Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 4 Kredietovereenkomsten. › HOOFDSTUK 2 - Hypothecair krediet

Afdeling 5 - Onrechtmatige bedingen

VII.139–VII.147/2

Art. VII.139

Telkens een prijs geheel of ten dele zal worden betaald met behulp van een kredietovereenkomst waarbij de verkoper of dienstverlener als kredietgever of kredietbemiddelaar optreedt met het oog op het sluiten van deze kredietovereenkomst, kan de consument geen enkele verbintenis geldig aangaan ten aanzien van de verkoper of de dienstverlener, noch kan een betaling gedaan worden van de ene aan de andere, zolang de consument de kredietovereenkomst niet heeft ondertekend.

Nietig is elk beding waarbij de consument zich verbindt, indien het krediet geweigerd wordt, de overeengekomen prijs contant te betalen.

Art. VII.140

Is verboden en wordt voor niet geschreven gehouden elk beding in een hypothecair krediet met een roerende bestemming dat de kredietgever toelaat om een vergoeding te vragen aan de consument voor de terbeschikkingstelling van het kapitaal wanneer hij het toegestane kredietbedrag niet geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen.

Is verboden en wordt voor niet geschreven gehouden elk beding in een hypothecair krediet met een onroerende bestemming dat de kredietgever toelaat om gedurende een periode langer dan twee jaar een vergoeding te vragen aan de consument voor de terbeschikkingstelling van het kapitaal wanneer hij het toegestane kredietbedrag niet geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen. De Koning kan de hoogte en de berekeningsmodaliteiten van deze vergoeding vastleggen.

Art. VII.141

§ 1.Behoudens de wettelijke kosten behorend bij de hypotheek en wat krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen kan verschuldigd zijn, mogen slechts kosten voor de schatting der in waarborg aangeboden goederen ten laste van de consument gelegd worden.

De schatting kan slechts geschieden met toestemming van de consument. De schatting wordt uitgevoerd door een interne of externe schatter erkend door de kredietgever.

Geen kosten voor schatting zijn verschuldigd dan nadat de schatting is geschied. Voorschotten dienen in het tegenovergestelde geval terug betaald te worden.

Indien de schattingskosten ten laste van de consument worden gelegd, worden zij hem vooraf medegedeeld. Hij ontvangt onverwijld een kopie van het schattingsverslag.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1, kan de kredietgever bij de hypothecaire kredieten met een onroerende bestemming dossierkosten vragen. Deze kosten zijn slechts verschuldigd nadat de consument het kredietaanbod heeft aanvaard.

De Koning kan een methode bepalen tot vaststelling van maximale schattings- en dossierkosten en, in voorkomend geval, tot aanpassing van deze maxima.

Art. VII.142

Voor de berekening van het bedrag van de debetrente wordt gerekend met de periodieke rentevoet.

Art. VII.143

§ 1.De periodieke rentevoet en de debetrentevoet zijn vast of veranderlijk. Indien één of meer vaste rentevoeten bedongen zijn, gelden deze voor de duur bedongen in de kredietovereenkomst.

§ 2.Behoudens de uitzonderingen bedoeld in dit artikel met betrekking tot de veranderlijkheid van de debetrentevoet en/of de periodieke rentevoet, en onverminderd het bepaalde in artikel VII.145 wordt elk beding dat er toe strekt de rentevoeten of de kosten te wijzigen, voor niet geschreven gehouden.

§ 3.Indien de veranderlijkheid van de periodieke rentevoet overeengekomen werd, mag er slechts één rentevoet zijn per kredietovereenkomst. Op deze periodieke rentevoet zijn de volgende regels van toepassing:

1°de periodieke rentevoet moet zowel in meer als in min schommelen;

2°de periodieke rentevoet mag slechts veranderen bij het verstrijken van bepaalde periodes die niet minder dan één jaar mogen bedragen;

3°de verandering van de periodieke rentevoet moet gebonden zijn aan de schommelingen van een referte-index, genomen uit een reeks referte-indexen in functie van de duur van de perioden van verandering van de rentevoet.

De lijst en de berekeningswijze van de referte-indexen worden bepaald door de Koning, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, genomen op advies van de Bank...;

4°de oorspronkelijke periodieke rentevoet is de rentevoet waartegen de rente wordt berekend die de consument verschuldigd is op het tijdstip van de eerste rentebetaling;

5°de oorspronkelijke waarde van de referte-index is de waarde van de referte-index die voorkomt op de tarieflijst van rentevoeten voor het desbetreffende soort krediet en betreft de waarde van de kalendermaand die voorafgaat aan de datum van dat tarief;

6°bij het verstrijken van de periodes bepaald in de kredietovereenkomst is de periodieke rentevoet voor de nieuwe periode gelijk aan de oorspronkelijke rentevoet vermeerderd met het verschil tussen de waarde van de referte-index verschenen in de kalendermaand die voorafgaat aan de datum van de verandering, en de oorspronkelijke waarde van die index.

Indien de oorspronkelijke periodieke rentevoet het resultaat is van een voorwaardelijke vermindering, mag de kredietgever voor het bepalen van de nieuwe rentevoet uitgaan van een hogere debetrentevoet in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § 1, indien de consument de gestelde voorwaarde of voorwaarden niet langer nakomt. De verhoging mag niet meer bedragen dan de vermindering toegekend in het begin van het krediet uitgedrukt in percent per periode;

7°onverminderd hetgeen bepaald is in 8° hierna, moet de kredietovereenkomst bepalen dat de verandering van de periodieke rentevoet beperkt wordt zowel in meer als in min, tot een bepaald verschil ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, zonder dat dit verschil in geval van stijging van de periodieke rentevoet meer mag bedragen dan het verschil in geval van daling.

Indien de oorspronkelijke periodieke rentevoet het resultaat is van een voorwaardelijke vermindering, mag de kredietovereenkomst bepalen dat bij de in het eerste lid beoogde verandering rekening wordt gehouden met een hogere rentevoet in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, §, indien de gestelde voorwaarde of voorwaarden voor de vermindering niet langer worden nagekomen. De toegepaste verhoging mag niet meer bedragen dan de vermindering toegekend in het begin van het krediet uitgedrukt in percent per periode.

De kredietovereenkomst mag verder bepalen dat er geen wijziging van de periodieke rentevoet is dan wanneer de wijziging in meer of in min, ten aanzien van de rentevoet van de vorige periode, een bepaald minimumverschil bereikt;

8°indien de eerste periode een kortere duur heeft dan drie jaren, kan een verhoging van de periodieke rentevoet niet tot gevolg hebben dat de rentevoet die van toepassing is gedurende het tweede jaar verhoogd wordt met meer dan wat overeenstemt met één procentpunt `s jaars ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, noch dat de periodieke rentevoet die van toepassing is gedurende het derde jaar verhoogd wordt met meer dan wat overeenstemt met twee procentpunten `s jaars ten opzichte van die oorspronkelijke rentevoet.

§ 4.In geval van verandering van de periodieke rentevoet en wanneer er aflossing is van het kapitaal, worden de bedragen der periodieke lasten berekend aan de nieuwe rentevoet volgens de bepalingen van de kredietovereenkomst. Bij gebrek aan zulke bepalingen worden de periodieke lasten berekend in functie van het verschuldigd blijvend saldo en van de overblijvende looptijd, volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.

In geval van verandering van de periodieke rentevoet en wanneer er geen aflossing is van het kapitaal, worden de intresten berekend aan de nieuwe debetrentevoet volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.

§ 5.De tijdstippen, voorwaarden en modaliteiten van de verandering van de periodieke rentevoet evenals de oorspronkelijke waarde van de referte-index moeten voorkomen in de kredietovereenkomst.

Er kan slechts een enkele referte-index, genomen uit de lijst vastgelegd door de Koning overeenkomstig paragraaf 7, aangewend worden bij de berekening van de periodieke rentevoet.

De kredietgever houdt het historische archief van die indexen bij.

§ 6.In voorkomend geval wordt de consument op een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van een wijziging van de debetrentevoet door middel van een wijziging van de periodieke rentevoet voordat de wijziging van kracht wordt. Daarbij wordt ook, desgevallend, het bedrag van de na de inwerkingtreding van de nieuwe periodieke rentevoet en debetrentevoet te verrichten betalingen vermeld evenals bijzonderheden betreffende een eventuele verandering in het aantal of de frequentie van de betalingen. In voorkomend geval moet bij die mededeling kosteloos een nieuw aflossingsplan worden gevoegd waarin de gegevens bedoeld in artikel VII.134, § 3, 4°, zijn opgenomen voor de overblijvende looptijd.

De partijen kunnen echter in de kredietovereenkomst overeenkomen dat de in het vorige lid bedoelde informatie periodiek aan de consument wordt verstrekt indien de wijziging van de periodieke rentevoet en de debetrentevoet het gevolg is van een wijziging van een referte-index en het publiek via passende middelen kennis kan nemen van de nieuwe referte-index en de informatie over de nieuwe referte-index ook beschikbaar is in de gebouwen van de kredietgever.

§ 7.Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de nadere regels welke voor de toepassing van dit artikel nodig zijn.

§ 8.Alvorens de voorwaarden van de kredietovereenkomst te wijzigen in het raam van de respijtmaatregelen bedoeld in artikel VII.147/20, § 1, deelt de kredietgever, op papier of op de in de kredietovereenkomst gespecificeerde duurzame gegevensdrager, de volgende informatie kosteloos aan de consument mee:

1°een duidelijke beschrijving van de voorgestelde wijzigingen en van de nood aan toestemming van de consument of, in voorkomend geval, de wijzigingen die van rechtswege zijn ingevoerd;

2°het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de in de bepaling onder 1° bedoelde wijzigingen;

3°de middelen waarover de consument beschikt om een klacht in te dienen met betrekking tot de in de bepaling onder 1° bedoelde wijzigingen;

4°de termijn waarbinnen een dergelijke klacht kan worden ingediend;

5°de naam en het adres van de bevoegde autoriteit waarbij de consument die klacht kan indienen.

Art. VII.144

De debetrente wordt berekend:

1°in geval van aflossing, op het verschuldigd blijvend saldo;

2°in geval van wedersamenstelling, op het kapitaal of, na een gedeeltelijke terugbetaling, op het nog terug te betalen kapitaal;

3°in geval van een eenmalige terugbetaling van het kapitaal bij het verstrijken van de kredietovereenkomst op het verschuldigd blijvend saldo.

In het geval van een kredietopening wordt de debetrente berekend op het gedeelte van het kapitaal dat opgenomen is.

Is verboden, het eisen of het doen betalen:

1°van intresten vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij berekend zijn;

2°van intresten in gedeelten van de perioden waarvoor zij berekend zijn.

Indien de debetrente krachtens de kredietovereenkomst aan een derde wordt betaald, is deze betaling bevrijdend voor de consument tegenover de kredietgever.

Art. VII.145

Bij een hypothecair krediet met een onroerende bestemming kan de consument de kredietgever verzoeken wijzigingen aan te brengen aan de voorwaarden en/of zekerheden van de lopende kredietovereenkomst. De kredietgever is vrij om al dan niet in te gaan op dit verzoek.

Deze wijzigingen kunnen slechts betrekking hebben op:

1°een nieuwe periodieke rentevoet, de inkorting of de verlenging van de looptijd, de vervanging van een wijze van terugbetaling door een andere, de tijdelijke opschorting van betaling van kapitaalaflossingen of wedersamenstellende premies en, onverminderd de toepassing van artikel VII.143 en de daarin opgenomen beperkingen, de veranderlijkheid van de periodieke rentevoet;

2°de gehele of gedeeltelijke doorhaling van de inschrijving op de in hypotheek verleende onroerende goederen, de vervanging van een zekerheid door een andere, de vestiging van een bijkomende zekerheid, de hernieuwing van een zekerheid, de bevrijding van een consument van zijn kredietverbintenissen of de toevoeging van een nieuwe consument.

De wijzigingen opgesomd in het tweede lid kunnen niet gebeuren door een herfinanciering als bedoeld in artikel I.9, 53/1° en 2°. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijzigingen bedoeld in het tweede lid aanvullen.

Zo de kredietgever op dit verzoek ingaat, verstrekt hij aan de consument een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud waarvan de inhoud beperkt is tot de wijzigingen tegenover de lopende kredietovereenkomst.

Artikel VII.133 is overeenkomstig van toepassing.

Voor de wijzigingen aan lopende kredietovereenkomsten of indien de consument verzoekt om duplicata van reeds afgeleverde documenten, mag de kredietgever dossierkosten aanrekenen krachtens het tarief in voege op het ogenblik van het verzoek van de consument nadat de consument het bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud heeft aanvaard. De kredietgever verwijst in zijn bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud naar het in voege zijnde tarief. De Koning kan een methode bepalen tot vaststelling van maximale dossierkosten en, in voorkomend geval, tot aanpassing van deze maxima.

De kredietgever kan dossierkosten aanrekenen indien de consument contractueel voorziene opties uitoefent op voorwaarde dat in de kredietovereenkomst in de aanrekening van deze kosten voorzien is. De Koning kan een methode bepalen tot vaststelling van maximale kosten en, in voorkomend geval, tot aanpassing van deze maxima.

Art. VII.145/1

§ 1.Bij een hypothecair krediet met een onroerende bestemming kan de kredietnemer de kredietgever verzoeken tot de verlenging van de looptijd of de tijdelijke opschorting van betaling van kapitaalaflossingen en interest.

De bepalingen van artikel VII.133 zijn niet van toepassing op het tijdelijke uitstel van betaling of verlenging van de looptijd.

§ 2.Om wijzigingen aan het contract van hypothecair krediet met onroerende bestemming te verzoeken zoals bedoeld in § 1, is voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1°De kredietnemer lijdt een inkomensverlies door de economische gevolgen van het coronavirus;

2°De kredietnemer vraagt om die reden aan zijn of haar kredietgever een tijdelijk uitstel van betaling of verlenging van de looptijd van zijn lopende hypothecaire kredietovereenkomst;

3°Het krediet dat het voorwerp uitmaakt van de aanvraag tot tijdelijk uitstel van betaling of verlenging van de looptijd vertoonde geen betalingsachterstand op 1 september 2020. Tevens mag het betrokken krediet op de datum van de aanvraag van het betalingsuitstel niet in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van België zijn geregistreerd met een niet-geregulariseerde betalingsachterstand.

§ 3.De wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel van terugbetaling of verlenging van de looptijd hoeft niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.

De kredietgever zal in dit geval geen dossierkosten aanrekenen.

§ 4.Indien de kredietnemer zelf verzoekt om een of meerdere wijzigingen van zijn hypothecaire kredietvoorwaarden met een onroerende bestemming, kan worden afgeweken van de bepalingen van artikel VII.134, § 1, voor zover er een bewijs is tot instemming.

Deze wijziging kan onder meer de tijdelijke opschorting van betaling inhouden of de verlenging van de looptijd van zijn contract.

De kredietgever zal in beide voorafgaande gevallen geen dossierkosten aanrekenen.

De kredietgever zal in deze omstandigheid niet moeten voldoen aan de bepalingen zoals opgenomen in artikel VII.134, § 1.

Art. VII.145/2

Voor de hypothecaire kredieten met roerende bestemming, zijn de kredietgevers gemachtigd om, tijdens de periode tussen 1 februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel te verlenen van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede van de verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen voor een maximale termijn van 3 maanden.

De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni 2021.

Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die werden afgesloten na 1 mei 2020.

De volgende nadere regels zijn van toepassing:

1°om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

-de kredietnemer vraagt zelf uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet;

-er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer dan één maand op 1 januari 2021;

-de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de naam van één van de andere personen werd aangegaan.

-de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van de betrokken lening of verkoop op afbetaling bedraagt minstens 50 euro per maand.

2°wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn vervuld, dient de betrokken kredietgever:

-overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet.

De kredietlooptijd wordt verlengd met de periode van uitstel.

De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel.

-de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten verschuldigd.

3°indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een verklaring op eer door de kredietnemer.

4°de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of verlenging van de nulstellingstermijn worden niet beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en nulstellingstermijn.

Deze tijdelijke opschorting en de wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het krediet, dienen te worden geregistreerd in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren.

5°de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.

6°er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel.

7°de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de voornoemde voorwaarden kenbaar maken via zijn website.

8°de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van toepassing.

Art. VII.146

§ 1.Er bestaat, in de zin van dit hoofdstuk en met het oog op haar toepassing, een aangehecht contract wanneer de consument, in uitvoering van een voorwaarde van de kredietovereenkomst, bestemd voor het financieren van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten, waarvan het niet-naleven de opeisbaarheid van het opgenomen kredietbedrag kan veroorzaken, een verzekeringsovereenkomst onderschrijft of handhaaft, in voorkomend geval na vervanging door een evenwaardig aangehecht contract met de dienstverlener van de consument.

Dat aangehecht contract mag niets anders zijn dan:

1°een schuldsaldoverzekering bij aflossing van het kapitaal of een tijdelijke overlijdensverzekering met constant kapitaal wanneer er geen aflossing is van het kapitaal die het overlijdensrisico dekt teneinde contractueel de terugbetaling van het krediet te waarborgen;

2°een verzekering die het risico dekt van de beschadiging van het onroerend goed dat in waarborg aangeboden werd;

3°een borgtochtverzekering.

§ 2.Het is de kredietgever verboden zich in de kredietovereenkomst het recht voor te behouden in de loop van het contract een verhoging van de dekking op te leggen.

Het is de kredietgever verboden, om onverminderd het bepaalde onder artikel VII.147, § 1, eerste lid, de consument rechtstreeks of zijdelings te verplichten het aangehecht contract te sluiten bij een door de kredietgever aangewezen verzekeraar.

§ 3.Wanneer er een aangehecht contract van schuldsaldoverzekering bij aflossing van het kapitaal is, of wanneer er een tijdelijke overlijdensverzekering is met constant kapitaal wanneer er geen aflossing is van het kapitaal is, wordt, op het ogenblik van het overlijden van de verzekerde, het verzekerd kapitaal gebruikt om het verschuldigd blijvend saldo terug te betalen en om, in voorkomend geval, de lopende en niet-vervallen intresten te betalen.

Wanneer het kapitaal van zulke verzekering hoger is dan het verschuldigd blijvend saldo, mag de consument op elk ogenblik dat kapitaal doen verminderen tot het passend bedrag.

Wanneer de verzekering slechts op een gedeelte van het kapitaal van het krediet betrekking heeft, worden dezelfde regels proportioneel toegepast.

§ 4.In geval van een aangehecht contract worden de volgende gegevens vastgelegd in een document ondertekend door de kredietgever en de consument:

1°het krediet waarop het aangehecht contract betrekking heeft;

2°de aanvaarding door de kredietgever van de verzekeringsovereenkomst als aangehecht contract;

3°de verplichtingen die de consument draagt krachtens het aangehechte contract.

Art. VII.147

§ 1.Koppelverkoop is verboden. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om de consument te verplichten in het raam van het sluiten van een kredietovereenkomst, een andere overeenkomst te ondertekenen bij de kredietgever, de kredietbemiddelaar of een door hen aangewezen derde, tenzij het een gebundelde verkoop betreft.

§ 1/1.De voorwaardelijke vermindering op de kost van het krediet, en in het bijzonder op de debetrentevoet, toegekend in het raam van een gebundelde verkoop is enkel toegestaan voor een van de verzekeringen bedoeld in artikel VII.146, § 1, tweede lid, zonder dat het noodzakelijk een aangehecht contract moet zijn, en voor een betaalrekening als bedoeld in artikel I.9, 8°.

De voorwaardelijke vermindering wordt voor elke voorwaarde afzonderlijk aangeboden en in de kredietovereenkomst vastgelegd.

De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar mag de consument geen bemiddelaar voor de aangeduide dienstverlener opleggen om de voorwaardelijke vermindering van een gebundelde verkoop bij het sluiten van de kredietovereenkomst te kunnen behouden.

In het raam van een voorwaardelijke vermindering is de kredietgever verplicht het verlaagde tarief van de kredietovereenkomst zonder extra kosten te handhaven indien de consument gebruik maakt van zijn recht om te veranderen naar een dienstverlener van zijn keuze:

1°na het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst;

2°voor het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst, indien gedurende die periode:

a)de verzekeraar een tariefverhoging toepast, met dien verstande dat de toepassing van de ABEX-index op de verzekerde waarde geen tariefverhoging vormt in de betekenis van deze bepaling;

b)de verzekering bedoeld in het eerste lid is opgezegd nadat een schadegeval is ontstaan;

c)de consument de kaderovereenkomst van zijn betaalrekening, die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop die recht geeft op een voorwaardelijke vermindering, beëindigt in het raam van een overstapdienst betaalrekeningen als bepaald in boek VII, titel 3, hoofdstuk 9/1.

De duur van de kredietovereenkomst in het vierde lid betreft de oorspronkelijk overeengekomen duur vanaf de ondertekening van de kredietovereenkomst.

De consument handhaaft de domiciliëring die de betaling van de termijnbedragen op de vervaldata van zijn kredietovereenkomst waarborgt indien dit een voorwaarde is van de kredietovereenkomst.

De kredietovereenkomst vermeldt vanaf wanneer de consument kan veranderen van dienstverlener van elke verzekering en van de betaalrekening die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop bedoeld in het vierde lid, met behoud van het verlaagde tarief.

De kredietgever is gehouden de consument tijdens de duur van de kredietovereenkomst de exacte datum van het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst bedoeld in het vierde lid mee te delen op diens eenvoudig verzoek.

De vermelding in het zevende lid en de plicht van de kredietgever in het achtste lid staan duidelijk en beknopt in de buurt van het verlaagde tarief bedoeld in het vierde lid.

§ 1/2.Indien de kredietgever, of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, het afsluiten van een nevendienst of een aangehecht contract bedingt, is hij gehouden de door de consument voorgestelde dienstverlener, die verschillend is van de dienstverlener die werd verkozen door de kredietgever, te aanvaarden, indien die een gelijkwaardige nevendienst aanbiedt of, in voorkomend geval, een gelijkwaardig aangehecht contract aanbiedt voor eenzelfde of een lagere prijs. De kredietgever stelt de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de consument op een duurzame drager in kennis van zijn besluit tot aanvaarding of weigering van de dienstverlener, voorgesteld door de consument. Elke beslissing tot weigering door de kredietgever van de dienstverlener, voorgesteld door de consument, is expliciet en omvat de volledige motivering van de weigering alsook, in voorkomend geval, de ontbrekende informatie en garanties. De bewijslast dat de consument de vrije keuze heeft gehad met betrekking tot het sluiten van ieder nevendienstovereenkomst, die bijkomend met de kredietovereenkomst wordt gesloten, komt toe aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar.

§ 2.Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om bij het sluiten van een kredietovereenkomst, van de consument te bedingen om het ontleende kapitaal, geheel of gedeeltelijk, in pand te geven, of om het, geheel of gedeeltelijk, te bestemmen als deposito of voor de aankoop van effecten of andere financiële instrumenten.

Art. VII.147/1

In het raam van een kredietovereenkomst is het de consument, of, desgevallend, de steller van een zekerheid verboden, op een wisselbrief of orderbriefje de betaling te beloven of te waarborgen van de verbintenissen die hij naar aanleiding van een kredietovereenkomst heeft aangegaan. Het is eveneens verboden een cheque te laten ondertekenen als zekerheid van de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van het verschuldigde bedrag.

Art. VII.147/2

§ 1.Elke afstand van rechten betreffende de bedragen bepaald in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, gedaan in het raam van een kredietovereenkomst beheerst door dit boek, is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 27 tot 35, met uitzondering van artikel 34, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en kan slechts uitgevoerd en aangewend worden tot beloop van de op de dag van de kennisgeving van de overdracht krachtens de kredietovereenkomst opeisbare bedragen.

§ 2.De inkomsten of het loon van de minderjarigen, ontvoogd of niet, zijn niet vatbaar voor overdracht en beslag uit hoofde van kredietovereenkomsten.