, zijn de gegevens opgenomen in het centraal erfrechtregister toegankelijk voor:

1°de notarissen, de gerechtsdeurwaarders, de advocaten en de griffiers en magistraten bij de rechtscolleges, in functie van de uitoefening van hun ambt;

2°de openbare overheden, de instellingen van openbaar nut indien de kennisneming noodzakelijk is voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten;

3°eenieder, voor zover zij een actueel en rechtmatig belang kunnen aantonen. Het belang van de verzoeker is actueel en rechtmatig wanneer zijn actuele rechten en verplichtingen getroffen worden door het overlijden van de erflater of door de erfkeuzes van de erfgerechtigden. Het actueel en rechtmatig belang wordt vermeld in het verzoek tot raadpleging.

De gegevens bedoeld in artikel 4.127, § 1, 1° /1, zijn enkel toegankelijk voor de beheerder van de Notariële Aktebank bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 Ventôse Jaar XI op het notarisambt, teneinde de toegang van de erfgenamen tot de akten van hun rechtsvoorganger mogelijk te maken.

§ 2.Het is de beheerder verboden de in het centraal erfrechtregister opgenomen gegevens mee te delen aan andere personen dan zij die toegang ertoe hebben zoals bepaald in paragraaf 1.

Met behoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter bescherming van de persoonsgegevens moet hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel 4.127 bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.

Artikel 352 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.

§ 3.De toegang tot de gegevens van het centraal erfrechtregister is kosteloos.

De beheerder is gemachtigd om online raadpleging mogelijk te maken voor de in paragraaf 1 bedoelde belanghebbenden die daarom verzoeken, binnen de grenzen van hun consultatierecht. De vergoeding voor de daaruit voortvloeiende bijkomende taken en investeringen ten laste van de beheerder, wordt aangerekend aan deze raadplegers.

Art. 4.131/1

De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en nadere regels van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal erfrechtregister bepalen.