Met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt kunnen worden gestraft:
1°de bestuurders als bedoeld in artikel 2:51 die het bijzonder verslag samen met het verslag van de commissaris of van de bedrijfsrevisor, niet voorleggen zoals voorgeschreven door de artikelen 7:7 en 7:197;
2°de bestuurders als bedoeld in artikel 2:51 die het voorschrift van artikel 7:212 hebben overtreden;
3°zij die als bestuurder zoals bedoeld in artikel 2:51 of commissaris door enig middel op kosten van de vennootschap geldstortingen op de aandelen doen of geldstortingen als gedaan erkennen die niet werkelijk gedaan zijn op de voorgeschreven wijze en tijdstippen;
4°zij die de voorschriften van artikel 4, lid 12, van verordening (EG) nr. 1435/2003 hebben overtreden.