Alle wetboeken › BW

BOEK 2 Personen, familie en relatievermogensrecht › Titel 3 Relatievermogensrecht

Hoofdstuk 5 Scheiding van goederen

2.3.61–2.3.81

Art. 2.3.61

Scheiding van vermogens

Wanneer de echtgenoten bij huwelijksovereenkomst bedingen dat zij gescheiden van goederen zullen zijn, bezit ieder van hen de bevoegdheid van beheer, genot en beschikking alleen, met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende hun wederzijdse rechten en verplichtingen.

De inkomsten en besparingen van ieder van de echtgenoten blijven eigen goed.

Art. 2.3.62

Bewijs van eigendom

Het bewijs van de eigendom van een goed of een schuldvordering wordt tussen echtgenoten zowel als ten aanzien van derden geleverd volgens de regels van artikel 2.3.20.

Roerende goederen waarvan niet kan worden bewezen dat ze eigendom zijn van een van de echtgenoten, worden beschouwd als onverdeeld tussen de echtgenoten.

Art. 2.3.63

Onverdeeldheid

Met behoud van de toepassing van artikel 215, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, en onder voorbehoud van andersluidende overeenkomsten, kan elk van de echtgenoten te allen tijde verdeling vorderen van al hun onverdeelde goederen of een deel ervan.

Art. 2.3.64

Toegelaten toevoegingen

§ 1.Echtgenoten die kiezen voor het stelsel van scheiding van goederen kunnen aan dit stelsel alle bedingen toevoegen die met dat stelsel verenigbaar zijn.

Zij kunnen onder meer bedingen toevoegen met betrekking tot de bewijsvoering, tussen hen, van exclusief eigendomsrecht, met betrekking tot het bewijs van vorderingen die de ene tegen de andere kan inroepen, en bedingen ter nadere regeling van enige onverdeeldheid of doelvermogen die tussen hen zou bestaan.

Zij kunnen ook bedingen opnemen die ertoe strekken een verrekening tussen hun vermogens te verwezenlijken, met name door toevoeging van een beding van verrekening van aanwinsten.

De artikelen 2.3.57 tot 2.3.60 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 2.Echtgenoten die een beding van verrekening van aanwinsten hebben opgenomen, zijn onderworpen aan de artikelen 2.3.65 tot 2.3.77 Het aanvangsvermogen, het eindvermogen, de verrekenvordering en de betaling daarvan worden overeenkomstig die artikelen bepaald.

Echtgenoten kunnen bij huwelijksovereenkomst afwijken van het bepaalde in het eerste lid en zelf de verrekenmassa, verrekensleutel, het verrekentijdstip en de verrekenmodaliteiten overeenkomen.

§ 3.De notaris vermeldt uitdrukkelijk in de huwelijksovereenkomst dat hij ieder van de echtgenoten heeft gewezen op de juridische gevolgen van het opnemen of niet opnemen van een beding van verrekening van aanwinsten.

Art. 2.3.65

Verrekening van aanwinsten

In een stelsel van scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten worden de aanwinsten gevormd door het verschil tussen het eindvermogen van een echtgenoot en zijn aanvangsvermogen.

Bij de ontbinding van het huwelijksstelsel blijkt de verrekenvordering uit de vergelijking tussen de aanwinsten van beide echtgenoten.

Art. 2.3.66

Samenstelling van het aanvangsvermogen

§ 1.Het aanvangsvermogen is het vermogen van ieder van de echtgenoten op de datum waarop het huwelijksstelsel uitwerking krijgt. De schulden worden in het aanvangsvermogen in aanmerking genomen, zelfs al overschrijden zij het bedrag van het actief.

§ 2.De goederen en rechten die ieder van de echtgenoten later verkrijgt door gift of nalatenschap en deze bedoeld in artikel 2.3.19, § 1, 1°, en § 2, worden in het aanvangsvermogen opgenomen. De schulden bedoeld in de artikelen 2.3.23 en 2.3.24 worden in het aanvangsvermogen in aanmerking genomen, zelfs al overschrijden zij het bedrag van het actief.

§ 3.Tot het aanvangsvermogen worden niet gerekend:

1°de vruchten van de goederen die tot dat vermogen behoren;

2°de goederen van het aanvangsvermogen die een echtgenoot tijdens het huwelijksstelsel aan één van zijn verwanten in rechte lijn heeft gegeven.

§ 4.Bij het sluiten van de huwelijksovereenkomst maken de echtgenoten een beschrijving op van hun respectieve aanvangsvermogen. Indien die beschrijving door beide echtgenoten is ondertekend, wordt zij geacht juist te zijn.

§ 5.Indien geen beschrijving werd opgemaakt, wordt het aanvangsvermogen geacht nul te zijn.

Art. 2.3.67

Waardering van het aanvangsvermogen

§ 1.Het aanvangsvermogen wordt als volgt geschat:

1°de op datum waarop het huwelijksstelsel in werking treedt bestaande goederen worden op die datum geschat;

2°de goederen die na de datum waarop het huwelijksstelsel in werking treedt, worden verkregen en die, krachtens artikel 2.3.66, § 2, tot het aanvangsvermogen behoren, worden op de datum van hun verkrijging geschat.

§ 2.De onroerende goederen en de onroerende zakelijke rechten van het aanvangsvermogen, andere dan vruchtgebruik, worden op de datum van de ontbinding van het stelsel geschat. Indien die goederen tijdens het huwelijk zijn overgedragen of vervangen, wordt de waarde in aanmerking genomen op de datum van overdracht of vervanging. De tijdens het huwelijk ondernomen wijzigingen aan de toestand van die goederen, worden niet in aanmerking genomen voor de raming van het aanvangsvermogen.

§ 3.Indien de goederen worden geraamd op een datum die de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel voorafgaat, dan wordt hun overeenkomstig paragrafen 1 en 2 bepaalde waarde, aangepast volgens de wijziging van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen.

§ 4.De paragrafen 1 en 3 zijn ook van toepassing op de schatting van schulden.

Art. 2.3.68

Samenstelling van het eindvermogen

§ 1.Het eindvermogen is samengesteld uit de goederen die de echtgenoot op de datum van ontbinding van het stelsel toebehoren. De schulden worden in aanmerking genomen, zelfs als zij het bedrag van het actief overschrijden.

§ 2.Aan dat eindvermogen wordt de waarde toegevoegd van de goederen die een echtgenoot:

1°heeft geschonken, behalve indien:

a)de schenking niet overdreven was, gelet op de levenswijze van de echtgenoten of;

b)de schenking betrekking heeft op een goed van het aanvangsvermogen dat aan verwanten in rechte lijn werd geschonken. De meerwaarde ten gevolge van de verbeteringen die tijdens de duur van het huwelijksstelsel werd aangebracht, met gelden die niet van het aanvangsvermogen afhangen, wordt echter aan het eindvermogen toegevoegd;

2°heeft overgedragen met oogmerk om de andere echtgenoot te benadelen of;

3°heeft verkwist.

Die bepalingen zijn niet van toepassing indien de schenking, de bedrieglijke vervreemding of de verkwisting meer dan tien jaar voor de ontbinding van het huwelijksstelsel plaatsvond, of indien de andere echtgenoot ermee heeft ingestemd.

Art. 2.3.69

Waardering van het eindvermogen

Het eindvermogen wordt zowel voor het actief als voor het passief geschat op de datum van ontbinding van het huwelijksstelsel.

De waarde van de goederen bedoeld in artikel 2.3.68, § 2, wordt bepaald op de datum van de schenking, van de bedrieglijke vervreemding of van de verkwisting. De meerwaarde bedoeld in artikel 2.3.68, § 2, eerste lid, 1°, b), wordt geschat op de datum van de schenking van het goed.

De in het tweede lid vermelde waarden worden aangepast volgens de wijziging van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen.

Art. 2.3.70

Vaststelling van de verrekenvordering

Indien bij ontbinding van het huwelijksstelsel de aanwinsten van een van de echtgenoten die van de andere overschrijden, dan kan deze laatste tegen zijn echtgenoot een verrekenvordering gelijk aan de helft van dat verschil doen gelden.

De verrekenvordering wordt in geld betaald. De rechtbank kan echter op verzoek van de ene of van de andere echtgenoot beslissen dat, met het oog op die betaling, goederen van de schuldenaar aan de schuldeiser worden overgedragen, indien dit met het billijkheidsbeginsel overeenstemt.

Na de ontbinding van het huwelijksstelsel is de verrekenvordering wegens overlijden vererfbaar en onder levenden overdraagbaar.

Art. 2.3.71

Waardering van de verrekenvordering

Indien het huwelijk door echtscheiding is ontbonden, of indien het huwelijksstelsel door een andere gerechtelijke beslissing is ontbonden, wordt de verrekenvordering bepaald volgens de samenstelling en de waarde van het vermogen van de echtgenoten op het tijdstip waarop de vordering in rechte is ingediend.

Art. 2.3.72

Maximumbedrag van de verrekenvordering

De verrekenvordering is beperkt tot de helft van de waarde van de aanwinsten van de schuldplichtige echtgenoot, zoals ze na aftrek van de schulden bestaan, op de datum die voor de bepaling van het bedrag ervan in aanmerking komt.

De beperking van de verrekenvordering wordt verhoogd met de helft van het bedrag dat aan het eindvermogen wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 2.3.68, § 2, met uitzondering van het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, b), van diezelfde paragraaf.

Art. 2.3.73

Verjaring

Het recht op de verrekenvordering verjaart na drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop de echtgenoot kennis heeft van de ontbinding van het huwelijksstelsel, en uiterlijk tien jaar na de ontbinding van het stelsel.

Art. 2.3.74

Informatieplicht

Na de ontbinding van het huwelijksstelsel moet iedere echtgenoot aan de andere alle informatie verschaffen over de samenstelling van zijn aanvangs- en eindvermogen. Hij moet op verzoek bewijsstukken overleggen. Ieder van de echtgenoten kan eisen dat een volledige en waarheidsgetrouwe beschrijving wordt opgemaakt. Op zijn verzoek moet hij voor die beschrijving worden opgeroepen. Hij mag bovendien eisen dat die beschrijving op zijn kosten door een notaris wordt opgemaakt.

Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer een van de echtgenoten de ontbinding van het huwelijk of de vervroegde uitbetaling van de verrekenvordering heeft geëist.

Art. 2.3.75

Uitstel van betaling

Indien de onmiddellijke betaling van de verrekenvordering voor de schuldenaar onredelijk bezwarend is, met name als hij verplicht zou worden een goed af te staan dat hij nodig heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien, kan de rechtbank hem, op zijn verzoek, uitstel voor die betaling verlenen.

De vordering waarvan de betaling wordt uitgesteld, brengt intrest op.

De rechtbank kan, op verzoek van de schuldeiser, de schuldenaar verplichten zekerheden te stellen, waarvan hij de aard en het bedrag naar billijkheid bepaalt.

Art. 2.3.76

Vervroegde uitkering

Indien een echtgenoot door het bestuur van zijn vermogen de rechten van de andere met betrekking tot de berekening van de verrekenvordering in gevaar brengt, kan deze laatste de vervroegde uitkering van de verrekenvordering eisen. Dat is met name zo in de gevallen die leiden tot de fictieve toevoeging bedoeld in artikel 2.3.68, § 2.

Vanaf de definitieve beslissing die de vraag inwilligt, zijn de echtgenoten aan het stelsel van scheiding van goederen onderworpen.

Art. 2.3.77

Beschrijving

De beschrijving bedoeld in de artikelen 2.3.66 en 2.3.74 kan voor de notaris of onderhands worden opgemaakt. De notariële beschrijving kan worden opgemaakt op grond van verklaringen, voor zover beide echtgenoten hiermee akkoord gaan.

Art. 2.3.78

Vordering

§ 1.Een van de echtgenoten of zijn wettelijke vertegenwoordiger kan scheiding van goederen in rechte vorderen, wanneer uit de wanorde in de zaken van de andere echtgenoot, zijn slecht beheer of de verkwisting van zijn inkomsten blijkt dat de instandhouding van het stelsel de belangen van de eisende echtgenoot in gevaar brengt.

§ 2.De schuldeisers van een van beide echtgenoten kunnen geen scheiding van goederen vorderen.

Zij kunnen tussenkomen in het geding.

Art. 2.3.79

Gevolgen

§ 1.De gerechtelijke scheiding van goederen werkt terug, wat haar gevolgen betreft, tot op de dag van de eis, zowel tussen echtgenoten als ten aanzien van derden.

§ 2.De beslissing waarbij de scheiding van goederen wordt uitgesproken, blijft zonder gevolg indien de staat van vereffening van het vorige stelsel niet bij authentieke akte is opgemaakt binnen een jaar na de inschrijving van die beslissing in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten.

De termijn kan op verzoekschrift worden verlengd door de rechter die de scheiding van goederen heeft uitgesproken.

Art. 2.3.80

Verzet schuldeisers

De schuldeisers van de echtgenoten kunnen verzet doen tegen vereffening buiten hun aanwezigheid en daarin op hun kosten tussenkomen.

Bovendien kunnen zij, binnen een termijn van zes maanden te rekenen van het verstrijken van de termijn gesteld in het artikel 2.3.79, § 2, opkomen tegen de vereffening, wanneer deze met bedrieglijke benadeling van hun rechten is geschied.

Art. 2.3.81

Facultatieve rechterlijke billijkheidscorrectie

§ 1.Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, kan de familierechtbank, wanneer het huwelijk ontbonden is door echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting van het huwelijk tussen de echtgenoten, aan de benadeelde echtgenoot, op zijn verzoek, een vergoeding ten laste van de andere echtgenoot toekennen op voorwaarde dat de omstandigheden sedert het sluiten van de huwelijksovereenkomst van scheiding van goederen of sedert de dag van de eis tot gerechtelijke scheiding van goederen onvoorzien en ongunstig gewijzigd zijn, waardoor het gekozen stelsel, rekening houdend met de vermogensrechtelijke situatie van beide echtgenoten, tot manifest onbillijke gevolgen ten nadele van de verzoekende echtgenoot zou leiden.

De toe te kennen vergoeding remedieert deze manifest onbillijke gevolgen en kan niet hoger liggen dan één derde van de nettowaarde van de samengevoegde aanwinsten van de echtgenoten op het tijdstip van ontbinding van hun huwelijk, waarvan vervolgens de nettowaarde van de persoonlijke aanwinsten van de verzoekende echtgenoot moet worden afgetrokken. De aanwinsten van de echtgenoten in de zin van dit lid worden bepaald bij toepassing van de artikelen 2.3.65 tot 2.3.69.

De vordering tot vergoeding wordt behandeld binnen de procedure van vereffening van het huwelijksstelsel.

§ 2.Echtgenoten die kiezen voor het stelsel van scheiding van goederen, stellen in hun huwelijksovereenkomst hun akkoord vast over het al dan niet opnemen van dat recht op vergoeding, al of niet met afwijkende modaliteiten.

De notaris wijst de echtgenoten op de in het eerste lid bepaalde verplichting en op de juridische gevolgen van hun keuze om het recht op vergoeding op te nemen, al of niet met afwijkende modaliteiten. Op straffe van aansprakelijkheid, vermeldt de notaris de keuze van de echtgenoten uitdrukkelijk in hun huwelijksovereenkomst.