Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 1 - Uitvindingsoctrooien › HOOFDSTUK 2 - Het uitvindingsoctrooi

Afdeling 2 - Het recht om een uitvindingsoctrooi te bekomen

XI.9–XI.13

Art. XI.9

Het recht op een octrooi komt toe aan de uitvinder of aan zijn rechtverkrijgende.

Indien verscheidene personen de uitvinding onafhankelijk van elkaar hebben gedaan, heeft degene wiens octrooiaanvraag de oudste datum van indiening heeft recht op het octrooi.

Bij de procedure voor de Dienst wordt de aanvrager geacht gerechtigd te zijn het recht op een octrooi te doen gelden.

Art. XI.10

§ 1.Indien een octrooi is aangevraagd, hetzij voor een uitvinding die aan de uitvinder of zijn rechtverkrijgende afhandig is gemaakt, hetzij met terzijde stelling van een wettelijke of contractuele verplichting, kan de benadeelde persoon eisen dat het octrooi aan hem wordt overgedragen, onverminderd alle andere rechten of rechtsvorderingen.

§ 2.Indien de benadeelde persoon slechts recht heeft op een deel van de octrooiaanvraag of van het verleende octrooi, kan hij overeenkomstig paragraaf 1 eisen dat de aanvraag of het octrooi aan hem als mederechthebbende wordt overgedragen.

§ 3.De in paragrafen 1 en 2 bedoelde rechten moeten ten laatste twee jaar na de verlening van het octrooi in rechte worden uitgeoefend. Deze bepaling is niet van toepassing indien de octrooihouder ten tijde van de verlening of de verkrijging van het octrooi wist dat hij geen recht op het octrooi had.

§ 4.Het instellen van een rechtsvordering wordt ingeschreven in het register. Ook wordt ingeschreven de in kracht van gewijsde gegane beslissing op deze vordering of een andere beëindiging van de procedure. Deze inschrijvingen vinden plaats door bemiddeling van de griffier van de aangezochte rechterlijke instantie, op verzoek van de aanvrager of van elke belanghebbende.

Art. XI.11

§ 1.Bij een volledige verandering in het houderschap van een octrooiaanvraag of een octrooi ingevolge een rechtsvordering op grond van artikel XI.10, § 4, vervallen licenties en andere rechten door inschrijving van de rechthebbende in het register.

§ 2.Indien vóór de inschrijving van het instellen van deze rechtsvordering,

a)de houder van de octrooiaanvraag of van het octrooi de uitvinding in België heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen, of indien

b)een licentiehouder een licentie heeft verkregen en de uitvinding op het Belgisch grondgebied heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen,

kunnen zij de toepassing voortzetten mits zij de nieuwe in het register ingeschreven houder van de octrooiaanvraag of van het octrooi om een niet uitsluitende licentie verzoeken. Dit verzoek dient binnen de door de Koning voorgeschreven termijn te worden gedaan. De licentie moet voor een redelijke periode en tegen redelijke voorwaarden worden verleend.

§ 3.Het bepaalde in de vorige paragraaf is niet van toepassing indien de houder van de octrooiaanvraag of van het octrooi of de licentiehouder te kwader trouw was toen hij met de toepassing van de uitvinding of de voorbereiding hiertoe begon.

Art. XI.12

Het bepaalde in artikel XI.10 en XI.11 is van toepassing wanneer het geschil inzake het houderschap van een octrooiaanvraag of van een octrooi voor een scheidsgerecht wordt gebracht.

Art. XI.13

Behoudens zijn uitdrukkelijk verzoek om het tegendeel, wordt de uitvinder in het octrooi vermeld.

De Koning stelt de modaliteiten en termijnen vast voor de verzending aan de Dienst van het verzoek bedoeld in het vorige lid.