Alle wetboeken › BW

BOEK 4 Nalatenschappen, schenkingen en testamenten › Titel 1 Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

Hoofdstuk 1 Verdeling

4.65–4.82

Art. 4.65

Recht op een verrekenbaar voorschot

§ 1.De betaling van tegoeden die gedeponeerd zijn op een gemeenschappelijke of onverdeelde zicht- of spaarrekening waarvan de erflater of de langstlevende echtgenoot houder of medehouder is of waarvan de langstlevende wettelijk samenwonende medehouder is, is bevrijdend indien de schuldenaar, na het overlijden en zonder dat een attest of akte van erfopvolging vereist is, aan de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende, op diens verzoek, een bedrag ter beschikking stelt dat de helft van de beschikbare creditsaldi noch 5 000 euro overschrijdt, ongeacht het bestaan van enig recht van de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende op het saldo van de rekening.

§ 2.De ter beschikking gestelde bedragen worden bij de vereffening van het gemeenschappelijk vermogen, van de onverdeeldheid of van de nalatenschap in rekening gebracht.

De erfgenamen behouden echter jegens de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende een vorderingsrecht, ten belope van het bedrag dat het gedeelte overschrijdt dat deze laatste toekomt bij de vereffening van het gemeenschappelijk vermogen, van de onverdeeldheid of van de nalatenschap.

§ 3.De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende mag met toepassing van paragraaf 1 slechts een bedrag van ten hoogste 5 000 euro opvragen.

De schuldenaar van tegoeden gedeponeerd op een gemeenschappelijke of onverdeelde zicht- of spaarrekening waarvan de overledene of de langstlevende echtgenoot houder of medehouder is of waarvan de langstlevende wettelijk samenwonende medehouder is, wijst de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende op deze beperking, alsook op de in het derde lid bepaalde sanctie bij niet-naleving ervan.

De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende die met toepassing van paragraaf 1 een bedrag heeft afgehaald dat hoger is dan de helft van de beschikbare credietsaldi of 5 000 euro, verliest ter waarde van de som die boven dat bedrag is afgehaald enig aandeel in het gemeenschappelijk vermogen, de onverdeeldheid of de nalatenschap.

De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende die met toepassing van deze paragraaf enig aandeel verliest, verliest daarenboven de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen of te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Al verwerpt hij de nalatenschap, toch blijft hij zuiver erfgenaam.

Art. 4.66

Recht op verdeling

Niemand kan worden genoodzaakt in onverdeeldheid te blijven. De verdeling kan te allen tijde worden gevorderd, niettegenstaande enig andersluidend beding.

De verdeling kan echter uitgesteld worden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.75, tweede lid.

Art. 4.67

Verdeling in onderling overleg

Wanneer alle mede-erfgenamen meerderjarig, aanwezig of vertegenwoordigd, en bekwaam zijn, kan de verdeling minnelijk gebeuren, in zodanige vorm en bij zodanige akte als de mede-erfgenamen dienstig oordelen.

Art. 4.68

Verdeling met minderjarigen of beschermde meerderjarigen

Wanneer zich onder de mede-erfgenamen minderjarigen bevinden, of beschermde personen die krachtens artikel 492/1, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, of andere personen zoals omschreven in artikel 1225 van het Gerechtelijk Wetboek, geschiedt de minnelijke verdeling evenwel zoals in artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek bepaald. Zo ook indien de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard.

Art. 4.69

Algemene bepaling

Verdeling kan gevorderd worden, zelfs wanneer een van de mede-erfgenamen het afzonderlijk genot mocht hebben gehad van een gedeelte van de goederen van de nalatenschap, tenzij er een akte van verdeling is geweest of een tot het verkrijgen van de verjaring voldoende bezit.

Art. 4.70

Vordering tot verdeling met minderjarigen of beschermde meerderjarigen

De vordering tot verdeling ten aanzien van minderjarige of meerderjarige mede-erfgenamen die krachtens artikel 492/1, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek, onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, kan worden ingesteld door hun voogd of bewindvoerder die daartoe bijzonder gemachtigd is door de vrederechter van het voogdijforum of het bewindsforum.

Art. 4.71

Principe van de netto verdeling

§ 1.Iedere mede-erfgenaam die tot betaling van de schulden en lasten van de nalatenschap gehouden is, kan eisen dat deze schulden en lasten worden betaald vooraleer tot verdeling in natura wordt overgegaan, en dat, zo nodig, onverdeelde goederen vooraf worden verkocht, indien de bankrekeningen en het gereed geld, behorend tot de boedel, hiervoor niet voldoende lijken.

§ 2.De onverdeelde goederen worden in de onderstaande volgorde ter voldoening van het passief besteed:

1°het geld en de bankrekeningen;

2°de openbare fondsen, de effecten op naam, de schuldvorderingen en de andere onlichamelijke roerende goederen;

3°de lichamelijke roerende goederen;

4°de onroerende goederen.

§ 3.Iedere mede-erfgenaam kan evenwel de verkoop bedoeld in paragraaf 1 verhinderen door een voldoende zekerheid te verschaffen tegen ieder verhaal.

§ 4.Indien de mede-erfgenamen het over de aanwijzing van de bij voorrang te verkopen goederen niet eens zijn, wordt het geschil in het kader van de gerechtelijke verdeling behandeld en beoordeeld.

Art. 4.72

Principe van de inbreng van giften en schulden

Iedere mede-erfgenaam doet, volgens de regels van Hoofdstuk 2, in de boedel inbreng van de giften die hem gedaan zijn en van de sommen die hij schuldig is.

Art. 4.73

Principe van de verdeling in natura

§ 1.De verdeling van de nalatenschap gebeurt in principe in natura. Er wordt naar gestreefd voor elke mede-erfgenaam een kavel te vormen met goederen van gelijke aard, gelijke hoedanigheid en gelijke deugdelijkheid.

De gelijkheid die tussen de mede-erfgenamen moet worden verwezenlijkt is echter een gelijkheid in waarde.

§ 2.Bij de verdeling in natura moet men de verbrokkeling van erven en de splitsing van bedrijven zoveel mogelijk vermijden.

Art. 4.74

Uitzonderingen op het principe van de verdeling in natura

Van de regel van de verdeling in natura wordt afgeweken indien een mede-erfgenaam zich op een wettelijke, testamentaire of conventionele bepaling beroept, die hem het recht verleent zich bepaalde goederen uit de boedel bij voorrang te laten toewijzen, dan wel dergelijke goederen bij voorkeur over te nemen of vooruit te nemen.

Indien een mede-erfgenaam, die zich niet op een dergelijke wettelijke, testamentaire of conventionele bepaling kan beroepen, de toewijzing van een onverdeeld goed vraagt, en de andere mede-erfgenamen stemmen daarmee in, dan kunnen alle mede-erfgenamen in onderlinge overeenstemming ook bedingen dat de overnemende mede-erfgenaam het toegewezen goed gedurende een nader te bepalen periode niet vrijwillig ten bezwarende titel mag vervreemden, tenzij met instemming van alle mede-erfgenamen. Ze kunnen tevens een forfaitaire vergoeding bepalen voor het geval dit verbod wordt miskend.

Art. 4.75

Opleg en compensatie

§ 1.Indien de samenstelling van de boedel niet toelaat om kavels van gelijke waarde te vormen, wordt deze ongelijkheid door middel van een opleg verrekend.

§ 2.Wanneer de rechten van de langstlevende echtgenoot werden beperkt tot het vruchtgebruik van bepaalde goederen van de nalatenschap en die goederen, door de verdeling, aan de kinderen zijn toegewezen, kunnen de kinderen een compensatie voor de last van dat vruchtgebruik vorderen, in de mate waarin dit hun recht op een reservatair deel van de nalatenschap bezwaart.

§ 3.Wanneer de langstlevende wettelijke samenwonende recht heeft op het vruchtgebruik van bepaalde goederen van de nalatenschap en die goederen, door de verdeling, zijn toegewezen aan de kinderen, kunnen zij een compensatie vorderen voor de last van dat vruchtgebruik, in de mate waarin dit hun recht op een reservatair deel van de nalatenschap bezwaart.

§ 4.De compensatie bedoeld in paragrafen 2 en 3 komt ten laste van de begunstigden van de op het beschikbaar deel aangerekende legaten zoals bepaald in artikel 4.154, § 3, alsook van de kinderen zelf voor zover zij, naast hun reserve, in de goederen van de nalatenschap ook het saldo van het beschikbaar deel geheel of gedeeltelijk ontvangen. Zij dragen allen de last van deze compensatie in verhouding tot de waarde van de goederen die zij ontvangen, met uitsluiting van de reserve van de kinderen.

De globale compensatie is gelijk aan de gekapitaliseerde waarde van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot of van de wettelijke samenwonende, bepaald overeenkomstig artikel 4.64.

Art. 4.76

Vrijwillige verkoop

§ 1.Bij een minnelijke verdeling worden onverdeelde goederen die geen van de mede-erfgenamen in zijn kavel wil of kan nemen, uit de hand of openbaar verkocht.

Indien alle mede-erfgenamen het daarover eens zijn, kunnen ze ook beslissen dat de goederen bij opbod voor een notaris worden verkocht, waarbij derden niet worden toegelaten.

§ 2.Wanneer zich onder de mede-erfgenamen minderjarigen bevinden, of beschermde personen die krachtens artikel 492/1, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek, onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, of andere personen bedoeld in artikel 1225 van het Gerechtelijk Wetboek, heeft de verkoop echter plaats zoals bepaald in deel IV, boek IV, hoofdstuk IV, van het Gerechtelijk Wetboek. Zo ook indien de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard. In al deze gevallen worden derden altijd tot de veiling opgeroepen.

Art. 4.77

Gedwongen verkoop van niet verdeelbare goederen

Bij een gerechtelijke verdeling worden onverdeelde goederen die niet gevoeglijk kunnen worden verdeeld, verkocht zoals bepaald in artikelen 1224 en 1224/1 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 4.78

Provisionele verdeling

Indien artikel 4.68 van toepassing is, en de daarin vermelde regels voor de verdeling niet werden nageleefd, is de verdeling slechts provisioneel.

Een provisionele verdeling geldt enkel als verdeling van het genot.

Art. 4.79

Onderonverdeeldheid

De regels bepaald voor de verdeling van de te verkavelen boedels, gelden eveneens voor de onderverdeling binnen de deelhebbende staken.

Art. 4.80

Later opkomende erfgenamen

De erfgenamen wier banden van verwantschap met de erflater niet zijn vastgesteld en die hun rechten niet hebben opgeëist binnen zes maanden na het openvallen van de nalatenschap, kunnen de geldigheid van de handelingen die later te goeder trouw zijn verricht door de andere erfgenamen of legatarissen, niet meer betwisten noch hun aandeel in natura opvorderen van de goederen die door deze laatsten na die termijn zijn vervreemd of verdeeld.

De erfgenaam die niet bij de verdeling werd betrokken, behoudt het recht om de tegenwaarde van zijn aandeel te vorderen.

Art. 4.81

Overdracht van erfrechten

Hij die zijn erfrechten verkoopt zonder de goederen waaruit de nalatenschap bestaat, stuk voor stuk op te geven, moet slechts voor zijn hoedanigheid van erfgenaam instaan.

Wanneer hij reeds de vruchten van enig goed had genoten, of het bedrag van enige tot die nalatenschap behorende schuldvordering had ontvangen, of enig goed ervan had verkocht, is hij verplicht die aan de koper te vergoeden, behalve indien hij ze uitdrukkelijk voor zich had voorbehouden bij het aangaan van de koop.

De koper van zijn kant is verplicht aan de verkoper te vergoeden wat hij wegens schulden en lasten van de nalatenschap betaald heeft, en hem te betalen wat hij als schuldeiser te vorderen had, tenzij het tegendeel is bedongen.

Art. 4.82

Erfuitkoop

Ieder die, ook al is hij verwant van de erflater, niet zijn erfgenaam is, en aan wie een mede-erfgenaam zijn erfrechten heeft overgedragen, kan uit de verdeling worden geweerd, hetzij door alle mede-erfgenamen, hetzij door een enkele, mits de prijs van de overdracht hem wordt terugbetaald.