Alle wetboeken › WER

Boek XV - Rechtshandhaving › TITEL 2 - De bestuurlijke handhaving

HOOFDSTUK 1/1 - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

XV.62/2–XV.62/7

Art. XV.62/2

In geval van herhaling binnen een termijn van vijf jaar die volgt op een definitieve administratieve beslissing tot schuldigverklaring, op een definitieve administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete of op een gerechtelijke veroordeling tot een sanctie, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.

Art. XV.62/3

In geval van samenloop van meerdere inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd zonder dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de hoogste administratieve geldboete mogen overschrijden.

Art. XV.62/4

Wanneer eenzelfde feit verscheidene inbreuken oplevert of wanneer verschillende inbreuken die gelijktijdig worden voorgelegd aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde misdadig opzet, wordt alleen de zwaarste administratieve geldboete opgelegd.

Wanneer de bevoegde ambtenaren vaststellen dat inbreuken reeds het voorwerp waren van een beslissing tot het opleggen van een definitieve administratieve geldboete, en andere feiten die bij hen aanhangig zijn en die in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houden ze bij de toemeting van de administratieve geldboete rekening met de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Indien deze hun voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijken, spreken ze zich uit over de schuldvraag en verwijzen ze in hun beslissing naar de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.

Art. XV.62/5

Bij verzachtende omstandigheden kan de administratieve geldboete worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum.

Onverminderd artikel XV.60/2, kan de bevoegde administratie, indien de duur van de vervolging de redelijke termijn overschrijdt, zich beperken tot een schuldigverklaring of een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het wettelijk minimum.

Bij de toepassing van het tweede lid begint de redelijke termijn te lopen op de dag waarop de overtreder overeenkomstig artikel XV.60/7, eerste lid, wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen.

Art. XV.62/6

§ 1.De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 mogen besluiten dat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd, voor zover aan de overtreder geen administratieve geldboete van niveau 2 tot en met 6 werd opgelegd of hij niet veroordeeld werd tot een strafsanctie van niveau 2 tot en met 6 tijdens de vijf jaren die de nieuwe inbreuk voorafgaan.

Een sanctie van niveau 1 tot en met 6 die vroeger uitgesproken was voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde misdadig opzet, vormt geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.

§ 2.De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 verlenen het uitstel bij dezelfde beslissing als die met welke zij de geldboete opleggen.

De beslissing waarbij het uitstel wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn.

§ 3.De proeftermijn mag niet minder zijn dan één jaar en niet meer dan drie jaar, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete of van het vonnis of het arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan.

§ 4.Het uitstel kan herroepen worden ingeval gedurende de proeftermijn een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk, hoger of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.

§ 5.Het uitstel wordt herroepen bij dezelfde beslissing als die waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk die begaan is tijdens de proeftermijn.

De vermelding van de herroeping van het uitstel in de beslissing geschiedt zowel wanneer de herroeping van rechtswege gebeurt, als wanneer deze ter beoordeling van de bevoegde ambtenaren wordt gelaten.

§ 6.De administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt als gevolg van de herroeping van het uitstel wordt onbeperkt gecumuleerd met die welke opgelegd is wegens de nieuwe inbreuk.

Art. XV.62/7

§ 1.Indien een administratieve geldboete wordt opgelegd voor inbreuken bedoeld in de artikelen XV.99/1 en XV.101/1 mogen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 besluiten dat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd indien de overtreder corrigerende maatregelen, die worden bepaald door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 en worden vermeld in de beslissing bedoeld in artikel XV.60/12, uitvoert.

§ 2.De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 verzoeken om na te gaan of de corrigerende maatregelen bedoeld in paragraaf 1 worden uitgevoerd.

De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 maken een proces-verbaal op van hun vaststellingen, dat ze overmaken aan de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.