Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 2 Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Ondertitel 1 Algemene bepalingen

4.132–4.134

Art. 4.132

Beschikkingen onder levenden en bij testament

§ 1.Men kan op geen andere wijze over zijn goederen om niet beschikken dan bij schenking onder levenden of bij testament, met inachtneming van de hierna bepaalde vormen.

Men kan een erfovereenkomst slechts sluiten binnen de perken in deze titel bepaald.

§ 2.Een schenking is een contract waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van het geschonken goed ontdoet, ten voordele van de begiftigde, die ze aanvaardt.

§ 3.Een testament is een akte waarbij de testator, voor de tijd dat hij niet meer in leven zal zijn, over het geheel of een deel van zijn goederen beschikt, en die hij kan herroepen.

§ 4.De schenkingen, daarin begrepen de schenkingen van toekomstige goederen, en de beschikkingen bij testament worden in dit boek ook gezamenlijk aangeduid als giften.

Schenkingen van toekomstige goederen, waarbij een persoon conventioneel als erfgerechtigde benoemd wordt, worden, wanneer ze toegelaten zijn, ook aangeduid als contractuele erfstellingen.

Art. 4.133

Verbod van gift met bewaarplicht ten voordele van derden

§ 1.Iedere gift waarbij de begiftigde ermee belast wordt het gekregen goed te bewaren zodat het aan een opvolgende begunstigde kan toekomen, is nietig, zelfs ten aanzien van de begiftigde.

Deze regel is niet van toepassing op de beschikkingen die bij ondertitel 6 voor ouders en voor broers en zussen zijn toegelaten.

§ 2.De beschikking waarbij een derde tot een gift geroepen wordt, ingeval de begiftigde deze niet zou verkrijgen, wordt niet beschouwd als een gift met bewaarplicht ten voordele van derden, en is geldig.

Hetzelfde geldt voor de giften, waarbij het vruchtgebruik aan de ene en de blote eigendom aan de andere gegeven wordt.

Art. 4.134

Ongeoorloofde voorwaarden en lasten

In iedere gift zijn de voorwaarden en lasten die onmogelijk zijn, of die in strijd zijn met een dwingende wetsbepaling of met de openbare orde, nietig.