Alle wetboeken › WER

Boek XVI - Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen

Titel 4 De gekwalificeerde entiteiten voor buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen

XVI.24–XVI.28

Art. XVI.24

§ 1.De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie stelt de lijst op van de entiteiten die aan buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen doen en die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel XVI.25, en maakt deze lijst bekend op haar website.

Deze lijst wordt meegedeeld aan de Europese Commissie.

§ 2.De entiteit die wil opgenomen worden in de lijst bedoeld in paragraaf 1, dient daartoe een aanvraag in bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De aanvraag omvat alle gegevens die nodig zijn om aan te tonen dat wordt voldaan aan de voorwaarden opgesomd in artikel XVI.25, § 1.

§ 3.Wanneer een entiteit die is opgenomen in de lijst bedoeld in paragraaf 1, niet meer voldoet aan de voorwaarden van deze titel, wordt zij van de lijst geschrapt. Vooraleer eventueel van de lijst te worden geschrapt, wordt de entiteit gehoord.

Art. XVI.25

§ 1.De voorwaarden waaraan een gekwalificeerde entiteit voldoet, zijn de volgende:

1°de entiteit is onafhankelijk en onpartijdig;

2°de natuurlijke personen die binnen de entiteit belast zijn met de buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen, beschikken over de vereiste deskundigheid;

3°de entiteit is transparant wat betreft haar samenstelling, procedurereglement, financiering en activiteiten;

4°de entiteit is zowel offline als online gemakkelijk toegankelijk voor de partijen, ongeacht waar ze zich bevinden, en zonder zich te moeten beroepen op een wettelijke vertegenwoordiger;

5°de procedures zijn gratis of tegen geringe vergoeding voor de consumenten;

6°het procedurereglement bepaalt voldoende duidelijk wanneer de entiteit een aanvraag als volledig beschouwt;

7°het procedurereglement bepaalt op uitputtende wijze de motieven om de behandeling van een aanvraag tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil te weigeren, die enkel kunnen steunen op het volgende:

a)de betreffende klacht werd niet voorafgaandelijk bij de betrokken onderneming ingediend;

b)de aanvraag anoniem wordt ingediend of de tegenpartij is niet geïdentificeerd of gemakkelijk identificeerbaar;

c)de betreffende aanvraag wordt ingediend na het verstrijken van de termijn bepaald in het procedurereglement van de entiteit; deze termijn mag niet korter zijn dan één jaar na voorlegging van het geschil aan de betrokken onderneming;

d)de aanvraag verzonnen, kwetsend of eerrovend is;

e)de aanvraag valt niet onder de consumentengeschillen waarvoor de entiteit bevoegd is;

f)alhoewel de aanvraag onder de consumentengeschillen valt waarvoor de entiteit bevoegd is, het bedrag of de geschatte waarde van de aanvraag minder of meer bedraagt dan de drempels die in het procedurereglement van de entiteit zijn vastgesteld;

g)de aanvraag betreft de regeling van een geschil dat het voorwerp uitmaakt of heeft uitgemaakt van een vordering in rechte;

h)wanneer de behandeling van het geschil de effectieve werking van de gekwalificeerde entiteit ernstig in het gedrang zou brengen;

8°het procedurereglement bepaalt dat de entiteit, binnen drie weken na ontvangst van de volledige aanvraag, de partijen haar beslissing meedeelt om de aanvraag al dan niet verder te behandelen; in geval van weigering wordt de beslissing gemotiveerd;

9°het procedurereglement bepaalt dat de regeling van de geschillen gebeurt binnen een termijn van negentig kalenderdagen na ontvangst van de volledige aanvraag; deze termijn kan in uitzonderlijke omstandigheden eenmalig met eenzelfde periode worden verlengd op voorwaarde dat de partijen daarvan zijn geïnformeerd voor het verstrijken van de eerste termijn, en dat deze verlenging wordt gemotiveerd door de complexiteit van het geschil;

10°een eventuele drempel zoals bedoeld onder punt 7°, f), mag niet van aard zijn de behandeling van een onredelijk aantal consumentengeschillen uit te sluiten;

11°de procedure geeft iedere partij de gelegenheid om haar standpunt duidelijk te maken en om kennis te nemen van de opgeworpen argumenten en feiten;

12°de entiteit waarborgt het vertrouwelijk karakter van de inlichtingen die de partijen mededelen;

13°elke partij wordt op een gemotiveerde wijze op een duurzame gegevensdrager op de hoogte gebracht van de uitkomst van de procedure.

§ 2.Naast de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 voldoen de gekwalificeerde entiteiten in geval van arbitrale procedure aan de bepalingen van de artikelen 1676 tot 1723 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 3.De Koning kan de voorwaarden opgesomd in paragraaf 1 verduidelijken om de toegankelijkheid, de deskundigheid, de onafhankelijkheid, de onpartijdigheid, de transparantie, de doeltreffendheid, de billijkheid, alsook de vrijheid van de partijen en de wettigheid van de beslissingen van een gekwalificeerde entiteit die aan de partijen opgelegd worden, te verzekeren.

Art. XVI.26

De personen die belast zijn met een procedure van buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen delen zonder verwijl aan de gekwalificeerde entiteit en/of aan de betrokken partijen elke omstandigheid mee die van aard is of kan zijn om te worden beschouwd als hun onafhankelijkheid en hun onpartijdigheid aan te tasten of als aanleiding te geven tot een belangenconflict met een van de partijen.

De Koning verduidelijkt de toepassingsregels van het vorige lid.

Art. XVI.26/1

Wanneer de gekwalificeerde entiteit een procedure biedt om een geschil te regelen door een oplossing voor te stellen of tussen de partijen te bemiddelen om een oplossing te vinden, kunnen de partijen zich op elk moment uit de procedure terugtrekken wanneer ze niet tevreden zijn over het verloop of de werking ervan.

Wanneer de deelname van de onderneming verplicht is bij toepassing van de wet is de mogelijkheid om zich terug te trekken bedoeld in het eerste lid enkel van toepassing ten voordele van de consument.

Art. XVI.26/2

Wanneer de gekwalificeerde entiteit een procedure biedt tot regeling van een geschil door aan de partijen een oplossing op te leggen:

1°is de opgelegde oplossing enkel tegenstelbaar aan de partijen als zij voorafgaandelijk en individueel werden geïnformeerd over de bindende aard van de oplossing en ze de bindende aard uitdrukkelijk hebben aanvaard. De uitdrukkelijke aanvaarding van de onderneming is niet vereist als de wet of de contractuele verbintenissen erin voorzien dat de oplossingen bindend zijn voor de ondernemingen;

2°zou de bindende oplossing niet kunnen worden opgelegd aan de consument op grond van een overeenkomst die hij met de onderneming heeft afgesloten waarbij voorzien wordt in de regeling van hun eventuele geschillen wanneer deze overeenkomst werd afgesloten voor het ontstaan van het geschil en wanneer deze tot gevolg heeft dat de consument het recht wordt ontnomen een beroep voor de rechter in te stellen;

3°mag de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat de consument het voordeel ontzegd wordt van de dwingende bepalingen ter bescherming van zijn rechten bij toepassing van het Belgisch recht;

4°mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald wordt conform artikel 6, paragrafen 1 en 2, van de verordening (EG) nr. 593/2008, de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van bepalingen waarvan bij overeenkomst niet kan worden afgeweken op grond van de wet van de lidstaat van de Europese Unie waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft;

5°mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald conform artikel 5, paragrafen 1 tot 3, van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, de door een entiteit van de ADR opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van de dwingende bepalingen van de wet van de lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.

Art. XVI.26/3

De gekwalificeerde entiteit neemt de nodige maatregelen om te garanderen dat bij de behandeling van persoonsgegevens de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt nageleefd ten aanzien van de behandeling van persoonsgegevens.

Art. XVI.27

§ 1.Van zodra de gekwalificeerde entiteit een volledige aanvraag tot buitengerechtelijke regeling heeft ontvangen, worden de verjaringstermijnen van gemeen recht geschorst.

De schorsing loopt tot op de dag waarop de gekwalificeerde entiteit aan de partijen meedeelt:

-dat de behandeling van de aanvraag is geweigerd, in toepassing van artikel XVI.25, § 1, 8°;

-ofwel, wat het resultaat is van de minnelijke regeling, in toepassing van artikel XVI.25, § 1, 13°.

§ 2.Van zodra de onderneming ter kennis is gesteld dat de gekwalificeerde entiteit een volledige aanvraag tot buitengerechtelijke regeling heeft ontvangen, wordt de invorderingsprocedure ingesteld door de betrokken onderneming geschorst tot op de dag bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.

Art. XVI.28

Teneinde een efficiënte en transparante behandeling van aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen te verzekeren kan de Koning maatregelen nemen om:

-de gekwalificeerde entiteiten te coördineren en te ondersteunen;

-gekwalificeerde entiteiten op te richten