Alle wetboeken › WER

BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 3 Betalingsdiensten.

HOOFDSTUK 8 - Toegang tot betaalrekeningen en basisbankdienst

VII.56/1–VII.59/11

Art. VII.56/1

De consument wordt, bij het aanvragen van, of toegang verkrijgen tot, of bij het aanhouden van een betaalrekening bij een kredietinstelling niet gediscrimineerd op grond van nationaliteit, woonplaats of op enige andere grond bedoeld in de wet 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, in de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en in de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.

Art. VII.57

§ 1.De basisbankdienst is een betalingsdienst beschikbaar binnen de Europese Unie die bestaat uit de diensten bedoeld in artikel I. 9, 1°, a) tot c), met uitzondering van iedere uitgestelde betalingsverrichting aan de hand van een betaalinstrument, en de boeking van cheques.

De diensten waarbij contanten op een rekening kunnen worden geplaatst of opgenomen, zijn mogelijk aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de kredietinstelling. Het uitvoeren van betalingstransacties is mogelijk via een betaalkaart, daaronder begrepen elektronische betalingen. Overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten, zijn mogelijk aan automaten en loketten, indien beschikbaar, alsook via het internetplatform van de kredietinstelling.

De basisbankdienst wordt minstens in euro aangeboden

Het tweede en derde lid zijn van toepassing voor zover de kredietinstelling deze mogelijkheden reeds aanbiedt aan de consument die andere betaalrekeningen aanhoudt dan een betaalrekening in het kader van een basisbankdienst.

De Koning kan de basisbankdienst uitbreiden tot diensten die op basis van gebruikelijke praktijk voor de consument als essentieel worden beschouwd.

§ 2.Iedere kredietinstelling moet de basisbankdienst aanbieden. Elke consument die legaal in een lidstaat verblijft of elke consument van Belgische nationaliteit die buiten een lidstaat verblijft en die uiterlijk tien jaar geleden werd geschrapt uit het Belgisch bevolkingsregister heeft recht op de basisbankdienst.

...

De voorwaarden die van toepassing zijn op het aanhouden van een basisbankdienst mogen in generlei opzicht discriminerend zijn.

De toegang tot een basisbankdienst mag niet afhankelijk worden gesteld van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst.

§ 3.De maximale prijs voor de basisbankdienst mag het bedrag van 12 euro per jaar niet overschrijden.

De Koning kan het tarief aanpassen minstens rekening houdende met het nationale inkomensniveau en met de gemiddelde vergoedingen die worden aangerekend voor diensten verband houdende met betaalrekeningen.

De vergoedingen die wegens niet-naleving van de verbintenissen van de consument op grond van het raamcontract aan de consument in rekening worden gebracht, zijn redelijk.

De Koning kan bepalen wat redelijke vergoedingen zijn.

§ 4.De basisbankdienst biedt de consument de mogelijkheid tot het uitvoeren van een onbeperkt aantal verrichtingen met betrekking tot de diensten bedoeld in § 1.

De Koning kan echter bepalen dat een minimumaantal verrichtingen met betrekking tot de diensten bedoeld in artikel VII.57, § 1, gratis zijn en dat een minimumaantal papieren overschrijvingen tegen een redelijke prijs verkrijgbaar zijn, waarbij het minimumaantal verrichtingen voldoende is om het persoonlijk gebruik door de consument te dekken, waarbij rekening wordt gehouden met het bestaande consumentengedrag en de gebruikelijke commerciële praktijk. De vergoedingen die worden aangerekend voor verrichtingen boven het minimumaantal verrichtingen zijn in geen geval hoger dan die welke worden aangerekend in het kader van het gebruikelijke tariferingsbeleid van de kredietinstelling.

§ 5.De kredietinstelling mag noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met een basisbankdienst.

Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van een basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand.

§ 6.Deze afdeling is ook van toepassing op elke consument van Belgische nationaliteit die buiten een lidstaat verblijft en die uiterlijk tien jaar geleden werd geschrapt uit het Belgisch bevolkingsregister.

Art. VII.58

De aanvraag tot opening van een basisbankdienst gebeurt door het overmaken aan de kredietinstelling van een formulier dat op elektronische wijze en, in voorkomend geval, wanneer de kredietinstelling beschikt over een fysiek kantoor waar de consument een aanvraagformulier kan indienen, op papier ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling.

Het aanvraagformulier bevat een bevestiging van de consument dat hij niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening bij een in België gevestigde kredietinstelling heeft waarmee hij gebruik kan maken van de in artikel VII.57, § 1, bedoelde diensten, of dat hij ervan in kennis werd gesteld dat deze rekeningen zullen worden opgeheven.

De Koning kan de vermeldingen bepalen die op het aanvraagformulier moeten voorkomen.

De kredietinstelling opent de basisbankdienst of weigert die te openen, onverwijld en uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van een volledig aanvraagformulier.

Het formulier wordt te allen tijde beschikbaar gesteld en is vlot toegankelijk voor de consumenten, ook voor niet-klanten, in elektronische vorm op de website van de kredietinstelling.

In voorkomend geval, wanneer de kredietinstelling beschikt over een fysiek kantoor waar de consument een aanvraagformulier kan indienen, wordt het formulier ook verstrekt aan consumenten, met inbegrip van niet-klanten en die geen afspraak hebben, in de lokalen van de kredietinstelling die toegankelijk zijn voor consumenten, en binnen de openingsuren van de kredietinstelling. Op eenvoudig verzoek van een consument wordt het formulier kosteloos op papier of een andere duurzame drager verstrekt.

Op eenvoudig verzoek van de consument staat de kredietinstelling de consument bij in het invullen van het aanvraagformulier.

Art. VII.59

§ 1.De kredietinstelling weigert de aanvraag indien de aanvraag van de basisbankdienst zou resulteren in een schending van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

De kredietinstelling kan de aanvraag weigeren indien de consument in België een andere betaalrekening heeft waarmee hij gebruik kan maken van de in artikel VII.57, § 1, vermelde betalingsdiensten, of een rekening waarvan het jaarlijks gemiddelde gecumuleerde creditsaldo hoger is dan 10.000 euro.

Als de consument verklaart ervan in kennis te zijn gesteld dat een rekening zal worden opgeheven, wordt met deze geen rekening gehouden.

Voor de bepaling van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, worden de waarborgen bedoeld bij artikel 10, boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek niet in rekening gebracht.

De Koning kan het bedrag bedoeld in het tweede lid wijzigen.

De kredietinstelling kan in zulke gevallen, alvorens een basisbankdienst te openen, nagaan of de consument al dan niet een betaalrekening aanhoudt bij een andere in België gevestigde kredietinstelling die hem de mogelijkheid biedt gebruik te maken van de in artikel VII.57, § 1, bedoelde diensten. De kredietinstelling kan zich verlaten op een te dien einde door de consument ondertekende verklaring op erewoord.

In de gevallen waar de kredietinstelling weigert, brengt ze de consument hiervan onmiddellijk na haar beslissing tot weigering op de hoogte.

§ 2.De kredietinstelling kan de basisbankdienst opzeggen indien ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:

1°de consument is gedurende de laatste vijf jaar veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, of heeft de betaalrekening in het kader van de basisbankdienst opzettelijk misbruikt voor illegale doeleinden;

2°er heeft gedurende meer dan vierentwintig opeenvolgende maanden op de desbetreffende betaalrekening in het kader van de basisbankdienst geen betalingstransactie plaatsgevonden;

3°de consument heeft onjuiste informatie verstrekt om de basisbankdienst te verkrijgen, met dien verstande dat als hij wel juiste informatie zou hebben verstrekt, hij geen recht op een dergelijke basisbankdienst zou hebben gehad;

4°de consument voldoet niet meer aan de verblijfsvoorwaarden bedoeld in artikel VII.57, § 2, eerste lid;

5°de consument heeft in België een andere betaalrekening geopend waarmee hij gebruik kan maken van de in artikel VII.57, § 1, vermelde betalingsdiensten, of een rekening waarvan het jaarlijks gemiddelde gecumuleerde creditsaldo hoger is dan 10.000 euro.

Als de consument verklaart ervan in kennis te zijn gesteld dat een rekening zal worden opgeheven, wordt met deze geen rekening gehouden.

Voor de bepaling van het in het eerste lid bepaalde bedrag worden de waarborgen bedoeld in artikel 10 van het Burgerlijk Wetboek, boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, niet in rekening gebracht.

De Koning kan het bedrag bedoeld in het eerste lid wijzigen.

Elk jaar wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag aangepast aan het indexcijfer van de consumentenprijzen in november van elk jaar.

Indien de kredietinstelling het raamcontract beëindigt, neemt ze een opzegtermijn van ten minste twee maanden in acht, tenzij in geval van beëindiging overeenkomstig de bepaling onder 1° of 3°, in welk geval de beëindiging onmiddellijk ingaat.

§ 3.De beschikking van toelaatbaarheid van een verzoek tot collectieve schuldenregeling, of het feit dat de consument een kredietovereenkomst heeft gesloten, kan geen reden zijn om een basisbankdienst te weigeren of op te zeggen.

Art. VII.59/1

De beslissing tot weigering of opzegging gebeurt schriftelijk en kosteloos.

Deze wordt aangebracht op het aanvraagformulier en omvat uitdrukkelijk de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de consument open staan ter betwisting van de beslissing, en in het bijzonder de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van het bevoegde orgaan, bedoeld in artikel VII.216 en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.

Art. VII.59/2

§ 1.Tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, brengt de kredietinstelling haar beslissing van weigering of opzegging onverwijld, schriftelijk en gratis ter kennis aan het orgaan bedoeld in artikel VII.216 dat bevoegd is om een klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedure te behandelen en, desgevallend, de schuldbemiddelaar.

Dit orgaan kan de beslissing van de kredietinstelling vernietigen of de tenlasteneming van de basis-bankdienstverlening door een andere kredietinstelling opleggen, volgens de voorwaarden die het bepaalt. De beslissing is bindend voor de kredietinstelling.

§ 2.De kredietinstelling zendt elk jaar aan het bevoegde orgaan alsmede aan het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie informatie over het aantal geopende rekeningen, het aantal weigeringen en opzeggingen alsook over de motivering ervan. De informatie over het afgelopen kalenderjaar wordt ten laatste op de laatste dag van de maand februari van het daaropvolgend jaar overgezonden.

Art. VII.59/3

De kredietinstelling stelt voor de consumenten gratis op een duidelijke wijze en zichtbare plaats, de informatie over de basisbankdienst minstens op papier te allen tijde beschikbaar in de kantoren toegankelijk voor het publiek. Indien de kredietinstelling beschikbaar is via een website, wordt deze informatie bovendien op een voor de consument duidelijke wijze en goed zichtbare plaats op deze website geplaatst. Daarnaast stelt de kredietinstelling voor de consumenten gratis toegankelijke bijstand beschikbaar.

De informatie en bijstand heeft betrekking op de specifieke kenmerken van de aangeboden basisbankdienst, de daarmee samenhangende vergoedingen en de aan het gebruik daarvan verbonden voorwaarden, de te volgen procedures om het recht uit te oefenen om toegang te verkrijgen tot de basisbankdienst en de manieren om toegang te verkrijgen tot alternatieve geschillenbeslechtingsprocedures. Uit de informatie dient duidelijk te blijken dat de toegang tot een basisbankdienst niet afhankelijk is van de aankoop van bijkomende diensten.

Art. VII.59/4

§ 1.Elke in België gevestigde onderneming die overeenkomstig artikel III.17 ingeschreven is in de Kruispunt-bank van Ondernemingen of een dergelijke inschrijving aanvraagt, en die overeenkomstig paragraaf 3 door ten minste drie kredietinstellingen een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a, b of c is geweigerd of aan wie ten minste tweemaal een aanvraag tot opening van voormelde minimale betalingsdiensten is geweigerd, en ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd, heeft recht, onder de voorwaarden bepaald bij deze afdeling, op de basisbankdienst verstrekt door een in paragraaf 3, vijfde lid, bedoelde kredietinstelling, hierna de basisbankdienst-aanbieder genoemd.

Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op diplomatieke zendingen zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, gevestigd op het Belgische grondgebied.

Naast ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars, bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek, van een gebouw of van een groep van gebouwen in gedwongen mede-eigendom waarvan meer dan vijfentwintig procent van haar aandelen in de gemeenschappelijke delen zijn toebedeeld aan kavels die een professionele bestemming kunnen hebben overeenkomstig de statuten van de mede-eigendom. Elke wijziging aan deze bestemming in de statuten wordt onverwijld meegedeeld aan de kredietinstelling bij wie de basisbankdienst wordt aangevraagd of verleend.

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen van deze afdeling van toepassing verklaren op andere personen dan ondernemingen.

§ 2.De basisbankdienst voor ondernemingen en diplomatieke zendingen bevat minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b) voor zover deze diensten plaatsvinden in een of meerdere lidstaten.

De basisbankdienst wordt, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), door middel van een betaalrekening in euro, of, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en op verzoek van de onderneming of de diplomatieke zending, door middel van een betaalrekening in Amerikaanse dollar aangeboden.

Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, is de basisbankdienst mogelijk aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, en biedt ze de onderneming en de diplomatieke zending de mogelijkheid tot het uitvoeren van een onbeperkt aantal elektronische verrichtingen met betrekking tot de diensten bedoeld in paragraaf 1 via het internetplatform van de basisbankdienst-aanbieder.

De basisbankdienst-aanbieder aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, rekent op jaarbasis niet meer dan 420 euro aan voor het aanbieden van de basisbankdienst aan de betrokken onderneming of diplomatieke zending. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd. De Koning kan het bedrag, op advies van de Bank, aanpassen.

§ 3.De weigering van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c) aan een in paragraaf 1 bedoelde onderneming of diplomatieke zending wordt uitdrukkelijk schriftelijk en voldoende gemotiveerd, op vraag van de onderneming of de diplomatieke zending onverwijld en uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met artikel 55 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Het stilzwijgen van een kredietinstelling gedurende een periode van vijftien werkdagen vanaf de datum van het indienen van de aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in paragraaf 1, wordt beschouwd als een weigering van een aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in dit lid.

Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en in het bijzonder voor de onderneming de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.

De onderneming of diplomatieke zending aan wie de in het eerste lid bedoelde betalingsdiensten zijn geweigerd, kan een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst richten tot de basisbankdienst-kamer bedoeld in het zevende lid.

Na het verkrijgen van de aanvraag, vraagt de basisbankdienst-kamer een vertrouwelijk advies aan de Cel voor financiële informatieverwerking ingesteld bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten over de onderneming of de diplomatieke zending.

In geval het in het vierde lid bedoelde advies positief is, of de Cel voor financiële informatieverwerking niet heeft gereageerd binnen zestig kalenderdagen, wijst de basisbankdienst-kamer een kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending. De basisbankdienst-aanbieder is een in België gevestigde kredietinstelling uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13°, 14° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen, en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt.

De aanvragende onderneming en de diplomatieke zending leveren de vereiste informatie en documenten aan met het oog op de naleving van de verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie bepaald in boek II, titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 2 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Ten laatste binnen de maand volgend op de maand waarin het aanvraagdossier als volledig kan worden beschouwd, wijst de basisbankdienst-kamer op een gespreide wijze de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieder aan.

De Koning richt binnen de FOD Economie de basisbankdienst-kamer op, die belast is met het aanwijzen van een basisbankdienst-aanbieder voor ondernemingen en diplomatieke zendingen. Hij bepaalt de wijze van spreiding van de aanwijzing over de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieders en de wijze van controle op de identificatie en de identiteitsverificatieverplichting.

De basisbankdienst-kamer kan deskundigen horen, of er een beroep op doen. De Koning stelt de nadere regels vast.

§ 4.De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, mag noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met de basisbankdienst.

De toegang tot de basisbankdienst mag niet afhankelijk worden gesteld van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst.

Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van de basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand.

§ 5.Voor ondernemingen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten kan slechts een basisbankdienst-aanbieder zoals bedoeld in paragraaf 3 door de basisbankdienst-kamer worden aangewezen indien de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen heeft vastgesteld of indien de Koning een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector heeft bekrachtigd.

oor diplomatieke zendingen kan de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen vaststellen of een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector bekrachtigen.

Een gedragscode bekrachtigd door de Koning bevat minstens richtlijnen over goede praktijken binnen de sector, bijkomende waarborgen ten aanzien van personen die blootgesteld worden aan een verhoogd risico inzake het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en voorwaarden of beperkingen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.

De Koning zal voor de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b), verstrekt binnen het kader van de basisbank-dienst, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, de voorwaarden of beperkingen bepalen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.

In het geval de basisbankdienst verrichtingen in Amerikaanse dollar aanbiedt, kunnen bijkomende voorwaarden of beperkingen opgelegd worden die nodig zijn om de specifieke risico's eigen aan betalingen in die munt te beperken. De aanvrager leeft alle beperkingen op het gebruik van die munt, met inbegrip van embargo's of sancties, na. De Koning zal de bijkomende voorwaarden of beperkingen vaststellen.

Art. VII.59/4

toekomstig recht

§ 1.Elke in België gevestigde onderneming die overeenkomstig artikel III.17 ingeschreven is in de Kruispunt-bank van Ondernemingen of een dergelijke inschrijving aanvraagt, en die overeenkomstig paragraaf 3 door ten minste drie kredietinstellingen een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a, b of c is geweigerd of aan wie ten minste tweemaal een aanvraag tot opening van voormelde minimale betalingsdiensten is geweigerd, en ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd, heeft recht, onder de voorwaarden bepaald bij deze afdeling, op de basisbankdienst verstrekt door een in paragraaf 3, vijfde lid, bedoelde kredietinstelling, hierna de basisbankdienst-aanbieder genoemd.

Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op diplomatieke zendingen gevestigd op het Belgisch grondgebied. In deze afdeling wordt verstaan onder "diplomatieke zendingen", de diplomatieke zendingen zoals bedoeld in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, de consulaire posten zoals bedoeld in het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963, de permanente missies van lidstaten bij de Europese Unie of bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, en de missies van derde staten bij de Europese Unie of bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.

Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek die niet over een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen beschikken.

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen van deze afdeling van toepassing verklaren op andere personen dan ondernemingen.

§ 2.De basisbankdienst voor ondernemingen en diplomatieke zendingen bevat minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b) voor zover deze diensten plaatsvinden in een of meerdere lidstaten.

De basisbankdienst wordt, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), door middel van een betaalrekening in euro, of, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en op verzoek van de onderneming of de diplomatieke zending, door middel van een betaalrekening in Amerikaanse dollar of andere valuta, voor zover dit behoort tot de gangbare commerciële activiteit van de kredietinstelling, aangeboden. Verenigingen van mede-eigenaars zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek dienen, in het kader van hun verplichtingen als bedoeld in artikel 3.86, § 3, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, te beschikken over twee betaalrekeningen in euro.

Onverminderd de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, is de basisbankdienst mogelijk aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, en biedt ze de onderneming en de diplomatieke zending de mogelijkheid tot het uitvoeren van een onbeperkt aantal elektronische verrichtingen met betrekking tot de diensten bedoeld in paragraaf 1 via het internetplatform van de basisbankdienst-aanbieder.

De basisbankdienst-aanbieder aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, rekent op jaarbasis niet meer dan 420 euro aan voor het aanbieden van de basisbankdienst aan de betrokken onderneming of diplomatieke zending. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd. De Koning kan het bedrag, op advies van de Bank, aanpassen.

§ 3.De weigering van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c) aan een in paragraaf 1 bedoelde onderneming of diplomatieke zending wordt uitdrukkelijk schriftelijk en voldoende gemotiveerd, op vraag van de onderneming of de diplomatieke zending onverwijld en uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met artikel 55 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Het stilzwijgen van een kredietinstelling gedurende een periode van vijftien werkdagen vanaf de datum van het indienen van de aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in paragraaf 1, wordt beschouwd als een weigering van een aanvraag tot betalingsdiensten bedoeld in dit lid.

Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en in het bijzonder voor de onderneming de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.

De onderneming of diplomatieke zending aan wie de in het eerste lid bedoelde betalingsdiensten zijn geweigerd, kan een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst richten tot de basisbankdienst-kamer bedoeld in het zevende lid.

Na het ontvankelijk verklaren van de aanvraag door de basisbankdienst-kamer, deelt deze laatste de aanvraag mee aan de Cel voor financiële informatieverwerking ingesteld bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. De basisbankdienst-kamer toetst vervolgens de aanvraag aan de weigeringsgronden, vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in het kader van de versterking van de strijd tegen fraude, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, alsook in het kader van de naleving van financiële sancties.

De basisbankdienst-kamer wijst, ten laatste zestig kalenderdagen nadat het aanvraagdossier als ontvankelijk en volledig kan worden beschouwd, een in België gevestigde kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder, op gespreide wijze, uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt, die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of de diplomatieke zending, tenzij de onderneming of de diplomatieke zending onder een van de weigeringsgronden valt als bedoeld in het vierde lid. Wanneer de onderneming of diplomatieke zending onder een van de weigeringsgronden valt, weigert de basisbankdienst-kamer een basisbankdienst-aanbieder aan te duiden.

De aanvragende onderneming en de diplomatieke zending leveren de vereiste informatie en documenten aan met het oog op de naleving van de verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie bepaald in boek II, titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 2 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten....

De Koning richt binnen de FOD Economie de basisbankdienst-kamer op, die belast is met het aanwijzen van een basisbankdienst-aanbieder voor ondernemingen en diplomatieke zendingen. Hij bepaalt de wijze van spreiding van de aanwijzing over de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieders en de wijze van controle op de identificatie en de identiteitsverificatieverplichting.

De basisbankdienst-kamer kan deskundigen horen, of er een beroep op doen. De Koning stelt de nadere regels vast.

§ 4.De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, vijfde lid, mag noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met de basisbankdienst.

De toegang tot de basisbankdienst mag niet afhankelijk worden gesteld van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst.

Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van de basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand.

§ 5.Voor ondernemingen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten kan slechts een basisbankdienst-aanbieder zoals bedoeld in paragraaf 3 door de basisbankdienst-kamer worden aangewezen indien de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen heeft vastgesteld of indien de Koning een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector heeft bekrachtigd.

oor diplomatieke zendingen kan de Koning specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen vaststellen of een gedragscode tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector bekrachtigen.

Een gedragscode bekrachtigd door de Koning bevat minstens richtlijnen over goede praktijken binnen de sector, bijkomende waarborgen ten aanzien van personen die blootgesteld worden aan een verhoogd risico inzake het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en voorwaarden of beperkingen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.

De Koning zal voor de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b), verstrekt binnen het kader van de basisbank-dienst, aangewezen overeenkomstig paragraaf 3, de voorwaarden of beperkingen bepalen die nodig zijn om de risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken.

In het geval de basisbankdienst verrichtingen in Amerikaanse dollar of andere valuta aanbiedt, kunnen bijkomende voorwaarden of beperkingen opgelegd worden die nodig zijn om de specifieke risico's eigen aan betalingen in die munt te beperken. De aanvrager leeft alle beperkingen op het gebruik van die munt, met inbegrip van embargo's of sancties, na. De Koning zal de bijkomende voorwaarden of beperkingen vaststellen.

Art. VII.59/5

De aanvraag bij de basisbankdienst-kamer tot opening van een basisbankdienst gebeurt schriftelijk, door middel van een formulier dat op papier of op elektronische wijze ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling die een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c), heeft geweigerd.

Het aanvraagformulier bevat een verklaring op eer van de onderneming of de diplomatieke zending dat ze niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat.

Het aanvraagformulier bevat eveneens een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming of de diplomatieke zending ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd en, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd of van het feit dat de onderneming of de diplomatieke zending ten minste tweemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd, en dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd.

De Koning bepaalt de vermeldingen die op het aanvraagformulier moeten voorkomen.

Art. VII.59/5

toekomstig recht

De aanvraag bij de basisbankdienst-kamer tot opening van een basisbankdienst gebeurt schriftelijk, door middel van een formulier dat op papier of op elektronische wijze ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling die een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) of c), heeft geweigerd.

Het aanvraagformulier bevat een verklaring op eer van de onderneming of de diplomatieke zending dat ze niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat.

Het aanvraagformulier bevat eveneens een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming of de diplomatieke zending ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd en, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd of van het feit dat de onderneming of de diplomatieke zending ten minste tweemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, is geweigerd, en dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd.

In het kader van de analyse van de weigeringsgronden bedoeld in artikel VII.59/4, § 3, vierde lid, bevat het aanvraagformulier, voor wat de ondernemingen betreft, tevens een uittreksel uit het strafregister op naam van de onderneming, de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding dat niet ouder is dan drie maanden.

De Koning bepaalt de vermeldingen die op het aanvraagformulier moeten voorkomen.

Art. VII.59/6

§ 1.De kredietinstelling weigert de aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel VII.59/4, § 1, indien ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:

1°de weigering is in overeenstemming met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;

2°een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding, of in voorkomend geval, een lid van het directiecomité, is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk of valsheid in geschrifte;

3°de onderneming of de diplomatieke zending heeft onjuiste informatie verstrekt in antwoord op de vragen van de kredietinstelling in het kader van haar waakzaamheidsplicht krachtens de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

De kredietinstelling kan de aanvraag weigeren indien de onderneming of de diplomatieke zending in België of in een andere lidstaat een andere betaalrekening heeft waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten, behalve als zij aan de hand van concrete bewijsstukken aantoont dat zij daarmee de voor haar professionele activiteit noodzakelijke diensten niet verkrijgt.

Er wordt geen rekening gehouden met die andere betaalrekening als de onderneming of de diplomatieke zending aan de hand van concrete bewijsstukken aantoont ervan in kennis te zijn gesteld dat deze zal worden opgezegd.

De kredietinstelling kan de aanvraag eveneens weigeren indien de onderneming of de diplomatieke zending haar betaalrekeningen zelf heeft opgezegd met het oogmerk om gebruik te kunnen maken van de basisbankdienst.

§ 2.De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid kan de basisbankdienst opzeggen indien ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:

1°een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, een lid van het directiecomité, is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, of de onderneming heeft de betaalrekening in het kader van de basisbankdienst misbruikt voor illegale doeleinden;

2°er heeft gedurende meer dan twaalf opeenvolgende maanden op de desbetreffende betaalrekening in het kader van de basisbankdienst geen betalingstransactie plaatsgevonden;

3°de onderneming of de diplomatieke zending heeft onjuiste informatie verstrekt om de basisbankdienst te verkrijgen of in antwoord op de vragen van de kredietinstelling in het kader van haar waakzaamheidsplicht krachtens de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;

4°de onderneming of de diplomatieke zending heeft een andere betaalrekening geopend bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte;

5°de opzegging is in overeenstemming met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

Onverminderd andere wettelijke bepalingen of andere instructies of aanbevelingen van enige overheidsinstantie, neemt de kredietinstelling die het raamcontract beëindigt, een opzegtermijn van ten minste twee maanden in acht. In afwijking, in de gevallen van beëindiging bedoeld in het eerste lid, in de bepaling onder 1°, 3° of 5°, gaat de beëindiging onmiddellijk in.

De beslissing tot opzegging gebeurt schriftelijk en kosteloos. Deze omvat uitdrukkelijk de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met artikel 55 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en, in het bijzonder voor de onderneming, de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.

§ 3.De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid, kan de basisbankdienst weigeren indien ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:

1°een lid van het wettelijke bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, een lid van het directiecomité, is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk of valsheid in geschrifte;

2°de onderneming of de diplomatieke zending heeft na haar aanvraag een andere betaalrekening bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat geopend waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte.

De beslissing tot weigering gebeurt schriftelijk en kosteloos. Deze omvat uitdrukkelijk de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met artikel 55 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en, in het bijzonder voor de onderneming, de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.

Art. VII.59/7

§ 1.De ombudsdienst voor financiële diensten spreekt zich uit over de geschillen die hem worden voorgelegd. Dit orgaan kan de beslissing van de kredietinstelling vernietigen. De beslissing is bindend voor de kredietinstelling en wordt meegedeeld aan zowel de kredietinstelling als aan de betrokken onderneming.

§ 2.Elke kredietinstelling zendt elk jaar aan het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie, en de Cel voor Financiële Informatieverwerking, informatie over het aantal in het kader van de basisbankdienst voor ondernemingen en de diplomatieke zendingen geopende rekeningen, het aantal weigeringen en opzeggingen alsook over de motivering ervan. De informatie over het afgelopen kalenderjaar wordt ten laatste op de laatste dag van de maand februari van het daaropvolgend jaar overgezonden.

Art. VII.59/7

toekomstig recht

§ 1.De ombudsdienst voor financiële diensten spreekt zich uit over de geschillen die hem worden voorgelegd. Dit orgaan kan de beslissing van de kredietinstelling vernietigen. De beslissing is bindend voor de kredietinstelling en wordt meegedeeld aan zowel de kredietinstelling als aan de betrokken onderneming.

§ 2.Elke kredietinstelling zendt elk jaar aan het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie... informatie over het aantal in het kader van de basisbankdienst voor ondernemingen en de diplomatieke zendingen geopende rekeningen, het aantal weigeringen en opzeggingen alsook over de motivering ervan. De informatie over het afgelopen kalenderjaar wordt ten laatste op de laatste dag van de maand februari van het daaropvolgend jaar overgezonden.

Art. VII.59/8

De kredietinstellingen die buiten de toepassing van artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid, een basisbankdienst aanbieden, stellen de informatie over de basisbankdienst op een duidelijke wijze en op een goed zichtbare plaats gratis ter beschikking van de ondernemingen en plaatsen deze informatie minstens op hun website.

De informatie heeft betrekking op de specifieke kenmerken van de aangeboden basisbankdienst, de daarmee samenhangende vergoedingen en de aan het gebruik daarvan verbonden voorwaarden, de te volgen procedures om het recht uit te oefenen om toegang te verkrijgen tot de basisbankdienst en de manieren om toegang te verkrijgen tot alternatieve geschillenbeslechtingsprocedures. Uit de informatie dient duidelijk te blijken dat de toegang tot een basisbankdienst niet afhankelijk is van de aankoop van bijkomende diensten.

Art. VII.59/9

§ 1.In het kader van hun opdrachten, als bedoeld in artikel VII.59/10, §§ 1, 2 en 3, verwerken de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder persoonsgegevens over de volgende categorieën van betrokken personen:

1°de aandeelhouders, medewerkers en bestuurders van aanvragende ondernemingen in België;

2°de vertegenwoordigers van de aanvragende ondernemingen;

3°de cliënten en/of leveranciers van de aanvragende ondernemingen;

4°de uiteindelijke begunstigden, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, 27°, tweede lid, a) en c), van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;

5°de medewerkers en vertegenwoordigers van diplomatieke zendingen.

§ 2.Naast de gevraagde gegevens vermeld in artikel VII.59/5, tweede en derde lid, verwerken de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder in het kader van het aanvraagformulier, de volgende categorieën persoonsgegevens van de betrokkene bedoeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 5°:

1°de persoonlijke identificatiegegevens;

2°de huidige betrekking;

3°de attesten en bewijsstukken, en;

4°alle persoonsgegevens die de betrokken persoon uit eigen beweging wenst te delen.

In het kader van de specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen of een gedragscode, verwerken de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder de volgende categorieën persoonsgegevens van de betrokkenen bedoeld in paragraaf 1:

1°de persoonlijke identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer;

2°huidige betrekking;

3°de financiële identificatiegegevens;

4°de financiële transacties;

5°de beroepsactiviteiten;

6°het registratiebewijs;

7°de bijzonderheden betreffende de verzekeringen;

8°de beroepsbekwaamheid;

9°het lidmaatschap van of de deelname in beroepsorganisaties;

10°de attesten en bewijsstukken, waaronder een uittreksel uit het strafregister dat betrekking heeft op de veroordelingen overeenkomstig artikel VII.59/6, § 3, eerste lid, 1°, en;

11°alle persoonsgegevens die de betrokken persoon uit eigen beweging wenst te delen.

§ 3.De Koning kan de lijst met gegevenscategorieën en persoonscategorieën die zijn vastgelegd in de paragrafen 1 en 2, verduidelijken, mits die gegevens-categorieën en persoonscategorieën noodzakelijk, relevant en in verhouding zijn met het volbrengen van de wettelijke verplichting van de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder tot het verwerken van persoonsgegevens.

§ 4.De basisbankdienst-kamer heeft de taak om de gegevens die hem worden verstrekt in het kader van zijn wettelijke verplichting, te verzamelen en in een elektronische databank op te slaan.

§ 5.Behoudens andersluidende bepaling, zijn de in de paragraaf 2 bedoelde persoonsgegevens toegankelijk voor de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder.

De basisbankdienst-kamer kan deze persoonsgegevens uitwisselen met de volgende derde instanties:

1°de Cel voor Financiële Informatieverwerking;

2°de deskundigen waarop de basisbankdienst-kamer een beroep doet of die zij hoort.

De Cel voor Financiële Informatieverwerking, in het kader van de uitoefening van haar wettelijke opdracht, ontvangt de gegevens noodzakelijk om het vertrouwelijk advies bedoeld in artikel VII.59/4, § 3, vierde lid, uit te brengen.

De uitwisseling van persoonsgegevens met deskundigen is beperkt tot de persoonsgegevens noodzakelijk voor het verlenen van een advies in het kader van hun wettelijke opdracht als bedoeld in artikel VII.59/4, § 3, zevende lid.

§ 6.De persoonsgegevens worden niet langer dan nodig bewaard voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, mogen de persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan voor een periode van twee jaar door de basisbankdienst-kamer vanaf de beslissing van de basisbankdienst-kamer.

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, mogen de persoonsgegevens niet langer bewaard worden door de basisbankdienst-aanbieder dan voor een periode van tien jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie met hun cliënt.

In geval van gerechtelijke procedure kunnen deze termijnen worden verlengd tot het moment dat de uitspraak in kracht van gewijsde is getreden.

Art. VII.59/9

toekomstig recht

§ 1.In het kader van hun opdrachten, als bedoeld in artikel VII.59/10, §§ 1, 2 en 3, verwerken de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder persoonsgegevens over de volgende categorieën van betrokken personen:

1°de aandeelhouders, medewerkers en bestuurders van aanvragende ondernemingen in België;

2°de vertegenwoordigers van de aanvragende ondernemingen;

3°de cliënten en/of leveranciers van de aanvragende ondernemingen;

4°de uiteindelijke begunstigden, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, 27°, tweede lid, a) en c), van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;

5°de medewerkers en vertegenwoordigers van diplomatieke zendingen.

§ 2.Naast de gevraagde gegevens vermeld in artikel VII.59/5, tweede tot vierde lid, verwerken de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder in het kader van het aanvraagformulier, de volgende categorieën persoonsgegevens van de betrokkene bedoeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 5°:

1°de persoonlijke identificatiegegevens;

2°de huidige betrekking;

3°de attesten en bewijsstukken, en;

4°alle persoonsgegevens die de betrokken persoon uit eigen beweging wenst te delen.

In het kader van de specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen of een gedragscode, verwerken de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder de volgende categorieën persoonsgegevens van de betrokkenen bedoeld in paragraaf 1:

1°de persoonlijke identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer;

2°huidige betrekking;

3°de financiële identificatiegegevens;

4°de financiële transacties;

5°de beroepsactiviteiten;

6°het registratiebewijs;

7°de bijzonderheden betreffende de verzekeringen;

8°de beroepsbekwaamheid;

9°het lidmaatschap van of de deelname in beroepsorganisaties;

10°de attesten en bewijsstukken, waaronder een uittreksel uit het strafregister dat betrekking heeft op de veroordelingen overeenkomstig artikel VII.59/6, § 3, eerste lid, 1°, en;

11°alle persoonsgegevens die de betrokken persoon uit eigen beweging wenst te delen.

§ 3.De Koning kan de lijst met gegevenscategorieën en persoonscategorieën die zijn vastgelegd in de paragrafen 1 en 2, verduidelijken, mits die gegevens-categorieën en persoonscategorieën noodzakelijk, relevant en in verhouding zijn met het volbrengen van de wettelijke verplichting van de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder tot het verwerken van persoonsgegevens.

§ 4.De basisbankdienst-kamer heeft de taak om de gegevens die hem worden verstrekt in het kader van zijn wettelijke verplichting, te verzamelen en in een elektronische databank op te slaan.

§ 5.Behoudens andersluidende bepaling, zijn de in de paragraaf 2 bedoelde persoonsgegevens toegankelijk voor de basisbankdienst-kamer en de basisbankdienst-aanbieder.

De basisbankdienst-kamer kan deze persoonsgegevens uitwisselen met de volgende derde instanties:

1°de Cel voor Financiële Informatieverwerking;

2°de deskundigen waarop de basisbankdienst-kamer een beroep doet of die zij hoort.

De Cel voor financiële informatieverwerking, in het kader van de uitoefening van haar wettelijke opdracht, ontvangt de gegevens die relevant kunnen zijn in het kader van eventuele lopende onderzoeken.

De uitwisseling van persoonsgegevens met deskundigen is beperkt tot de persoonsgegevens noodzakelijk voor het verlenen van een advies in het kader van hun wettelijke opdracht als bedoeld in artikel VII.59/4, § 3, zevende lid.

§ 6.De persoonsgegevens worden niet langer dan nodig bewaard voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, mogen de persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan voor een periode van twee jaar door de basisbankdienst-kamer vanaf de beslissing van de basisbankdienst-kamer.

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, mogen de persoonsgegevens niet langer bewaard worden door de basisbankdienst-aanbieder dan voor een periode van tien jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie met hun cliënt.

In geval van gerechtelijke procedure kunnen deze termijnen worden verlengd tot het moment dat de uitspraak in kracht van gewijsde is getreden.

Art. VII.59/10

§ 1.De gegevens verwerkt door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, waarbinnen de basisbankdienst-kamer zetelt, in zijn hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke, met inbegrip van de categorieën persoonsgegevens bedoeld in artikel VII.59/9, § 2, worden verwerkt met het oog op het vervullen van een wettelijke verplichting, en in het bijzonder:

1°het beheer van de procedure bij de basisbankdienst-kamer bedoeld in dit hoofdstuk;

2°het opstellen van rapporten en statistieken aan de hand waarvan de basisbankdienst-kamer zijn activiteiten kan optimaliseren en zijn werking kan verbeteren.

Voor het vervullen van deze doeleinden houdt de basisbankdienst-kamer een elektronische databank. Deze elektronische databank is slechts toegankelijk voor de basisbankdienst-kamer, die tevens instaat voor het beheer ervan.

§ 2.Onverminderd de verplichtingen van de basisbankdienst-aanbieder in het kader van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, verwerkt de basisbankdienst-aanbieder in zijn hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens bedoeld in artikel VII.59/9, § 2, met het oog op het vervullen van een wettelijke verplichting, zijnde het al dan niet verlenen van de basisbankdienst.

§ 3.Onverminderd de verplichtingen van de basisbankdienst-aanbieder in het kader van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, verwerken de basisbankdienst-aanbieder en de basisbankdienst-kamer als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken de persoonsgegevens bedoeld in artikel VII.59/9, § 2, die als doel hebben de naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit de specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen of een gedragscode bedoeld in artikel VII.59/4, § 5, eerste tot derde lid, te controleren. De basisbankdienst-kamer verwerkt deze persoonsgegevens met het doel een controle op volledigheid van de aanvraag uit te voeren. De basisbankdienst-aanbieder voert een inhoudelijke controle uit.

§ 4.Het is verboden de gegevens te verwerken voor andere doeleinden dan deze bepaald in dit artikel, in het bijzonder de verwerking voor commerciële doeleinden.

Art. VII.59/11

De op 1 januari in België gevestigde kredietinstellingen als bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen die betalingsdiensten aan ondernemingen aanbieden als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), dragen jaarlijks bij in de werkingskosten van de basisbankdienst-kamer.

Het bedrag van de bijdrage bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het totale bedrag van de geraamde jaarlijkse werkingskosten van de basisbankdienst-kamer. De bijdrage is eenmalig en ondeelbaar verschuldigd.

De Koning bepaalt de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde bijdrage, alsook het marktaandeel waarover de kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid moeten beschikken.

De Nationale Bank van België levert de basisbankdienst-kamer de juiste en volledige informatie die de basisbankdienst-kamer nodig heeft voor het bepalen van de berekeningswijze van de bijdrage bedoeld in het eerste lid.

De bijdrageplichtigen zijn ertoe gehouden op verzoek van de Federale Overheidsdienst Economie, de verschuldigde bijdrage over te schrijven op de ontvangstenrekening van de Federale Overheidsdienst Economie. Het verzoek gebeurt schriftelijk. De bijdrageplichtigen maken de bijdrage over ten laatste binnen de maand vanaf de dag die volgt op de afgifte van de aangetekende zending.

De onbetaald gebleven bijdragen worden ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de domaniale wet van 22 december 1949.